Hoe Ikea al jarenlang belastingen ontwijkt

Belastingen Ikea-oprichter Kamprad had een hekel aan belasting en emigreerde naar Zwitserland. Voor Ikea tuigde hij een constructie via Nederland op. Illegaal, meent de Europese Commissie.

Illustratie Tjarko van der Pol

Kamprad betaalt weer belasting in Zweden’, kopten Zweedse kranten zoals SvD Näringsliv drie jaar geleden. Decennia lang stond Ingvar Kamprad te boek als ‘belastingvluchteling’. Uit frustratie over de hoge belastingen pakte de Ikea-oprichter in 1973 zijn biezen en streek neer in Zwitserland. Het egalitaire Zweden was „ongeschikt” voor ondernemers als hij. In 2015, na het overlijden van zijn vrouw, keerde hij als multimiljardair terug. Over zijn jaarinkomen van 1,9 miljoen euro droeg Kamprad vervolgens 640.000 euro af aan Skatteverket, de Zweedse fiscus.

Kamprad, die in januari op 91-jarige leeftijd overleed, haalde zijn neus op voor belastingen. Hij mocht dan goed zijn voor tientallen miljarden euro’s, De Zweed draaide ieder dubbeltje om. Hij reed een oude Volvo, vloog uit principe economy class en struinde naar verluidt vlooienmarkten af.

Ook in Ikea’s bedrijfsvoering moest van Kamprad de focus op zo min mogelijk verspilling en zo laag mogelijke kosten liggen. „Dat is ons geheim. Dat is de basis van ons succes”, schreef hij in The testament of a furniture dealer.

En waar Kamprad neerstreek in Zwitserland om zelf zo min mogelijk belasting te betalen, verhuisde hij Ikea grotendeels naar Nederland zodat dit ook voor het concern zou gelden. En passant werd een bedrijfsstructuur opgetuigd die ingewikkelder is dan de handleiding van een Pax Garderobekast.

Taaks Avoid

Sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw leunt het Ikea-concern zwaar op Nederland. Vlakbij het station Leiden Centraal is Ingka Holding gevestigd, eigenaar van 355 van de wereldwijd 424 Ikea-winkels, goed voor een jaaromzet van 36 miljard euro. Vijfhonderd meter verderop houdt de Stichting Ingka Foundation kantoor: eigenaar van de holding én filantropische organisatie ineen. Vorig jaar gaf de stichting 144 miljoen euro weg aan goede doelen als Unicef.

Het pièce de résistance ligt langs de A13 in Delft. Op het oog is het een Ikea-vestiging als alle andere: roltrap bij binnenkomst, personeel in slechtvallende geel/blauwe outfits, Zweedse gehaktballetjes en kinderen die willen worden opgehaald uit Småland. Maar op weg naar de wc kom je hier een grote glazen deur tegen die je nergens anders ziet. Inter IKEA Systems BV (NL) staat erop.

Vijfendertig jaar geleden besloot Kamprad een franchisemodel à la McDonald’s in te voeren en Ikea te splitsen in winkels en merk. De winkels, van San Francisco tot Shanghai, betalen sindsdien voor gebruik van het merk Ikea jaarlijks 3 procent van hun omzet aan Delft.

Vanuit Inter Ikea Delft wordt een groot deel van dat geld onbelast doorgesluisd naar het buitenland. En dat steekt. In 2016 publiceerden De Groenen in het Europees Parlement het onthullende onderzoeksrapportTaaks Avoid over de wirwar aan vennootschappen, stichtingen, holdings en de belastingontwijkingstactieken van de meubelgigant. „Wij wilden laten zien dat niet alleen Amerikaanse bedrijven zoals Starbucks en Apple belastingen ontwijken, maar ook een Europees bedrijf als Ikea met een lieflijk, Zweeds imago”, vertelt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks).

Inter Ikea reageerde fel. Het rapport zou vol „foute aannames” en „valse conclusies” staan. De Europese Commissie, verantwoordelijk voor de handhaving van EU-recht, was niet onder de indruk van die reactie en begon een vooronderzoek. Dat leverde zó veel verontrustende signalen op dat de Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging) vorig jaar december een diepgravend onderzoek beval naar de Ikea-constructies in Nederland. „Lidstaten mogen niet toestaan dat bepaalde ondernemingen minder belastingen betalen door hun toe te staan hun winsten kunstmatig naar een ander land te verschuiven”, zei ze.

Maas in de wet

Volgens de Commissie zou Inter Ikea in Delft twee keer door de Belastingdienst zijn gematst, daarmee zou Nederland illegale staatssteun hebben verleend. Dat gebeurde via twee rulings die Ikea met de Belastingdienst overeenkwam in 2006 en 2011. Een ruling is een op maat gemaakte, vertrouwelijke fiscale afspraak tussen een multinational en de fiscus. Er wordt vastgelegd over welk deel van de winst men belasting betaalt of welke prijzen een bedrijf mag rekenen als het zaken doet met gelieerde vennootschappen, in dit geval een Ikea-holding in Luxemburg en een Ikea-stichting in Liechtenstein.

De eerste ruling, uit 2006, levert Ikea een belastingontwijkingsconstructie uit het boekje op. Van de 3 procent omzet die de Ikea-filialen jaarlijks overmaken naar Delft betaalt Inter Ikea óók weer een licentievergoeding – voor gebruik van de naam Ikea en de bedrijfsformule – aan een Ikea-holding in Luxemburg.

„Een aanzienlijk deel van de franchisewinst van Inter Ikea” werd op die manier belastingvrij „verschoven”, constateert de Commissie. Niet alleen is de hoogte van de licentievergoeding volgens de mededingingsexperts „buitensporig”, ze is tevens ongeoorloofd omdat de Luxemburgse tak überhaupt geen „waardevolle bijdrage” levert aan het Ikea-franchiseconcept. Als illustratie zetten Vestager en haar team het aantal Ikea-medewerkers in Delft („bijna 1.000”) af tegen die in Luxemburg („geen medewerkers afgezien van drie directieleden”).

De miljarden die Ikea naar Luxemburg sluist, blijven ook daar onbelast. Ikea maakte gebruik van een bij fiscaal adviseurs populaire maas in een Luxemburgse wet uit 1929. Daar zijn holdings geen belasting verschuldigd over onder andere vermogenswinst en (uitkering) van royalty’s en dividenden.

Niet zakelijk

Toen die Luxemburgse maas in de wet op last van de Commissie per 2011 werd gesloten, kwam Ikea met hulp van fiscalisten van het prestigieuze KPMG Meijburg met een nieuwe belastingontwijkingsstructuur op de proppen. Nu met de Ikea-stichting Interogo in Liechtenstein in de hoofdrol.

Liechtenstein is populair onder de rijken op aarde. Zo streken de Saoedische koning Fahd en de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj er neer om hun vermogen veilig te stallen. In het kleine vorstendom richtte Kamprad al in 1989 de Interogo Foundation op. Het doel was een „lang leven” van Ikea te verzekeren, zo meldde Ikea toen Zweedse onderzoeksjournalisten zeven jaar geleden het bestaan van de stichting ontdekten. De Unternehmungsstiftung in Liechtenstein – uiteindelijke eigenaar van het Ikea-merk – moet voorkomen dat erfgenamen van Kamprad Ikea opsplitsen of verkopen. Bijkomend voordeel: over dividend en andere inkomsten uit het buitenland hoeft geen belasting te worden betaald.

In 2012 zette Ikea Liechtenstein in als alternatief voor de ‘Luxemburg-route’. Voor 9 miljard euro kocht het Delftse Inter Ikea de merkrechten van de Luxemburgse tak, die ze de jaren daarvoor dus nog een (volgens de Commissie onrechtmatige) licentievergoeding betaalde. ‘Delft’ financierde de deal goeddeels door een aflossingsvrije lening met ‘zichzelf’ aan te gaan: de Liechtensteinse Foundation. Delft was ‘Liechtenstein’ vervolgens honderden miljoenen per jaar aan rente verschuldigd en kon die rente aftrekken van de belastbare winst in Nederland.

Het rulingteam van de Belastingdienst keurde de constructie goed en ook daar heeft de Europese Commissie bedenkingen bij. Ten eerste is de vraag of de gekochte Ikea-merkrechten wel 9 miljard waard zijn. Ten tweede lijkt de lening van 5,4 miljard „niet zakelijk”. Geen bank zou Ikea een dergelijke lening verstrekken, vermoedt de Commissie. Het bedrag is te hoog ten opzichte van Inter Ikea’s eigen vermogen, de forse rente (6 procent) is niet onderbouwd en aflossingsvrij miljarden lenen deed geen bank in crisisjaar 2011 voor langere periodes.

Hoe Ikea belastingen ontwijkt

Een pr-issue

Ikea wordt vaak geprezen vanwege het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Geen bedrijf doneert meer aan Unicef en aan VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Ikea won vorig jaar de Retail Sustainability Award en werd uitgeroepen tot Nederlandse winkelketen die het beste presteert op het gebied van duurzaamheid. „Zorgen voor mensen en de planeet is een van onze kernwaarden en leidt ons in hoe we werken”, stelt de meubelreus in zijn strategiePeople & Planet Positive.

Dat imago dreigt een flinke knauw te krijgen door de belastingontwijking. Toen de Commissie eind 2015 oordeelde dat Nederland Starbucks via een ruling onterecht belastingvoordeel verstrekte, ging dat de wereld over: van het Australische ABC News tot Zondag met Lubach. Starbucks kwam bij het brede publiek bekend te staan als belastingontwijker en werd symbool van ‘Nederland belastingparadijs’.

Het Commissieonderzoek naar Ikea wordt naar verwachting volgend jaar afgerond, en Ikea ligt volgens ingewijden op koers om Starbucks te overtreffen. De koffieketen moest onterecht belastingvoordeel van 25,7 miljoen euro terugbetalen; onder fiscaal deskundigen aan de Zuidas doet voor Ikea een bedrag de ronde van 1 miljard euro.

Dankzij allerlei belastingontwijkingsschandalen staat verantwoord belasting betalen meer dan ooit in de schijnwerpers, constateert Angélique Laskewitz, directeur van duurzame beleggersvereniging VBDO, die jaarlijks onderzoek doet naar belastingtransparantie. Ze voorziet dat bedrijven er over tien jaar niet aan ontkomen transparant over belastingen te rapporteren en eerlijke constructies te kiezen. „Bedrijven moeten belasting betalen zien als integraal deel van hun beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het gaat niet alleen om hoe je fatsoenlijk met natuur en mensenrechten omgaat.”

Voor Ikea is er op dat vlak een probleem. De organisatiestructuur stamt uit een tijd dat belastingontwijking niet tot maatschappelijk verantwoord ondernemen werd gerekend en niet slecht voor het imago was. Die organisatiestructuur heeft Kamprad met zijn stichtingen in Liechtenstein en Nederland in beton gegoten. Of zoals hij het verwoordde: „Niemand kan een bedrijf of concept het eeuwige leven garanderen, maar je kan mij niet verwijten dat ik het niet geprobeerd heb.”

    • Camil Driessen