Bijzondere vondst uit haven getakeld

Archeologie Een deels intact scheepswrak is deze week uit het zand gehaald bij de Maasvlakte. Het is zeker een eeuw geleden gestrand.

Het scheepswrak werd ontdekt bij werkzaamheden aan een damwand. Foto Danny Cornelissen

Daar in de diepte ligt het wrak, vlak onder de net aangelegde kade van de HES Hartel Tank Terminal (HHTT) op de Maasvlakte. Bergers van Mammoet hebben het houten gevaarte in de takels gehangen, klaar om het op te hijsen. Scheepsarcheoloog Wouter Waldus geeft een paar laatste aanwijzingen. Hangt het wrak eenmaal in de lucht, dan is er altijd het risico dat het alsnog uit elkaar valt.

We staan op een plek die voor de aanleg van de Maasvlakte buitengaats lag en berucht was om zijn zandbanken. Dit gedeelte van de Maasmonding stond bekend als de Pit en uit documenten weten we dat het hier lastig navigeren was.

Het schip moet zijn gekapseisd en vervolgens over de lengte zijn opengebroken, want het heeft ondersteboven in het zand gelegen. Eén scheepswand, aan bakboordzijde, is nog intact, en dat maakt deze archeologische vondst voor Rotterdamse begrippen heel bijzonder.

„Als er al oude scheepsresten worden gevonden in de haven van Rotterdam gebeurt dat meestal bij het baggeren”, weet Waldus te vertellen. „Het hout komt dan in stukken en brokken naar boven. Zo’n groot en gaaf stuk als dit vinden we hier zelden, misschien voor het laatst in de jaren zeventig bij de aanleg van de Maasvlakte.”

Drie weken geleden werd het scheepswrak gevonden toen er een geul werd gegraven om werkzaamheden aan de damwand achter de kade te verrichten. Het Havenbedrijf Rotterdam, dat de aanleg van de kade voor zijn rekening neemt, lichtte de afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam in, die op zijn beurt de scheepsarcheoloog inschakelde. „Voor ons is dit ook voor het eerst, dus we hebben er een specialist bijgehaald”, zegt Patrick Ploegaert van de gemeente.

Afgelopen zomer werden dertig meter verderop ook al resten van een schip gevonden. Het lukte niet om het hout aan de hand van jaarringen te dateren. Daar heeft Waldus bij deze vondst meer hoop op. Is de leeftijd van het hout en het scheepstype eenmaal vastgesteld, dan kan er in archieven gericht worden gezocht naar de identiteit. „Dit was een groot zeilschip voor het vervoer van vracht. Toen het verging, moet er zeker melding van zijn gemaakt, in kranten, proces-verbalen of verzekeringspapieren.”

Onderzoek moet het uitwijzen, maar Waldus heeft al een vermoeden: hij denkt dat het schip eind 19de eeuw of omstreeks 1900 vergaan moet zijn, want afgaande op de bodemopbouw lag het slechts een decimeter onder het zeezand toen daar later 8 meter Maasvlakte-zand overheen ging. „Misschien vervoerde het kolen of textiel vanuit Engeland naar Rotterdam. We weten het niet, want we hebben geen resten van lading gevonden. Die zijn waarschijnlijk weggespoeld.”

„Helaas ook geen potten goud”, grapt Stefanie van der Wee, namens het Havenbedrijf projectmanager voor de HHTT. Na door de lucht te hebben gezweefd, ligt het scheepswrak inmiddels veilig op een dieplader. Het werk aan de kade kan weer door. „Maar voor het Havenbedrijf is het cultureel erfgoed ook belangrijk. Waarschijnlijk brengen we het onder bij informatiecentrum FutureLand. Dan kan ook het publiek kennismaken met dit stukje maritieme geschiedenis.”

    • Frank de Kruif