Recensie

Achttien jaar lang met zijn vieren getrouwd

Romans dienen in stilte gelezen te worden, maar er zijn uitzonderingen. Zoals de debuutroman van de voormalig celliste Aja Gabel.

Romans dienen in stilte gelezen te worden, maar er zijn uitzonderingen. Zo verhoogden Art Blakeys Jazz Messengers ooit mijn leesplezier tijdens Jack Kerouacs On the Road, en was Woody Guthrie een welkome compagnon bij het lezen van Steinbecks The Grapes of Wrath. Bij het lezen van deze debuutroman van schrijfster én voormalig celliste Aja Gabel raad ik Dvoráks Amerikaanse suite aan, en dan met name het lento. Het wordt door sommige critici als easy listening afgedaan, dat zij zo, maar waar het om gaat is dat het een stuk is op het standaardrepertoire van het Van Ness-ensemble uit de titel.

De leden van het ensemble komen samen in San Francisco; op eerste viool de ongenaakbare Jana, op tweede viool Britt, de wat mysterieuze wees. Op altviool het zorgeloze wonderkind Henry en op cello de al wat oudere, ietwat zwoegerige Daniel. We volgen het kwartet gedurende achttien jaar. Het repertoire wisselt, teleurstelling wordt gevolgd door succes, wanneer ze het prestigieuze Esterhazy Concours winnen. Er zijn romances binnen en buiten het ensemble, er is afgunst en onderlinge spanning. Men verhuist collectief van kust naar kust en weer terug, de buitenwereld dringt zich op, middels het sterven van familieleden en de aanslagen op de Twin Towers en dat levert enkele van de beste scènes op. Fysiek ongemak wordt sterker met de jaren. En er is de dreiging van een heus #MeToo-moment.

Hun levens zijn bijna onontkoombaar met elkaar verbonden. Zoals Daniel na een scheiding verzucht: ‘Misschien is het gewoon moeilijk om getrouwd te zijn als je al met drie anderen bent getrouwd.’

Lukt het Gabel om uit deze kleine en in hoge mate besloten wereld iets universeels te componeren? Niet helemaal. Erg goed, en met kennis van zaken geschreven (en uitstekend vertaald overigens), zijn de passages waarin de spanningen binnen het ensemble zich voortzetten in het samenspel. Het boek is vernuftig opgebouwd, met grote tijdsprongen, waarbinnen zich weer kortere sprongen naar het verleden aandienen. Dat biedt de schrijfster de mogelijkheid de veranderingen binnen het kwartet en hun afzonderlijke levens te laten passeren zonder veel van de motivaties inzichtelijk te maken. Ze tracht dit op te lossen met een omhaal van (soms te veel) woorden, maar echt overtuigend is dat niet altijd.

Een fijn en stemmig boek, desalniettemin, al is dat hier en daar vooral voor liefhebbers van, inderdaad, de literaire pendant van easy listening.

    • Jan Donkers