‘Als de ouderen dood zijn, stemt er niemand meer links’

Populisme in Toscane

Links is deze week dicht bij een implosie gekomen in Italië. In de rode bolwerken Pisa en Siena wint nu de Lega. „Salvini heeft een verhaal, of je het er nu mee eens bent of niet.”

Politie zet linkse betogers tegen de Lega in februari van dit jaar de voet dwars in Pisa. Foto Fabio Muzzi/EPA

Bijna elke dag komt een groepje pensionado’s naar een barretje in Portammare, vroeger de industriële zone van Pisa, om de toestand in de wereld te bespreken, en de voetbaluitslagen. Op tafel liggen twee lokale kranten en de roze sportkrant, die ze naar elkaar doorschuiven. Eén caffè, hooguit twee – het pensioen is geen vetpot en je moet op deze leeftijd aan je hart denken.

Arco Meucci heten ze, Paolo Davini, Paolo Mammini, Alberto Serini. Alle vier hebben ze jarenlang op links gestemd. Dit is traditioneel een ‘links’ café: tegen de gevel op de eerste verdieping prijken het symbool van de centrum-linkse Democratische Partij (PD) en dat van een linkse culturele groep met als motto ‘Vrede en Werk’. Maar de PD is woensdag weer een stap dichter bij een scheuring gekomen, en de luiken op de eerste verdieping zijn naar beneden.

Pisa, stad van arbeiders en studenten, is niet links meer. Door elkaar heen pratend en elkaar aanvullend leggen de pensionado’s uit waarom. Er is te weinig werk. Links is een sterfhuis – „als de ouderen hier dood zijn, stemt er niemand meer links”. Waarom zou je op een partij stemmen die alleen nog maar ruzie lijkt te kunnen maken? En ook al klopt hun hart links, het is zo gek nog niet als minister Salvini van de Lega zegt dat eerst de vijf miljoen arme Italianen moeten worden geholpen, en dan pas de migranten.

Door de implosie van links heeft niemand meer een weerwoord voor de populisten

Tot voor kort was Pisa een onneembaar geachte bolwerk van de centrum-linkse Democratische Partij (PD). Zoals bijna heel Toscane. In de uitslagenkaarten was er één kleur: rood. Vier jaar geleden, toen de PD bij de Europese verkiezingen landelijk ruim 40 procent van de stemmen kreeg, dacht bijna iedereen dat dit jaren zo zou blijven. Maar sinds de lokale verkiezingen in juni wordt Pisa geleid door de Lega. Onvervalst, rauw, nationalistisch rechts.

In het noorden snoept de Lega blijkens peilingen kiezers af van Berlusconi’s partij Forza Italia, vergeleken met de Lega gematigd rechts. Dat leidt tot een krachtsverschuiving binnen rechts. In Toscane wordt zichtbaar hoe het kan dat in Italië als enige land in Europa de populisten zo sterk zijn geworden dat ze nu zonder de andere partijen kunnen regeren: omdat links is geïmplodeerd krijgen de populisten nauwelijks weerwerk.

„Het echte probleem van ons land is links. Dat is er niet meer”, schreef de grande vecchio van de Italiaanse journalistiek, Eugenio Scalfari. Die 40 procent is ingekookt naar net 18 procent, landelijk. Dat cijfer is nog bedrieglijk: het hele linkse kamp is zo bezig met zichzelf dat het geen tijd en energie heeft stevige oppositie te voeren tegen een kabinet dat er ruim de kans toe biedt. Of om zelfs maar te proberen overeind te krabbelen.

Komend voorjaar moet er een congres worden gehouden, maar of dat doorgaat? Woensdag liet oud-minister Marco Minitti, vaak getipt als de enige geloofwaardige kandidaat om de oppositie aan te voeren, weten dat hij zich terugtrekt. De interne ruzies zijn té groot.

Zakkenrollers en drugshandel

Zo wordt zelfs Toscane in hoog tempo minder rood. De vier pensionado’s in het barretje leggen nog eens uit waarom ook Pisa naar de Lega is gegaan. Omdat mensen vinden dat ze niet meer veilig over straat kunnen, zeggen ze. Vooral bij het station is het een bende: dieven, zakkenrollers, drugshandel. En waarom krijgen migranten voorrang bij de toewijzing van sociale huurwoningen?

„Het moet anders, helemaal anders”, zegt Mammini. „Laten we maar eens kijken wat Salvini kan doen, wat de Lega hier voor elkaar krijgt.

„De mensen voelden hier zich niet meer vertegenwoordigd”, zegt Davini. „Er is te weinig werk, wie toch al moeite had om overeind te blijven, voelt zich bedreigd. Wat hebben we dan aan partijleiders die alleen maar met elkaar aan het bekvechten zijn?”

En Serini: „Dit is het einde van het linkse buonismo’’ – (letterlijk: goeiigheid) een term die in Italië vaak wordt gebruikt om aan te geven dat links te soft is.

Bijna niemand binnen de Democratische Partij en omgeving weet hierop een samenhangend antwoord te formuleren. Oud-premier Matteo Renzi had met zijn jeugdige elan en een minder traditioneel-linkse koers de partij vier jaar geleden naar die 40 procent gebracht, maar zijn hoogmoed en arrogantie leidden tot een electorale val.

De aanhang van Lega groeit snel

NRC Studio

Renzi maakt nu tv-programma’s over zijn geliefde Florence. Hij probeert achter de schermen een rol te blijven spelen binnen de partij, maar vrienden van hem praten nu zachtjes over een nieuwe centrum-beweging om het politieke gat naast de populisten op te vullen. Hij lijkt de PD al te hebben afgezworen.

Zo zwalkt de grootste oppositiepartijpartij stuurloos en zoekend van ruzie naar ruzie. In de eindeloze reeks bespiegelingen over wat is fout gegaan, klinkt de algemene crisis van de Europese sociaal-democratie door. De partij biedt geen ‘bescherming’ meer. Heeft geen oog voor de keerzijde van globalisering. Verdoezelt de problemen van ongecontroleerde immigratie met de mantra van humanitaire solidariteit.

Daar komen specifiek Italiaanse elementen bij. De aanhoudende economische malaise, een banenplan waarbij de nadruk lag op onzeker tijdelijk werk, verscheidene bankencrises waarvan ook veel kleine spaarders de dupe werden: door dit alles is het vertrouwen in de PD gesmolten. Daarom zeggen veel kiezers in het voormalig rode Pisa: ‘Laten we de anderen maar een kans geven, want veel slechter kan het niet worden’.

Deftige Siena

Dit speelt ook in het deftigere Siena, een ander rood bolwerk in Toscane dat in juni naar de Lega is gegaan. Migratie en veiligheid zijn hier minder een thema: de stad is te duur voor migranten. Hier is de coterie van linkse bestuurders en bankiers in zijn hemd komen te staan. „Links had alles in handen: de gemeente, de universiteit, het ziekenhuis”, zegt Francesco Mangiavacchi. Ook hij, een klusjesman, is na tientallen jaren links een spijtoptant geworden. „Het draaide allemaal om de bank, de Monte dei Paschi di Siena, de oudste bank van Italië. Als die aan het einde van het jaar geld over had, werd dat weer in de stad geïnvesteerd. Toen het met onze bank nog goed ging, waren de mensen erkentelijk en stemden ze links.”

Maar de Monte dei Paschi, een machtscentrum van links, ging door een veel te dure overname bijna failliet. Het geld was op, en met een lege portemonnee kwamen ook de universiteit en het ziekenhuis in de problemen. De mythe van het degelijke rode bestuur werd doorgeprikt. „De stad blijkt gewoon slecht te zijn bestuurd”, zegt Nicola Pais, een jonge bouwkundige. „De mensen zijn het zat, geloven niet meer dat links hun problemen kan oplossen.” De Lega wel? Hij haalt zijn schouders op.

Op een muurtje langs een van de straten in het oude centrum zit Francesco Belli, een bijna gepensioneerde ambtenaar, een ijsje te eten. Ook hij was links. „Onze politici zijn vergeten naar de mensen te luisteren”, zegt hij. „Gevolg is dat het land nu een autoritaire wending maakt. Vreselijk. Salvini heeft een verhaal, of je het er nu mee eens bent of niet. Links niet. Je hoort ze niet eens meer.”

    • Marc Leijendekker