Wie betaalt voor klimaat? Dát is de vraag

Klimaattop in Katowice

Meer dan ooit moeten politici vraag beantwoorden hoe de klimaatkosten zo te verdelen dat hun burgers niet voor populisten kiezen.

Europa’s grootste kolencentrale, in de buurt van het Poolse Belchatov. Foto Kacper Pempel/Reuters

Make our planet great again’, luidde twee jaar geleden het antwoord van Emmanuel Macron op het besluit van de net gekozen Amerikaanse president Donald Trump om uit het Klimaatakkoord van Parijs te stappen. Macron nodigde Amerikaanse klimaatwetenschappers uit om naar Frankrijk te komen als ze het in eigen land niet langer uithielden. Want het alom bejubelde Klimaatakkoord dat in 2015 in Parijs werd gesloten, was in zijn ogen de Franse bijdrage aan de redding van de planeet.

Daarom had Macron ook grote plannen voor de klimaattop in Katowice. Frankrijk zou de wereld tonen dat economische groei en de reductie van broeikasgassen prima samengaan. Voorafgaand aan de klimaattop zette de president zich met een groep gelijkgezinde Europese landen – waaronder ook Nederland – in om de ambities voor Katowice op te schroeven.

Maar na een paar weken van steeds gewelddadiger protesten in eigen land tegen een relatief bescheiden vergroening van de belastingen, waardoor benzine (nog) duurder werd, is de Franse president bezweken. Eerst besloot zijn regering de ecotaks met zeker een half jaar uit te stellen, inmiddels lijkt het hele plan van de baan.

Verzet van ‘vergeten’ burgers

Macron botst op het verzet van hetzelfde deel van zijn bevolking dat juist door Donald Trump in zijn verkiezingscampagne met zoveel succes werd aangeboord. Het is een groep die zich vergeten voelt door politici die in hun ogen almaar zwaardere lasten op hun schouders leggen, zonder dat ze daar veel voor terugkrijgen – in ieder geval niet zichtbaar.

Woensdag strooide Trump zout in de wonde van Macron. Met het besluit om de belasting op benzine niet te verhogen, is Macron kennelijk tot dezelfde conclusie gekomen als ik, vond Trump: „Het akkoord van Parijs vertoont ernstige gebreken want het verhoogt de energieprijzen van landen die zich verantwoordelijk gedragen, waardoor sommige van de grootste vervuilers worden witgewassen.” Trump zei dat ook hij schoon water en schone lucht wil, maar Amerikaanse belastingbetalers „hoeven niet te betalen voor de vervuiling van andere landen”.

Klimaat gaat niet in de eerste plaats over schoon water en schone lucht, en de VS gedragen zich op het gebied van klimaatverandering zeer onverantwoordelijk – zeker onder deze president. Maar toch raakt Trump met zijn opmerking de kern van het klimaatakkoord.

In zijn vermaarde Stern Review, over de economie van klimaatverandering, legde de Britse econoom Nicholas Stern al in 2006 uit dat klimaatverandering in de eerste plaats een verdelingsvraagstuk is. Wie draait op voor de kosten?

Binnen de Verenigde Naties geldt het principe van een ‘gezamenlijke, maar verschillende verantwoordelijkheid’ voor landen. Simpel gezegd betekent dat, dat er veel geld (en dus ook veel welvaart) van rijke naar arme landen zal moeten gaan. Zonder die geldstroom zal de opwarming onvoldoende worden teruggedrongen – want de grootste groei van de uitstoot van broeikasgassen komt nu uit de armere landen. Niemand kan hun de welvaart ontzeggen die rijke landen al hebben – dank zij meer dan een eeuw ongelimiteerd gebruik van fossiele brandstoffen.

Vrees voor ‘Fortuyn-revolte’

Maar hoe zit het met een rechtvaardige verdeling binnen (rijke) landen zelf. In Nederland waarschuwde CDA-leider Sybrand Buma dit najaar in weekblad Elsevier voor een maatschappelijke tweedeling tussen „mensen die hun vleugels uitslaan over de hele wereld […] en mensen die zoveel op zich af zien komen dat ze geen vaste grond onder de voeten voelen”.

Lees ook: Franse crisis raakt heel Europa

Buma vreesde voor een Pim Fortuyn-revolte maar dan niet over migratie, maar over klimaat.

Een jaar daarvoor waarschuwde Onderzoeksbureau CE Delft in een rapport in opdracht van Milieudefensie, dat te hoge lasten voor mensen die het niet kunnen betalen, kan leiden „tot weerstand tegen het klimaatbeleid, waardoor het kan vastlopen door gebrek aan maatschappelijk of politiek draagvlak.”

De onderzoekers komen tot de conclusie dat de industrie nauwelijks betaalt voor zijn vervuiling en optimaal profiteert van subsidies. Huishoudens worden juist steeds meer afgerekend volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Volgens CE Delft blijkt dat juist de lagere inkomens een relatief groter deel van hun geld kwijt zijn aan klimaatbeleid.

‘Sociaal mandaat nodig’

Na een week van ambtelijk overleg, komen maandag de politici naar Katowice om een deal te sluiten. Meer dan ooit moeten zij de vraag beantwoorden hoe klimaatontwrichting op de langere termijn wordt voorkomen, zonder dat hun kiezers daardoor te veel op kosten worden gejaagd en hun heil zoeken bij populistische partijen die klimaatbeleid afwijzen?

Robin Webster van Climate Outreach, een Europese denktank over communicatie over klimaat, verweet westerse landen donderdag in Katowice de afgelopen dertig jaar veel te weinig te hebben ondernomen om burgers te overtuigen van de noodzaak van verandering. Daardoor ontbreekt „een breed sociaal mandaat voor actie”. Volgens Webster moeten beleidmakers heel snel gaan begrijpen dat „serieuze betrokkenheid van iedereen een noodzakelijk onderdeel uitmaakt van klimaatbeleid”.

    • Paul Luttikhuis