Opinie

Weten we nog wel hoe broos de orde is?

Instabiliteit De revolutie die populisten, Brexiteers en gele hesjes eisen kan zomaar op hol slaan, schrijft . Helaas is de generatie die zelf heeft ondervonden wat dat betekent aan het uitsterven.

Oproerpolitie met waterkanon in wolken traangas tijdens rellen rond de Arc de Triomphe in Parijs op 1 december. Foto Etienne Laurent/EPA

Terwijl de Amerikanen zich over de wapenfeiten van wijlen George H.W. Bush buigen, is het nog altijd het eerste wat eruit springt. Hij was de jongste piloot van de Amerikaanse marine. Hij blijft de laatste Amerikaanse president met gevechtservaring. De herdenkingsdienst van woensdag was voor één man, maar tegelijk toch ook voor een generatie die haar beste jaren aan de Tweede Wereldoorlog heeft gegeven.

In alle theorieën achter het losgebarsten populisme – de bankencrisis van 2008, de immigratie – wordt te weinig stilgestaan bij de verdwijning van die ‘grote’ generatie, niet alleen uit het landsbestuur maar ook uit het electoraat.

Ervaring met trauma’s leidt niet automatisch tot risicomijding. Maar omdat die generatie westerlingen op een haar na de verwoesting van de beschaving had meegemaakt, speelde ze na 1945 niet lichtzinnig met gevaarlijke ideeën. Necrologieën waarin de behoedzaamheid van Bush wordt toegeschreven aan de ouderwetse Amerikaanse waarden of de Episcopaalse Kerk, gaan voorbij aan de vormende werking van een oorlog.

Om te zien wat er gebeurt als samenlevingen onvoorzichtig worden, hoeven we maar om ons heen te kijken. Wat Donald Trumps ex-adviseur Steve Bannon verenigt met de muitende ‘gele hesjes’ en de vurigste Britse Brexiteers, is niet alleen hun wens om de bestaande orde onderuit te halen. Ze denken dat een voorbijgaande economische strijd het ergste is wat er kan gebeuren.

Onbedoelde gevolgen

Geen van deze mensen wil actief dat de beschaving ten onder gaat. Ze onderschatten alleen het vooruitzicht dat dit gebeurt als de onbedoelde uitkomst van hun daden. Hoe kan het ook anders? Onbedoelde gevolgen, de kwetsbaarheid van de orde, de ongeleide vlucht die ideeën kunnen nemen: het vergt een bitterder ervaring met de geschiedenis om deze gevaren in het achterhoofd te houden dan de meeste mensen van onder de 90 jaar tot hun beschikking hebben.

Lees ook dit opiniestuk: Voorspel van een klassenoorlog

Het is veelzeggend dat de populistische koorts in de Amerikaanse politiek oplaaide in de jaren negentig, toen de macht van de oorlogsgeneratie op haar kinderen overging. Newt Gingrich, die olifant in de porseleinkast, was de eerste Speaker van het Huis van Afgevaardigden die na de crisis van de jaren dertig was geboren. Wat zijn voorgangers zagen als een samenwerking van volwassenen tegen de extremen, zag hij als corrupte vriendjespolitiek waardoor Washington rijp was voor een ‘revolutie’. Nogmaals, het is niet zozeer de kwaadwilligheid als wel de onschuld die verontrustend is: de veronderstelling dat er in het echte leven wel ergens een zekering of veiligheidsklep is die een ideologisch avontuur zal afsluiten zodra het uit de hand loopt.

Het zou leuk zijn om de onbezonnenheid van die populistische leiders te veroordelen en het daarbij te laten. Het probleem is dat mensen bij bosjes op hen stemmen. Dat een hele generatie de voorzichtigheid uit het oog verliest, is een massaverschijnsel en beperkt zich niet tot de elite.

‘Het visie-ding’

In zekere zin had Bush wel degelijk wat hij ooit weglachte als ‘het visie-ding’. Het vergt visie om de broosheid van de orde in te zien. Ook op momenten van ogenschijnlijke triomf voelde hij de mogelijkheid van een tragedie en daarom weigerde hij in 1989 de Sovjets te vernederen of in 1991 door te stoten naar Bagdad.

De vraag is waar die waakzaamheid vandaan kwam. Voor inzicht in de menselijke drijfveren is een Freud of Shakespeare nodig. Misschien staan de necrologieschrijvers wel terecht stil bij die Yankee-behoedzaamheid uit zijn jeugd. Alleen waren er miljoenen generatiegenoten van hem die niet zo’n opvoeding hadden en die na de oorlog toch steeds weer en masse, decennium na decennium, voor verschillende soorten stabiliteit stemden. Wat ze deelden was hun jeugdervaring van een op hol geslagen ideologie.

Lees ook: George H.W. Bush (1924-2018), Wereldleider tegen wil en dank

Die generatie is al vereerd tot op het sentimentele af. Bush vraagt een genuanceerder benadering. En dan moet ook worden gekeken naar zijn aanvankelijke aarzelingen inzake de burgerrechten. Maar die uitstapjes naar de donkerder kanten van de politiek vallen juist op omdat ze niet kenmerkend voor hem zijn. Over het algemeen had hij een voorliefde voor gematigdheid die aansloot bij zijn vormende ervaringen met het tegendeel. Bankencrisis of geen bankencrisis, overvloedige immigratie of niet, misschien was het Westen hoe dan ook ontvankelijk voor extremisten toen zijn generatie gaandeweg verdween en haar leerzame ervaringen met zich mee nam.

Potsierlijke vreugde

Een sociale orde vernietigt tot op zekere hoogte zichzelf. Hoe langer ze bestaat, hoe meer de mensen haar als vanzelfsprekend gaan beschouwen. Historische gebeurtenissen die hen tegen deze zelfgenoegzaamheid waarschuwen worden eerst van levende herinnering folklore en daarna iets wat meer op een gerucht lijkt. Denkbeelden waarvan hun voorouders de rillingen hadden gekregen worden geloofwaardig en zelfs opwindend. Denk aan de potsierlijke vreugde bij het vooruitzicht van een oorlog in het verenigd Koninkrijk in 1914. Die gaat elk begrip te boven, totdat we bedenken dat het land sinds Napoleon geen ervaring meer met massamobilisatie had gehad.

We beleven nu misschien een (tot nu toe mildere) versie van hetzelfde verschijnsel: dat we openstaan voor politieke extremen door de historische afstand van de keer dat ze voor het laatst zijn uitgeprobeerd. De consequentie van deze stelling is even somber als de stelling zelf. Wil het Westen zijn afkeer van wilde ideeën terugvinden, dan moeten ze misschien eerst wel weer mislukken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.