Opinie

Welke armoedecijfers zijn juist?

CBS en SCP rapporteren verschillend over armoede, schrijft . Dat werkt verwarrend.

Foto iStock

Het zijn verwarrende tijden voor wie zich beroepsmatig of vanuit sociale betrokkenheid interesseert voor de stand van de armoede in Nederland. Nederland telt twee aan de overheid gelieerde organisaties die periodiek en grondig onderzoek doen naar armoedetrends in Nederland: het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Geen enkele armoedebestrijdingsorganisatie heeft de kennis, mankracht en budgetten om de kwaliteit van hun onderzoek te overtreffen.

Beide organisaties hanteren echter verschillende criteria voor armoede. Het CBS vindt dat je als alleenstaande een ‘laag inkomen’ hebt als je maandelijks 1.040 euro te besteden hebt. Het SCP stelt de armoedegrens op 1.135 euro (beide in 2017). Het SCP loopt daarnaast achter op het CBS. Het SCP kwam in november van dit jaar met armoedecijfers van 2016, terwijl het CBS enkele weken eerder al met cijfers over 2017 kwam.

De communicatie-afdelingen van de twee organisaties interpreteren het onderzoek van hun eigen organisatie op hun eigen manier. Het gevolg? In januari kwam het CBS met een onderzoek waarover de NOS berichtte onder de kop Langdurige armoede neemt toe in Nederland. Het SCP kwam eind november met een rapport dat als nieuws had: „Nederland telt minder mensen die in armoede leven.”

Als professional ben je al minstens een halve dag bezig om uit te zoeken waar de verschillen en overeenkomsten zitten

Het CBS meldde echter enkele weken daarvoor juist: „Voor het eerst in vier jaar is het aantal huishoudens met een laag inkomen weer gestegen.” Begin oktober kwam het SCP dan weer met een veelbesproken onderzoek over ‘werkende armen’. De cijfers bleken uit 2014; het probleem zou daarna afgenomen zijn.

Als professional ben je al minstens een halve dag bezig om uit te zoeken waar de verschillen en overeenkomsten zitten tussen de armoede-rapporten van CBS en SCP, en waar eventueel appels met peren worden vergeleken. En wat er nu werkelijk speelt in Nederland. Samengevat en concluderend is dit de rode draad: armoede in Nederland daalt in absolute aantallen, heel licht. Maar binnen die licht slinkende groep armen stijgt het aandeel van mensen dat langdurig, langer dan vier jaar, in armoede zit.

Een leek gaat dat allemaal niet uitzoeken. Die denkt alleen: armoede in Nederland? Daar was iets mee, maar wat? Minister Koolmees van Sociale Zaken, doe iets! Laat deze instituten met elkaar communiceren en in de toekomst weer een gezamenlijk rapport uitbrengen, zoals ze tot en met 2014 deden. Er is grote behoefte aan eenduidige cijfers. In het belang van een geloofwaardige overheid. In het belang van een effectieve armoedebestrijding. En vooral in het belang van de Nederlanders onder de armoedegrens zelf.

Teije Brandsma is voorlichter van Stichting Armoedefonds

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.