Vrijwilligers helpen politie bij cyberspeurwerk

Dark web Veertien deskundigen gaan hun kennis inzetten voor de politie. In eerste instantie gaan ze op zoek naar wapens en drugs.

In beslag genomen wapens. Foto Koen van Weel/ANP

Sinds woensdag heeft de politie de beschikking over veertien vrijwilligers die helpen bij de opsporing van cybermisdaad. Ze zullen zich vooral bezighouden met het dark web, een verhuld deel van het internet waar volgens de politie misdaad de boventoon voert. De politie haalt zo niet alleen externe expertise binnen, maar biedt daarmee ook ruimte aan mensen die graag willen helpen. Net zoals dat gebeurt bij zoektochten naar vermisten.

De veertien ‘cybervrijwilligers’ helpen de politie al langer. Er is een gepensioneerde natuurkundige bij, en iemand uit de logistiek die door een herseninfarct niet meer kon werken. Anderen hebben gewoon nog een baan, voornamelijk in de ICT. Ze zijn al langer actief voor de politie, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur digitalisering en cybercrime.

De politie werkt al jaren met vrijwilligers. Zij worden ingezet voor surveillances, hebben een opleiding en dragen een uniform. Andere vrijwilligers helpen bijvoorbeeld met administratieve werkzaamheden, of beantwoorden niet-spoedeisende telefoontjes. Maar als het aan Van der Plas ligt, krijgen ze ook een grotere rol in de opsporing op internet.

„We werken al samen met universiteiten, hogescholen en bedrijven en in dit geval met politievrijwilligers die in hun baan met die ontwikkelingen in aanraking komen”, zegt Van der Plas. „Zo halen we actuele kennis die buiten de politie beschikbaar is ook naar binnen bij ons.”

Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat tweehonderd van de huidige vrijwilligers voor de politie relevante expertise bezit. Een „groot deel” van die groep bleek bereid die kennis voor de politie in te zetten. Tegelijk moet de samenwerking uitdrukkelijk de banden tussen experts uit het bedrijfsleven en de politie zelf versterken. Er wordt vanuit de politie zelfs actief contact gezocht met specialisten bij bedrijven die kennis en kunde kunnen bijdragen.

De veertien vrijwilligers van Van der Plas zijn grondig voorbereid, zegt hij. Ze hebben een training gehad waarbij hun onder meer is geleerd hoe ze een proces-verbaal over cyberzaken moeten opstellen. Ook wordt aan hun ‘mentale weerbaarheid’ gewerkt, om te kunnen omgaan met bijvoorbeeld gewelddadige beelden of kinderporno, mochten ze daar onbedoeld op stuiten. „Ik denk dat het belangrijk is dat mensen wat ze tegenkomen kunnen verwerken.” Hun hoofdtaak ligt voorlopig echter elders. Ze zullen in eerste instantie vooral op zoek gaan naar informatie over verkooppunten voor wapens en verdovende middelen.

De vrijwilligers is op het hart gedrukt dat ze in hun zoektocht niets mogen bestellen, zegt Van der Plas. „Daar hebben we anderen voor, onder gezag van het Openbaar Ministerie.” Uitlokking ligt op de loer, net als vermenging van commerciële belangen en mogelijke problemen met de veiligheid. Duidelijke briefings vooraf, goede begeleiding en controle op de rapportage die de vrijwilligers indienen, moet ervoor zorgen dat ze binnen de kaders van de wet blijven opereren.

De eerste vrijwilliger heeft bij wijze van proef al meegewerkt aan een onderzoek van het zogenoemde darkwebteam. De anderen gaan daarnaast meewerken in het cybercrimeteam van de politie Rotterdam. Op termijn belanden ze ook bij andere eenheden, verwacht Van der Plas. Daarbij spelen ook de kosten een rol. De salarissen die ICT’ers in het bedrijfsleven kunnen verdienen, „daar kunnen wij op dit moment niet tegenop”.

    • Bastiaan Nagtegaal