Recensie

Sierlijke opwinding van een twinkelende man: Jean Cocteau

Recensie

De eerste overzichtstentoonstelling van Jean Cocteau in Nederland, in het Design Museum Den Bosch, laat zien wat voor veelzijdig, elegant, speels en serieus kunstenaar de Franse ster van de beau monde was.

Cocteau ontwierp sieraden voor Elsa Schiaparelli: ook te zien in Den Bosch Foto Designmuseum Den Bosch

Toen Jean Cocteau werd gevraagd: „Als uw huis in brand stond, wat nam u dan mee?”, wist hij het meteen: „Het vuur!”

Dat was een leuk antwoord, maar het was geen grap. Alles kun je opgeven, het gaat om de hitte. Wie het vuur in durft, heeft het in zich om kunstenaar te zijn. Jean Cocteau (1889-1963) was een grootse kunstenaar. Dat is het eerste wat de bezoeker voelt, die zich verbazend dwaalt door de eerste overzichtstentoonstelling van zijn werk in Nederland in het Design Museum in den Bosch.

Enorme foto’s springen in het oog van hem samen met de beroemdheden van zijn tijd, Charles Aznavour, Coco Chanel, Brigitte Bardot. Hij was een ster in de beau monde van de jaren 50.

Tekening van Cocteau in kenmerkende losse trefzekere stijl

Foto Designmuseum Den Bosch

Maar wie daar naartoe loopt, struikelt bijna over een lange vitrine met een reeks weergaloos ijle zelfportretten in potlood, op vergeelde vellen. Hij maakte ze in 1923-1924, na de ontijdige dood van zijn vriend, de schrijver Raymond Radiguet. Rond elke tekening dwarrelen notities over wat hij denkt, overweegt, observeert. De pennestreken illustreren de tekeningen, de tekeningen verhelderen de woorden. Hij legde zichzelf aan zichzelf uit.

Tekeningen, sieraden, films

Achter deze reeks tekeningen opent zich de expositie. Cocteau beschouwde alles wat hij maakte als een zelfportret, zijn tekeningen, zijn films, zijn keramiek, de japonnen voor Coco Chanel, de sieraden voor Elsa Schiaparelli, de stukken voor de Ballets Russes van Serge Diaghilev, ja zelfs de tastende portretten van zijn vrienden en geliefden.

Conservator Elly Stegeman verknoopt dit alles in een tentoonstelling die ze Metamorphosis noemde. Inderdaad. Elk werk was een metamorfose. Telkens werd Cocteau een ander – en daarbij bleef hij zichzelf. De filmer bleef de tekenaar, de ontwerper bleef de toneelschrijver – en wie hij ook werd, hij bleef een dichter. Iemand die onzichtbare werelden onthult met enkele woorden, met witregels.

Speels en bloedserieus is hij, en altijd verbluffend elegant, van het trieste beest in zijn film La belle et la bête (1946) tot de krullende lijnen in zijn tekeningen. Ik zie faunen met Griekse profielen en lepe oogopslag, getekend met één lijn. Ik zie godinnen met een oog met vissenstaart. Ik zie combinaties van mens met mens, mens met dier. Maar ik zie ook een trefzeker portret van Albert Einstein, als middelpunt van een sterrenbeeldenhemel.

Tussen die werken gonzen fragmenten van tv-interviews vol met de luchtigheid van grote denkers. Cocteau was een twinkelende man. Gewichtigheid deed hem niks. Grote woorden haalde hij onderuit. Kijk naar hem en je wordt verliefd. Je snapt dat hij barstte van de vrienden en met al die vrienden werkte hij samen.

Sierlijke erecties

Maar zijn grootste vriend en inspirator was Pablo Picasso. Ondanks de stilistische overeenkomsten verschilt hun werk sterk. Cocteau was geen schilder, zoals Picasso geen dichter was. Picasso laat zich consequent kennen als de intimiderende macho. Jean Cocteau is altijd zachtmoedig viriel. Zelfs zijn illustraties bij Querelle de Brest (1947), de geruchtmakende homoerotische roman van Jean Genet, zijn eerder aanbiddellijk dan agressief. Hij tekende matrozen, genietend van hun lome opwinding. Nooit zag ik zulke sierlijke erecties.

Hoor ik daar nu actrice Halina Reijn? Ja! Een video toont een fragment uit haar succes-monoloog La voix humaine – geschreven door Jean Cocteau. Ook al.

    • Joyce Roodnat