Opinie

    • Auke Kok

Pontje over het IJ: druk? Ja. Romantisch? Ja

Denkend aan Hong Kong zie ik mezelf dobberend tussen Kowloon en Hong Kong-eiland, helemaal happy op het veer, totaal opgenomen door de belofte van torens en lichtjes, van het ongerepte stadsgevoel. Een klein beetje van dat gevoel dringt zich aan mij op tussen Noord en Centraal Station. Steeds meer zelfs, nu de buitenwijk ten noorden van het IJ uitdijt en hoger wordt en de verlokkingen zich er opstapelen als chocolaatjes in een snoepwinkel. De pont zorgt daarvoor: dat je denkt, wat goed om hier te zijn. Noem het zelfgenoegzaam, maar zo is het. Wachtend met de fiets als de laadklep daalt, de horden stadsgenoten en gasten die eraf komen; jij die erop moet, de hoofden, de blikken, die jassen en brommers, daar gaat niets boven.

Juist tussen de stadsdelen in, op het natte niemandsland, als je eigenlijk nergens bent, ben je er het meeste – in Amsterdam.

Vandaar mijn jarenlange vrees dat de Noord/Zuidlijn het einde van de pont zou betekenen. Hoe naïef, wat zeg ik, onnozel.

Juist tussen de stadsdelen in, op het natte niemandsland, als je eigenlijk nergens bent, ben je er het meeste – in Amsterdam

Ook de fietsersbrug, waarover al jaren wordt gesteggeld, zal het IJ-veer niet wegdrukken. Ondenkbaar dat die brug, een winderig hoog geval vanaf het Java-eiland, de fietsers tussen Noord en centrum massaal naar het oostelijk havengebied zal lokken. De omweg is te groot. Het alternatief is een tunnel. Mogelijk dat één van de twee buizen van de IJtunnel geschikt kan worden gemaakt voor fietsers. Er rijden immers steeds minder auto’s en bussen onder het IJ. Maar gezien de diepte van die tunnel zou dat volgens deskundigen een hele klauterpartij worden: senior-onvriendelijk.

Nee, de pont zal blijven. Een heerlijk vooruitzicht. Ooit zag ik wethouder Eric Wiebes in de puinzooi van CS staan orakelen over het ontwikkelen van beide IJ-oevers. Door die ontwikkeling moest de Noord/Zuidlijn er beslist komen, zei hij. Ik lachte erom. Rare Wiebes. Dacht hij nou werkelijk dat het aan gene zijde van het IJ ooit zou bruisen? Ja dus. In ieder geval gaat het die kant op, en dat maakt het pontje almaar leuker en minstens zo onmisbaar als in de Middeleeuwen.

De oversteek van vijf minuutjes, niets en alles tegelijk, zal aan romantiek winnen als Noord straks, in Wiebes’ woorden, een nieuw stedelijk centrum is. Ik kan niet wachten. Laat de volkszangers de pont over het IJ bezingen. Laat een hedendaagse Breitner de nieuwe koepel boven CS in olieverf vangen, bezien van het kabbelende water. Vroeger zag je speelfilms met achtervolgingsscènes op de grachten, hoe ouderwets. Laat regisseurs zich te buiten gaan aan opbloeiende liefdes op het veer, de A’dam Toren blinkend op de achtergrond. Váren willen we, vijf minuten van denken of gewoon staren, nutteloos onszelf zijn tot je aan de overkant bent.

Niet klagen over de vijftigduizend passagiers die dagelijks de ‘IJsprong’ maken. Ook niet over de verdubbeling van ijsprongen die op ons wacht. Gewoon inschikken met z’n allen, slimmere en grotere ponten laten bouwen en weten dat je in een stad woont.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok