Tweede Kamerpersoneel voelt zich niet veilig op de werkvloer

MeToo Zeven Tweede Kamerwerknemers zijn slachtoffer van seksuele intimidatie. Zij zijn allemaal niet tevreden met de afhandeling van hun zaak.

Kamervoorzitter Khadija Arib tijdens het Vragenuurtje in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat/ANP

Toen de internationale golf van #MeToo-schandalen begin dit jaar het Binnenhof bereikte, leek Den Haag voortvarend aan de slag te gaan. Er zouden onderzoeken gedaan worden en maatregelen genomen om een veilige werkomgeving te creëren voor ambtenaren en politici. Van die ambities is nog weinig terechtgekomen, zo blijkt uit een intern onderzoek van de Tweede Kamer, dat in handen is van NRC, en een rondgang langs Kamerfracties en ministeries. In het Kameronderzoek hebben zich zeven slachtoffers van seksuele intimidatie gemeld.

Van de politieke partijen die een intern onderzoek beloofden, heeft alleen GroenLinks dat inmiddels afgerond. Andere partijen zijn nog in de voorbereidingsfase, of zien ervan af.

Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt dat, na een Kamermotie uit februari, in reguliere onderzoeken onder ambtenaren speciale vragen zijn opgenomen over ongewenst seksueel gedrag. De bevindingen worden in mei verwacht. Daarnaast is geprobeerd „de toegankelijkheid van vertrouwenspersonen laagdrempeliger te maken”. Binnen de Tweede Kamer is inmiddels wel een veelomvattend „werkbelevingsonderzoek” uitgevoerd door een extern bureau. In de enquête, in september ingevuld door 300 van de 415 ambtenaren, zaten enkele vragen over seksuele intimidatie. Zeven mensen hebben aangeven daar slachtoffer van te zijn geweest: ruim 2 procent.

Sociale veiligheid

Opmerkelijk is dat vier van de zeven slachtoffers zeggen hun incident eerder binnen de Kamer te hebben gemeld, bijvoorbeeld bij een vertrouwenspersoon of leidinggevende. Van hen is „100 procent ontevreden” over de wijze waarop hun klacht door de organisatie is afgehandeld.

Ook op sociale veiligheid scoort de Kamer slecht. Slechts 18 procent vindt de organisatie „veilig om een risico te nemen” en „ongeveer eenderde stelt dat fouten maken negatieve persoonlijke consequenties kan hebben”. Uit uitgelekte notulen blijkt dat de ondernemingsraad spreekt van „een (groot) gevoel van onveiligheid” onder het personeel.

Hoewel Kamervoorzitter Khadija Arib het werkbelevingsonderzoek zelf publiekelijk aankondigde, wil zij niet ingaan op de methode, resultaten en vervolgstappen. „We gaan ermee aan de slag”, belooft haar woordvoerder.

Ton van der Zee, voorzitter van de ondernemingsraad maakt zich zorgen. „We weten dat mensen het melden van misstanden moeilijk vinden en hieruit blijkt dat klachten ook slecht worden behandeld.”

Het werkbelevingsonderzoek is gehouden in reactie op de internationale beweging van vrouwen en mannen die onder de hashtag #MeToo vertelden over seksueel overschrijdend gedrag dat zij hebben ondervonden, vooral tijdens werk. Rond het Binnenhof haalden twee gevallen de publiciteit. VVD-Kamerlid Han ten Broeke stapte op om „een ongelijkwaardige relatie” met een fractiemedewerkster. GroenLinks ontsloeg een werknemer die een stagiaire had aangerand.

Begin dit jaar leek er op initiatief van D66 een flink Haags onderzoek te zullen komen naar seksueel wangedrag. Vervolgens verhinderden verschillende partijen, waaronder D66, dat hun fractiemedewerkers zouden worden opgenomen in een Kamerbreed onderzoek. In de enquête die de Kamer nu heeft laten doen, zijn ambtenaren van ondersteunende diensten bevraagd, maar niet Kamerleden en mensen die direct voor hen werken.

Eventuele consequenties

De meeste Kamerfracties beloofden voor de zomer eigen onderzoek in te stellen. Desgevraagd zegt een woordvoerder van GroenLinks dat hun onderzoek – onder fractiemedewerkers – inmiddels is afgerond. Zij wil niets zeggen over de resultaten of eventuele consequenties.

VVD, CDA, PvdA, ChristenUnie en 50Plus, melden dat hun onderzoeken nog in voorbereiding zijn. De PvdD heeft het uitgesteld. D66 is iets verder gevorderd. De partij heeft een extern bureau in de arm genomen om begin volgend jaar onderzoek te verrichten dat hun medewerkers en Kamerleden zal omvatten. De SP huurt geen bureau in. De PVV zal waarschijnlijk geen onderzoek verrichten. SGP, Denk en Forum voor Democratie evenmin.

Het is onbekend of fractie-onderzoeken zich specifiek zullen concentreren op #MeToo of algemener de tevredenheid van werknemers peilen. In het Kameronderzoek is gevraagd of werknemers seksuele intimidatie hebben ervaren en, zo ja, of de vermeende dader een collega was. Bij vijf van de zeven gevallen was een collega of leidinggevende betrokken, twee keer kwam de intimidatie van ‘externen’, burgers die de Kamer bezoeken of politici en hun medewerkers. Wat precies is voorgevallen, blijft vaag. „Seksuele intimidatie gaat meestal over betasting of seksueel getinte grappen.”

Het onderzoek beslaat een periode van de twaalf maanden, voor afgelopen september. In die periode zou bij 33 mensen bedreiging of agressie zijn voorgekomen, 22 medewerkers zijn het slachtoffer geweest van pesten en 18 van discriminatie.

In open vragen zeggen medewerkers „duidelijkheid in structuur en verantwoordelijkheden” van hun ambtelijke en politieke leidinggevenden te missen. De ondernemingsraad uit in de gelekte notulen bovendien „stevige zorgen over de bejegening van de werknemers door de politieke top van de organisatie”. Daarmee wordt Kamervoorzitter Arib bedoeld. In april 2017 stapten twee van de drie directieleden van de Tweede Kamer op omdat ze niet meer met Arib wilden samenwerken.

M.m.v. Lamyae Aharouay en Barbara Rijlaarsdam
Correctie 6-12: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de SP een onderzoek in voorbereiding heeft. Inmiddels heeft de partij besloten geen extern bureau in te huren.
Correctie 7-12: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de ChristenUnie een bureau heeft ingeschakeld om begin volgend jaar onderzoek te laten doen. Dat onderzoek is nog in voorbereiding.
    • Emilie van Outeren