Minister komt met fonds voor mbo’er die studievertraging oploopt

De tien miljoen euro is bijvoorbeeld bestemd voor studenten die ziek worden of zwanger raken, en daardoor tijdelijk niet naar school kunnen.

Studenten in de kantine van een mbo-school in Leiden. Foto Koen Suyk/ANP

Mbo’ers die “met een goede reden” studievertraging oplopen, kunnen als het aan minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) ligt in de toekomst aanspraak maken op een fonds van in totaal tien miljoen euro. De regeling gaat alleen gelden voor mbo-studenten die geen studiefinanciering meer ontvangen, laat het ministerie donderdag weten.

De vergoeding is bedoeld voor mbo’ers die een tijd niet naar school kunnen omdat ze bijvoorbeeld ziek zijn, zwanger worden of in een studentenraad zitten. Welke kosten zij precies vergoed krijgen, ligt aan hun onderwijsinstelling. De minister verdeelt het geld namelijk over alle mbo-scholen in Nederland. Die mogen vervolgens zelf bepalen hoe ze hun studenten ermee willen ondersteunen.

Naar verwachting kunnen de eerste mbo’ers in het collegejaar 2020-2021 profiteren van de regeling. Het plan van Van Engelshoven staat in een wetsvoorstel, waar burgers de komende zes weken online hun mening over mogen geven. Daarna moet het voorstel nog langs de Raad van State en de ministerraad.

Arme gezinnen

Het fonds gaat ook gebruikt worden ter ondersteuning van mbo-studenten uit arme gezinnen. Zij kunnen studiematerialen zoals laptops, boeken en werkkleding vergoed krijgen die ze normaal gesproken zelf zouden moeten betalen. Nu hebben ze die mogelijkheid ook al, alleen is die gebaseerd op tijdelijke regelingen. Het fonds van Van Engelshoven moet voor een permanente oplossing zorgen.

Jongeren met bijvoorbeeld autisme of ADHD redden het vaak niet op het mbo. Lees ook: En dan struikel je op het mbo

Nederland telde in het schooljaar 2016-2017 bijna een half miljoen mbo-studenten, aldus koepelvereniging de MBO Raad. De woordvoerder van het ministerie wist donderdagochtend niet direct te vertellen hoeveel van hen geen studiefinanciering ontvangen, en dus in aanmerking komen voor het nieuwe fonds. Mbo-studenten hebben in tegenstelling tot hbo- en wo-studenten nog recht op een basisbeurs.

Wel is duidelijk dat het ministerie er in een eerste schatting van uitgaat dat ongeveer 1.600 studenten per schooljaar gebruik gaan maken van de regeling. Na een jaar komt er een evaluatie om te kijken of die schatting klopt, aldus de woordvoerder.

In het wetsvoorstel van de minister staat ook dat mbo’ers officieel studenten gaan heten. “Mbo’ers zijn studenten”, zegt Van Engelshoven op de site van het ministerie. “Met deze wet regelen we dat nu officieel.” Tot slot staat in de nieuwe wet dat mbo’ers tot 23 jaar die uitvallen zonder diploma, wel een verklaring krijgen met daarop de vakken die ze hebben voltooid. Dat moet het voor hen makkelijker maken om een baan te zoeken of later weer te gaan studeren.

    • Vincent Sondermeijer