Mannen én vrouwen onderschatten hoe vaak seksuele intimidatie voorkomt

Volgens een onderzoek van Ipsos schatten Nederlandse mannen het probleem van seksuele intimidatie van vrouwen op de helft van de werkelijke omvang van het probleem.

Archiefbeeld. Foto iStock

Nederlandse mannen en vrouwen onderschatten in ongeveer gelijke mate hoe vaak seksuele intimidatie bij vrouwen voorkomt. Dat blijkt donderdag uit een onderzoek van het Britse peilingsinstituut Ipsos Mori onder mannen en vrouwen in twaalf Europese landen en de VS.

In de meeste andere landen uit het onderzoek, komt onderschatting bij mannen vaker voor dan bij vrouwen. Vooral in Italië, Denemarken en de Verenigde staten liggen de percepties van mannen en vrouwen ver uiteen.

Seksueel geweld in Nederland

Nederlandse respondenten verwachtten dat 38 van de 100 Nederlandse vrouwen boven de 15 jaar te maken heeft gehad met (een vorm van) seksuele intimidatie. In werkelijkheid is dit aantal bijna twee keer zo hoog. Uit onderzoek van het EU-agentschap voor Fundamentele Rechten (FRA) bleek dat 73 procent van de Nederlandse vrouwen boven de vijftien in haar leven seksueel is geïntimideerd. Het gaat dan om verbale en fysieke intimidatie. Het percentage vrouwen dat fysiek grensoverschrijdend gedrag meemaakte ligt op 53 procent.

De vraag was onderdeel van de enquête Perils of Perception. Dit onderzoek meet het verschil tussen wat het publiek denkt dat de omvang van bepaalde problemen is, en wat deze werkelijk is.

#MeToo

Nu er veel media-aandacht is voor seksuele intimidatie en geweld door de MeToo-beweging, lijkt het vreemd dat er zo’n groot verschil is tussen de perceptie van seksuele intimidatie en de daadwerkelijke omvang van het probleem. Onder #MeToo maakten (voornamelijk) vrouwen hun ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag publiek. Bij andere onderwerpen waar veel media-aandacht voor is, wordt de perceptie van het probleem groter. Zo worden werkloosheid en immigratie juist overschat. “En dat is waarschijnlijk een weerspiegeling van het politieke debat en de berichtgeving”, zegt Sjoerd van Heck, onderzoeker bij Ipsos.

Praat mee: #MeToo liep uit op een sociaal-culturele revolutie. Eén jaar na het begin van #MeToo.

Het kenniscentrum seksualiteit Rutgers herkent deze “misperceptie” van het publiek. “Als wij de cijfers publiceren, dan valt mij elke keer op dat mensen dat schokkende cijfers vinden. Blijkbaar wil het toch niet echt doordringen tot veel mensen, onder wie ook politici, dat we met een ernstig probleem te maken hebben. Dat verbaast mij toch”, zegt Willy van Berlo, programmamanager seksueel geweld bij Rutgers.

“Ik denk dat mensen, ondanks alle aandacht die ervoor is geweest in het afgelopen jaar, seksuele intimidatie toch onderschatten. Er zal ook wel een soort sentiment zijn dat het overdreven wordt, en dat het uit de context is getrokken”, voegt van Heck toe.

“Mispercepties”

Hoewel Ipsos jaarlijks onderzoek doet naar “mispercepties”, verschillen de vragen ieder jaar. Hierdoor is het niet mogelijk vast te stellen of er wat betreft inschatting van de omvang van seksuele intimidatie een toename of een afname heeft plaatsgevonden in Nederland.

Andere onderwerpen, naast seksuele intimidatie, waren dit jaar de hoeveelheid stroom die uit groene energie voortkomt, het aantal geweldsdelicten en het aantal immigranten in een land.

Voor het totale onderzoek zijn 28.115 mensen in 37 landen geraadpleegd. In Nederland deden vijfhonderd mensen mee. Van deze 37 landen zijn de respondenten uit Hongkong het beste op de hoogte van de werkelijke situatie, en Taiwanezen het slechtst. Nederlanders staan op de zeventiende plek.

    • Simone Peek