Opinie

    • Ellen Deckwitz

Kin

Omdat ik freelancer ben en volgens mijn omgeving dus geen echt werk heb, moet ik altijd mee als ze overdag iets gaan doen wat ze eng vinden, en zo zat ik gisteren in een kliniek voor plastische chirurgie. M. baalt al jaren van haar onderkin, een lichaamsdeel dat de buitenwereld overigens niet ziet omdat ze een hoofddoek draagt. Toen ik haar ophaalde, keek haar man hoofdschuddend toe.

„Je hébt helemaal geen onderkin”, zei hij, wat ze meteen wegwimpelde. Hij staart altijd zo verliefd naar haar dat hij het waarschijnlijk ook niet door zou hebben als ze opeens geen neus meer had. Maar ook ik vind haar plastische plannen onzinnig. M. bezit weliswaar niet zo’n strakke kaaklijn als Brad Pitt, maar heeft nou ook weer geen boekenlegger nodig om haar kin te vinden.

Eenmaal in de kliniek is ze opgewekter dan ik haar in tijden heb meegemaakt. De arts legt geduldig de procedure uit: er worden sneetjes in de hals gemaakt zodat de vetcellen kunnen worden weggezogen, en vervolgens maken ze littekenweefsel onder de kaak zodat het vel zich strakker hecht. Daarna moet ze twee weken onafgebroken een elastische bandage om haar gezicht dragen waardoor ze eruit zal zien als een middeleeuwer met kiespijn.

„Geen probleem”, zegt M. opgeruimd, „ik draag hem gewoon onder mijn hoofddoek.”

Bij de balie maakt ze een afspraak voor de operatie, hetgeen de assistente overigens steevast ‘ingreep’ blijft noemen, wat me om onduidelijke redenen irriteert.

Eenmaal thuis staat het gehele vrouwelijke deel van haar familie op de stoep. Ik doe nog een kop thee mee. „Je gaat er zo mooi uitzien!” zegt een zusje.

„Ik heb van de mijne geen dag spijt gehad!” zegt een oudtante.

Wat blijkt: de meerderheid van de aanwezigen heeft een vergelijkbare ingreep ondergaan. ’s Avonds bel ik geschokt met mijn zus.

„Wat ik zo maf vind”, zeg ik, „is dat bijna niemand die kin zal zien, want buitenshuis dragen ze allemaal een hoofddoek! Waarom dan al die pijn en moeite?”

„Liefje”, zucht mijn zus. „Weet je nog hoe oma ons vroeger altijd wilde wegen? En dan ging zeggen wie van ons twee de mooiere ogen had, wie het glanzender haar?”

Ze doen het voor elkaar. Voor die eeuwige schoonheidswedstrijd die er bij vrouwen van jongs af aan wordt ingestampt. Waardoor ze betalen voor littekenweefsel. Geen wonder dat ik me er zo aan stoorde dat de assistente de operatie een ‘ingreep’ bleef noemen. Alsof het dan niet meer snijden is, iets wat gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Een ingreep klinkt eerder als een veiligheidsregel. En als je kijkt naar hoe vrouwen met elkaars uiterlijk omgaan, ligt dat niet eens heel ver van de waarheid af.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz