Je oude fiets in een pan

Keukengerei De gietijzeren stoofpan is een Nederlandse uitvinding. Nu zijn er ‘Dutch ovens’ waarin het staal van oude fietsen zit. Hoe Hollands wil je het hebben?

Mark Suurbier met zijn fietspan.Foto Peter Audenaerde

In het Engels heet een braadpan een Dutch oven, omdat de eerste dikwandige gietijzeren braadpannen in Engeland geïnspireerd waren op de Nederlandse productiewijze in de zeventiende eeuw. De Nederlandse pannen werden gemaakt met mallen van zand, en leenden zich goed voor massaproductie. De eerste ‘Dutch oven’ duikt in 1769 op in de geschreven Engelse taal. Toen kon het alles zijn, van een kookpot (op pootjes) tot een primitief rechthoekig oventje. Wie nu een Dutch oven vraagt, krijgt een gietijzeren stoofpan, een sudderpan, die bijna synoniem is aan Creuset maar dat helemaal niet hoeft te zijn.

Eigenlijk gek dat Nederlanders die erfenis nauwelijks gekoesterd en uitgebuit hebben. Ja, Dru, bekend van de kachels en haarden, maakte geëmailleerde gietijzeren pannen, maar de ijzergieterij ging in 1973 dicht en het duurde tot 2016 voordat er op Nederlandse bodem weer gietijzeren pannen werden gemaakt. Dat die Dru-pannen nog steeds tweedehands worden aangeboden, zegt wel iets over de levensduur van een gietijzeren braadpan.

Zo’n pan van Nederlandse makelij is niet goedkoop, bijna 200 euro voor het model met een diameter van 28 centimeter

Een jonge ondernemer, Mark Suurbier (36), vond het opmerkelijk dat in de keukenspullenwereld duurzaam nog niet zo’n thema was en zag in de ‘Dutch oven’ een verdienmodel. Hij ging op zoek naar een ijzergieterij en emailleerders – wat nog niet meeviel want het zijn uitstervende ambachten – en begon in 2016 in Doetinchem met de productie van Combekk-pannen.

Suurbier weet wat de kracht van een goed verhaal is. „Mensen willen ook weten waar hun eten vandaan komt en hoe duurzaam dat geproduceerd wordt”, zegt hij. „Dus waarom zouden ze niet willen weten waar hun pan vandaan komt?”

En dan gaat het niet alleen over de oorsprong van de ‘Dutch oven’, maar ook over het materiaal. Alle pannen zijn van 100 procent gerecycled staal. Eerder gebruikte Combekk oude treinrails. Nu komt er een serie waarin Amsterdammers hun weggeknipte of opgedregde fiets zouden kunnen terugvinden. De fietsen komen van Tradefrm, een bedrijf in Nieuwveen dat Amsterdamse fietswrakken opkoopt, demonteert en doorverkoopt. Kaal gemaakte stalen frames worden gemengd met harder staal waardoor een mix ontstaat die precies de juiste hardheid voor een gietijzeren pan heeft.

Drieduizend kilo frames

Dat is niet zo bijzonder als het lijkt, want staal is bij uitstek geschikt voor recycling en dat gebeurt dus ook veel. Maar je oude fiets in een pan, dat spreekt tot verbeelding. Dat maakt van een gewone pan meteen een typisch Nederlandse pan.

Op de vraag hoeveel fiets er nou eigenlijk in een pan zit, wil Suurbier niet te precies antwoord geven. Waarom niet? Hij zegt het zelf: consumenten willen toch ook weten wat er in hun voeding zit? Is het 90 procent? Of eerder 10? Of ongeveer een kwart? „Dat komt in de buurt.” Het komt overeen met een ander sommetje: voor de ‘Bike edition’ wordt tien ton (oud) ijzer gesmolten, en drieduizend kilo fietsframes.

Lees ook: Weg met plastic in laagjes: dat is niet te recyclen

Zo’n pan van Nederlandse makelij is niet goedkoop, bijna 200 euro voor het model met een diameter van 28 centimeter. Dat heeft ook te maken met arbeidsloon. „Ik vond in Nederland nog maar vier emailleerders”, zegt Suurbier. Zij beheersen de techniek om met één laag de pan te emailleren. Andere pannen hebben vaak meer lagen, die volgens Suurbier eerder ‘chippen’, stukjes email loslaten.

Wat die Combekk-pannen echt bijzonder maakt, is dat alle modellen ook in een variant met ingebouwde thermometer worden gemaakt. Dat hebben Creuset en Staub, de grote jongens in gietijzerenpannenland, niet. Handig voor als je de slager hebt gevraagd hoe lang en op welke temperatuur je lamsbout moet stoven. En het maakt bovendien weer echt een oventje van de pan.

    • Martine Kamsma