In de klas van Daniel (4) uit Polen zit maar één Nederlands kindje

Taalonderwijs Hoe leer je een kind Nederlands, als de ouders alleen Pools spreken en de tv op een Poolse zender staat?

Les op De Driesprong in Eindhoven. Alle woorden zijn in meerdere talen op kaartjes geschreven. Foto Merlin Daleman

De gele muur in het klaslokaal is behangen met vellen papier in allerlei kleuren. Daniel (4) kijkt door zijn blauwe brilletje naar de woorden voor hem. Een op de drie woorden kent hij. Hij weet dat een ‘marchewka’ een wortel is, en ‘but’ een schoen. Maar het Turkse woord voor dak zegt hem weinig, net als het Somalische ‘faraska’, wat paard betekent.

De woorden op de muur zijn in vijf talen vertaald, zodat iedere kleuter het Nederlandse woord ook in zijn moedertaal terugvindt. In de klas van Daniel zit maar één Nederlands kindje. Zijn andere klasgenoten of hun ouders zijn geboren in landen als Marokko, Syrië, Turkije en Somalië. Daniel komt, net als een groeiend deel van zijn schoolgenoten, uit Polen.

De samenstelling van de kleuterklas is tekenend voor de hele school en de wijk waarin zij gevestigd is. De openbare basisschool De Driesprong, onderdeel van scholenkoepel SALTO, staat in het Eindhovense Doornakkers-West, een voormalige Vogelaarwijk waar meer dan een op de drie inwoners een migratieachtergrond heeft.

Witte nummerborden

De laatste jaren sieren meer witte nummerborden de straten, en zijn meer rood-witte vlaggen te vinden op de kindertekeningen die gemaakt worden op De Driesprong. Ruim 8 procent van de huidige inwoners van Doornakkers-West heeft Poolse roots. Ongeveer hetzelfde percentage is terug te vinden op De Driesprong: negen van de 109 basisschoolkinderen hebben de Poolse nationaliteit.

Marloes Cox (35) werkt sinds 2013 op de school, dit jaar in de kleuterklas. Ze vertelt dat de diversiteit in de klas een grote invloed heeft op haar lessen. „De kinderen komen met een hoop bagage binnen”, zegt Cox. Sommigen zijn hun geboorteland ontvlucht, anderen kampen thuis met financiële problemen, agressie of ouders die niet openstaan voor integratie. Een obstakel dat hiermee samenhangt, is de taalbarrière. Daarom is taal het belangrijkste vak op de school.

Met speciale computerprogramma’s en spellen als Memory moeten de kinderen Nederlands leren. Bij de jongsten benoemen docenten alles wat zij doen, ook vertalen ze woorden waar mogelijk naar de moedertaal van de kinderen. Voor leerlingen met een forse taalachterstand is er wekelijks een extra les Nederlands.

Taallessen in de peuterklas

Daarnaast beginnen de taallessen op De Driesprong al in de peuterklas.

„We maken geen onderscheid tussen de peuterspeelzaal en de rest van de school”, zegt Cox. „De basisschool begint voor onze kinderen als ze twee jaar en drie maanden oud zijn.” De peuterspeelzaal zit dan ook in hetzelfde gebouw als de rest van de leerlingen.

Vooral bij Poolse kinderen is de Nederlandse taal een heikel punt, vertelt Hanneke Benders (59), ook vijf jaar als leerkracht werkzaam op de school. De klanken van het Nederlands zijn moeilijk voor Polen om na te bootsen. Ook zijn veel Poolse ouders laagopgeleid en spreken zij niet of nauwelijks Nederlands. Thuis wordt dan ook vaak Pools gesproken.

„In Polen heerst bovendien het idee dat de school er in zijn eentje verantwoordelijk voor is dat een kind de taal leert”, zegt Benders. In het Oost-Europese land zijn de schooldagen veel langer en spelen ouders, die zelf doorgaans ook lange werkdagen maken, een kleinere rol in de taalontwikkeling van hun kinderen.

„Maar wij hebben die ouders juist heel hard nodig om de kinderen goed Nederlands te leren.” Gesprekken tussen een bemiddelaar van de school en de ouders moeten een uitkomst bieden. „We moeten Poolse ouders aan het verstand brengen dat hun kinderen de taal nooit goed zullen leren als zij daar niet bij helpen”, zegt de docent.

Poolse tv-programma’s

De ouders van broertjes Kevin (5) en Boris (4) komen ook uit Polen. De jongens zijn in Eindhoven geboren, vertellen ze in de pauze op het schoolplein. Ze zitten in verschillende klassen op De Driesprong. Thuis en met elkaar praten ze Pools, ook op televisie kijken ze het liefst naar Poolse programma’s, het liefst met „echte Poolse mensen”. „Maar als we met andere kinderen willen spelen, moet dat in deze taal”, zegt Kevin in het Nederlands.

De tienjarige Dominika, geboren in Nederland bij Poolse ouders, zit in de gemengde groep 6/7. Ze is de enige in haar klas die Pools is. „Jammer”, vindt ze: „Bij sommige spelletjes begrijp je elkaar beter als je allebei Pools praat.” Zo doet ze met haar jongere zusje wedstrijdjes wie het mooist kan tekenen. „Als we dan iets niet weten in het Nederlands, zeggen we het gewoon in het Pools.”

Dat Polen in Nederland moeite hebben met de taal, is niets nieuws. Volgens een onderzoek dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in april publiceerde, heeft 89 procent van de Poolse migranten die na 2004 zijn ingeschreven in Nederland, soms of vaak moeite met gesprekken in het Nederlands. Ook lezen en schrijven blijkt moeilijk.

Geen inburgeringsplicht

Dit heeft onder meer te maken met het feit dat Polen, anders dan migranten uit de meeste andere landen, niet verplicht zijn in te burgeren. Ook onderhouden de Oost-Europeanen een sterke band met hun geboorteland, door intensief contact te onderhouden met familieleden die achterblijven. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat meer dan 80 procent van de Polen die in Nederland zijn ingeschreven zich (heel) sterk identificeert als Pools, tegenover 10 procent die zich sterk of heel sterk Nederlands voelt.

Daniel spreekt goed Nederlands, wel heeft hij een echt Pools kapsel. Het haar aan de zijkanten van zijn hoofdje is opgeschoren, bovenop zijn schedel prijkt een stoere hanenkam. Achter zijn bril schieten zijn blauwe ogen nieuwsgierig heen en weer.

Thuis praat Daniel Pools, hoewel zijn moeder ook een beetje Nederlands kent. Op school moet hij Nederlands praten, alleen als hij met Poolse vriendjes speelt glipt er af en toe een woordje Pools uit. Maar het liefst speelt hij met een Syrisch meisje uit zijn klas, Selena. Zij spreekt geen Pools, hij geen Arabisch. Dus móéten ze samen wel Nederlands praten.

    • Floor Bouma