Richard Powers

Foto: Frank Ruiter

‘We leven in een ziek land, er is niets om hoopvol over te zijn’

Richard Powers

De Amerikaanse auteur Richard Powers bereikt met zijn roman Tot in de hemel opeens een groot publiek. Terwijl hij over bomen gaat. ‘Mensen die deze roman lezen, voelen dat hoop is uitgesloten. En waarom zou je hoop willen bieden? We leven in een ziek land.’

‘Toen ik vertelde dat mijn volgende roman over bomen zou gaan, keek iedereen me raar aan”, zegt de Amerikaanse auteur Richard Powers. Die reacties bevreemdden hem niet: hij was nu eenmaal een door critici veel geprezen schrijver, maar het écht grote publiek liet hem in de regel links liggen. Met zijn ‘ bomenroman’ Tot in de hemel (The Overstory) veranderde dat opeens. Dit boek is zijn succesvolste tot nog toe: geprezen én gelezen.

Tot in de hemel vertelt over verschillende mensen die hun levensloop verbinden aan de bescherming van bomen. De een is een kunstenaar die een kastanjeboom in zijn tuin fotografeert, de ander een wetenschapper die de communicatie tussen bomen onderzoekt, er is een overspannen student en een Vietnamveteraan, et cetera. Vanuit verschillende perspectieven wordt duidelijk hoe ze samen de wereld proberen te redden, door een stuk oerbos te beschermen.

We zitten in de lobby van zijn hotel in Den Haag – die avond zal hij optreden bij het Crossing Border Festival – wanneer hij zijn succes verklaart: „Het onderwerp is begrijpelijker dan mijn vorige boeken: bomen en milieu. Wie houdt er nu niet van bomen?” Powers praat zacht en langzaam, en vervolgt: „Ik ben altijd een auteur geweest die de roman breder trok dan het persoonlijke en de psychologische werking verbond met andere frames. Ik was op zoek naar een breder historisch perspectief, naar andere werelden. Net als deze roman gingen ze altijd over een worsteling van een personage met zichzelf en met anderen, maar ik plaatste die worsteling in een wetenschappelijk domein of historisch proces. Voor de lezer kan dat een uitdaging zijn, vooral omdat je voornaamste verwachting is dat je meegaat in het leven van andere mensen, die met dezelfde dingen worstelen als ik doe.

„Ik denk dat er lezers afgeschrikt werden door al die wetenschap in mijn boeken, dat ze die niet echt geschikt voor een verhaal vonden. Een roman moet over ons gaan. Dit boek is een veel herkenbaarder zoektocht. De tweede reden is dat ik er veel beter in ben geworden om informatie ook in de persoonlijke verhalen te stoppen, ook de personages zijn herkenbaarder geworden.”

U heeft nu ook veel duidelijker dan in uw vorige romans een boodschap.

„Het boek wil mensen niet overtuigen dat ze een politiek standpunt moeten innemen, maar duidelijk maken wat er op het spel staat. Ik aarzel ook een beetje bij deze gedachte, ik wil niet dat mijn roman wordt gelezen als een manifest. Ik wil eigenlijk dat het meer wordt gelezen als een soort evangelie. We zijn op een moment aangekomen dat je een nieuw verhaal over jezelf vertelt, of waarin we ophouden te bestaan. Dat apocalyptische gevoel zat niet in mijn vorige romans.”

Lees ook de recensie van Richard Powers’ The Overstory (●●●●): Door deze roman ga je anders kijken naar de natuur

In uw roman schrijft Patricia over hoe bomen met elkaar communiceren. Ze is stellig: als je gelezen wilt worden, moet je hoop bieden. Heeft ze gelijk?

„Sterker nog, ze vindt dat je iets hoopvols, nuttigs en waars moet bieden. Maar ze heeft ongelijk. Ik bedoel: ik weet wat nuttig is, ik weet ook wat waar is, maar dat hoop bieden is wel een probleem. Laten we wel wezen: waar kunnen we op hopen, waar willen we op hopen en waar zouden we op moeten hopen? Mensen die deze roman lezen, voelen dat hoop is uitgesloten. Hopen op iets dat hopeloos is kan niet. Hoe kan je hoop bieden aan een individualistische, kapitalistische, door de markt bepaalde samenleving? Hoe moet je dat doen? En waarom zou je dat willen? We leven in een ziek land, er is niets om hoopvol over te zijn. We zitten in een wereld die een overgang doormaakt omdat we niet meer kunnen leven zoals we deden. Maar hoe gaat die verandering verlopen, hoeveel zal er geleden worden?

„Iedereen heeft in z’n achterhoofd dat er een enorme catastrofe moet plaatsvinden, willen we onze leefwijze veranderen. Iedereen gaat vrolijk door alsof er niets aan de hand is, en dat is de staat waarin we nu verkeren. Sterker nog: we maken de pogingen tot verandering ongedaan. We kiezen mensen die roepen dat ze zich nooit zullen overgeven, we omarmen het idee dat we niets hoeven te veranderen. Mijn roman voelt wat dat betreft misschien als het werk van een oudtestamentische profeet, die zegt dat we berouw moeten hebben.”

Dus uw boek heeft nut, net als de roman van Patricia?

„Ja, dat hoop ik tenminste. Laten we wel wezen, er zijn vaker romans geweest die de loop van de geschiedenis hebben veranderd.”

Ik hoop dat u niet doelt op ‘De Hut van oom Tom’?

„Jawel, waarom niet?”

Dat is een christelijk pamflet, eigenlijk geen roman.

„Ik las het onlangs, en de boodschap erin is duidelijk. Dat christelijke zit erin, maar toch dankzij de artistieke kwaliteiten had het de kracht mensen te raken. Het is ook niet waar wat je zegt, dit is wél een roman: er komen personages in voor. Oké, of het kwaliteitsfictie is, daar kunnen we een week over discussiëren, maar je moet wel bedenken dat auteurs toen op een andere manier geëngageerd proza schreven dan wij nu. Waar het om gaat is dat het bewustzijn van mensen verandert. Afijn, ik ga dat boek hier niet verdedigen. Wat ik bedoel te zeggen, is dat een roman verandering in collectief denken teweeg kan brengen.”

Richard Powers: „ik wil niet dat mijn roman wordt gelezen als een manifest. Ik wil eigenlijk dat het meer wordt gelezen als een soort evangelie.”. Foto Frank Ruiter

Uw boek neemt in dat geval wel een merkwaardige positie in, want u schrijft niet alleen over het verval van de natuur, maar ook over het verval van de verbeelding.

„Als de traditionele definitie van een roman is dat die draait om empathie, dat de lezer zich afvraagt wat hij of zij zou doen wanneer hij in die romanwereld leeft, dan is dit helemaal geen boek waarin de verbeelding in verval is. Ik ga alleen een stap verder: mijn roman stelt de vraag hoe de wereld eruit zou zien als we datgene wat niet-mens is serieus zouden nemen.

„Behalve over menselijke verhoudingen gaat de roman ook over het belang om empathie te hebben met dingen die buiten onszelf staan. De essentie van de verbeelding wordt erin uitgelegd. Onderzoek wijst ook uit: we kunnen naar statistieken kijken, artikelen lezen, maar we moeten geraakt worden. En om geraakt te worden, is verbeelding nodig. Mijn roman gaat dus eigenlijk over het belang van fictie en juist niet om het verval ervan.”

Maar het personage in dit boek dat boeken schrijft, schrijft non-fictie. De man die kunst maakt in deze roman, begraaft zijn kunstwerken. Er is dus niemand die aanspraak maakt op de verbeelding.

„Maar de personages in de roman identificeren zich wel met het verhaal dat we gedoemd zijn.”

Heeft u overwogen om een boom als handelend personage op te voeren?

„In feite zijn de bomen personages. Ik heb ze niet vermenselijkt, omdat ik niet wilde dat de lezer zou zeggen: hé, bomen zijn net als wij. Je moet juist denken: bomen zijn niet zoals wij, het is aan ons – die een geweten en een geheugen hebben – om te ontdekken hoezeer ze van ons verschillen. Ik heb wel met dat idee gespeeld trouwens, maar dat roept toch een hoop technische problemen op. Hoe krijg je de lezer mee in een wereld waar tijd en ruimte zo anders zijn? Bomen lijken niet te bewegen, om maar wat te noemen, tenminste vanuit ons perspectief.”

Wat vindt u het beste boek van 2018? Breng hier uw stem uit

Natuur heeft altijd de gelegenheid tot escapisme geboden. Is dat misschien een voordeel van klimaatverandering, dat die vorm van escapisme onmogelijk is geworden?

„Mensen zeggen dat dit een romantisch boek is, dat in die traditie staat. Ik vind van niet, die vormen van literatuur gaan uit van het idee dat je je als individualist kan terugtrekken in een woud en zoeken naar je eigen genialiteit. Wat ik wil beschrijven is de onafscheidelijkheid tussen mens en niet-mensen. We hebben een cultuur gebouwd vanuit de idee dat de mens bijzonder is, dat we verschillen van alles wat er verder is, dat we nergens verantwoordelijk voor zijn en dat alles er is om te passen binnen ons grotere plan. In diezelfde nostalgie bedenken we iets als wildernis, er is nauwelijks nog een plek die niet door de mens is gevormd. In de Verenigde Staten is nog maar drie procent van de natuur ongecultiveerd.”

Klimaatverandering is nog steeds geen populair onderwerp bij schrijvers. Waarom niet?

„De schrijver Amitav Gosh heeft zijn carrière gebaseerd op de vraag: wat is er toch met fictie aan de hand, dat deze kwestie niet aan bod komt? Waarom zijn er geen romans over klimaatverandering? Maar er is wel degelijk een genre dat zich met klimaatverandering heeft bezig gehouden: sciencefiction. Literaire mensen denken: oh, dat telt niet mee.”

Begrijpelijk wel, toch?

„Nee, vind ik niet. Het genre is dermate ontwikkeld in de Verenigde Staten dat het een eigen naam heeft: ‘clifi’. Maar literaire mensen lezen geen sf. Begrijp me goed, ik was net als jij een snob en het heeft lang geduurd voordat ik besefte wat voor een. Maar er zijn drie manieren om drama in je boek te verwerken. Je kunt iemand met een innerlijk conflict neerzetten, bijvoorbeeld loyaliteit versus eerlijkheid. Daar komt onze behoefte aan roddelen uit voort. Of je schrijft een verhaal over botsende waarden, die van jou en mij bijvoorbeeld, en we gaan er oorlog over voeren. Ook een geweldig verhaal. En er was altijd een derde: de mens die het moeilijk heeft in de wereld omdat de anderen ‘onze’ waarden niet aanhangen. Het was een beproefd onderwerp voor een verhaal over hoe de wereld vrede krijgt met jouw waarden. Het overleven van je omgeving was tot eind negentiende eeuw een essentieel onderdeel van literatuur. Deze derde vorm van literaire fictie is verdwenen. Waarom? We dachten dat die strijd niet meer gevoerd hoefde te worden. Maar dat is dus niet zo, sterker nog: we verliezen de strijd om alles naar onze hand te zetten, we verliezen de strijd om de natuur. Het wordt tijd dat de fictie wakker wordt en we gaan schrijven over een wereld die niet duurzaam is, die iets anders wil dan wij willen. Literaire fictie moet ermee ophouden zo archaïsch te zijn. Sciencefiction had al veel eerder door dat er werelden zijn waar we niet goed mee overweg kunnen. En dat het bestaan waar we geen vat op hebben een bedreiging is.”

De Indiër Amitav Ghosh beschouwt hét probleem van onze tijd: de klimaatverandering. Waarom verschijnen daar zo weinig romans over? Lees ook: Klimaatverandering is een zaak van politici, kunstenaars en schrijvers

Tijdens het schrijven aan dit boek bent u verhuisd naar de afgelegen Smoky Mountains. Heeft dat effect gehad op uw schrijverschap en manier van denken?

„Ik schrijf nu minder, en dat is goed. De verslaving aan productiviteit is een probleem van deze tijd. We elimineren alles om ons heen: de seizoenen en ziektes. Als ik vroeger niet duizend woorden op een dag schreef, had ik gefaald. Nu voel ik me een mislukkeling als ik niet elke dag tien kilometer door het woud loop en iets nieuws ontdek.”

Terugtrekken kan ook eenzaam zijn.

„Ik ben nu veel alerter op wat er gezegd wordt. Ik ben dankbaar voor alles wat er leeft, waardeer een mailtje nu meer dan vroeger, of wanneer ik een pagina lees die door iemand driehonderd jaar geleden is geschreven. Mensen zijn me nu een vreugde, daarvoor waren ze dat niet. Vroeger waren mensen een verplichting.”

    • Toef Jaeger