Het hele jaar in de weer met kribbetjes

Kerststallen Broeder Frans Wils heeft een van de grootste collecties kerststallen van Nederland. Tot in de waskamer van het klooster staan ze opgesteld. Het gaat hem om het verhaal dat erbij hoort.

Een deel van de collectie kerststallen van Frans Wils. Foto David van Dam

Na anderhalf uur heeft broeder Frans Wils (77) nog niet eens al zijn kerststallen laten zien. Hoeveel hij er heeft staan in het Stadsklooster? „Ik ben de tel kwijt. Ik zeg altijd duizend-en-één.”

Ze staan overal: in de hal, op de gangen, in de slaapkamers, in het piepkleine kantoortje, in de kas van de kloostertuin, in de tuin zelf. Tot in de waskamer staan er kerststallen: achter de strijkplank, in en bovenop de kast met handdoeken.

Ze zijn van hout, van steen, biscuitporselein, blik, gips, papier, zelfs van hoorn. In de ontvangstkamer opent broeder Frans voorzichtig een soort bijenkorfje, gemaakt van gewoven maïsbladeren. Het is een kerststal uit Kenia: binnenin – opnieuw van maïsblad – Jezus in de kribbe, Jozef, Maria, de os en de ezel.

Ooit woonden in het klooster, dat verscholen ligt in het centrum van Den Haag, vijftig Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria. Ze kwamen in 1861 op uitnodiging op het landgoed Swanesteyn wonen en stichtten daar de eerste katholieke school van Den Haag. Ze wijdden zich aan het welzijn van armen en zwakkeren.

Nu zijn ze nog met z’n tweeën: broeder Frans en broeder Wim. Dat is niet eenzaam, zegt broeder Frans. De Broeders van Maastricht, zoals ze ook wel worden genoemd, bieden in hun klooster onderdak aan vluchtelingen, internationale studenten, pas gescheiden mannen, aan het Straatpastoraat, en aan zelfhulpgroepen voor verslaafden en voor slachtoffers van verkrachting. „Het klooster is een open herberg”, zegt hij.

Op de trap broeder
Foto David van Dam
Foto’s David van Dam

Als hij dat vertelt, begrijp je ook dat zijn verzameling kerststallen niet zo maar een verzameling is. Ze staat symbool voor zijn missie: geloven in ontmoeting. Het gaat broeder Frans om het verhaal dat de stal verbeeldt en dat mensen samenbrengt. Al twintig jaar lang komen rond kerst honderden mensen zijn kerststallen bewonderen en altijd vertelt hij hun het kerstverhaal.

„Het spreekt over de hele wereld mensen aan”, zegt broeder Frans. „Niet voor niets: de thema’s zijn nog altijd van belang.” Hij somt op: „Rijk en arm, liefde en haat, vlucht en verbinding, mens en dier, hemel en aarde.” Hij heeft het over „de liefde tussen man en vrouw” en „de tegenstelling tussen koningen en herders.”. „Koning Herodus – ik wil geen namen noemen, maar je kunt je machtige regeringsleiders bedenken die aan hem doen denken.”

Bethlehem en Greccio

Zijn verzameling begon na twee bezoeken die hem „diep raakten”, aan de Geboortekerk in Bethlehem – waar Jezus geboren zou zijn - en aan het Italiaanse Greccio. Daar liet in 1223 Francisco van Assisi een ‘levende’ kerststal maken om gelovigen zelf te laten ervaren onder welke omstandigheid de geboorte van Jezus in Bethlehem had plaatsgevonden. In een grot zette hij een lege kribbe neer met os en ezel.

Lees ook over hoe Greccio een pelgrimsoord werd: Niet Bethlehem maar Greccio

Een traditie was geboren: kerken lieten uit marmer of hout kerstgroepen maken en vanaf de zestiende eeuw lieten katholieken ook thuis een stal neerzetten. Die werden steeds kleiner – totdat ze uiteindelijk op een schoorsteenmantel pasten – en tegelijk groter in omvang. Naast Jezus, de os en de ezel kwamen Jozef en Maria, de drie koningen, de herders en hun schapen en engelen in de stal te staan. Achttiende eeuwse Napolitaanse kribbegroepen bestonden soms wel uit honderden figuren, met ganzenhoedsters en varkensboeren – tegenwoordig komen sterren als voetballer Maradona langs.

Foto David van Dam

In Nederland brak de kerststal pas eind negentiende eeuw door, al zijn er voorbeelden uit de zestiende eeuw bekend. Vermoedelijk maakte de Beeldenstorm toen een einde aan dergelijke verering. Die eerste negentiende eeuwse stallen kwamen uit Duitsland, vanaf 1930 waren er ook Nederlandse porceleinfabriekjes die ze maakten, elk met een eigen merkteken (te vinden op de rug van Jezus). Daarna werden de beschilderde gipsen kerststallen populair.

Gemeentehuizen en tuincentra

De laatste decennia zijn kerstgroepen zelfs in protestante kerken te vinden en op plekken die niets met religie te maken hebben, zoals gemeentehuizen en tuincentra. Meestal spelen dieren en engelen daar een grote rol.

Broeder Frans wil juist het kerstverhaal vertellen dat niét alleen maar lief is, zoals hij soms in kinderboeken terugleest. „Het leven is niet alleen maar leuk, maar soms ook gruwelijk. Maar de hoop op een betere wereld is legitiem.”

Voor hem neemt koning Herodes van Judea een belangrijke plaats in: de man die zo bang was dat iemand hem van de troon zou verstoten, dat hij de drie wijzen vroeg hem te vertellen waar de nieuwe koning was geboren. Toen Caspar (Azië, mirre), Melchior (Europa, goud) en Balthasar (Afrika, wierrook) dat niet deden, liet Herodes alle jongetjes vermoorden.

Eén stal heeft hij met Herodes, speciaal voor hem gemaakt door mensen met een beperking, die vlakbij in Atelier Zinderin werken. Ook andere stallen zijn zelfgemaakt: een broeder uit Maastricht knipte een papieren stal waarbij de koningen muziek brengen. Wie goed kijkt, herkent in de violist André Rieu, een oud-leerling.

De stallen komen uit alle hoeken van de wereld: in de keuken hangt een Syrisch wandkleed, de geboorte vindt daar plaats in de woestijn onder een palmboom zoals in de Koran staat, bij de voordeur staat een exemplaar uit Jeruzalem, gemaakt van olijfhout, in een kast een uit Malawi van hout. Er zijn stallen uit Engeland (Westminster Abbey met lichtjes en een kribbe), Italië, Spanje, en een aantal uit inmiddels gesloten kloosters in Nederland.

Een pinguïn en een lama

Bij sommigen is de afkomst onmiddellijk duidelijk: een Chileens exemplaar bevat een pinguïn, een ander een lama. Andere kribbes vergen iets meer uitleg: in een van de stallen lijkt Jezus te ontbreken, maar die blijkt – zoals gebruikelijk bij Latijns-Amerikaanse baby’s – ingesnoerd op de rug van Maria te hangen. Buiten bij de voordeur staat een abstracte kerstgroep, die je alleen herkent als broeder Frans je erop wijst.

Foto David van Dam

En er zijn er die een stuk prozaïscher zijn: broeder Frans bezit ook twee exemplaren van de kerstset van Playmobil. Maar hij vindt het belangrijk dat iedereen de kribbefiguren kan aanraken. „Kijk, hier ligt Jezus met de handen gevouwen”, zegt hij en reikt het kindje aan. En even later: „Hier wijst hij omhoog.” Er is een Jezus die met het haar van Maria speelt, een die op zijn rug ligt alsof hij gaat zwemmen, een die met de benen over elkaar geslagen ligt en de handen achter het hoofd, alsof hij op het strand ligt. Er is een zwarte Jezus, een met Aziatisch uiterlijk, een als hindoegod.

„Er was een tijd dat ik één kribbe per week kreeg”, zegt broeder Frans. Welke nog ontbreekt aan zijn collectie? Een kerststal uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door de Maori’s.

    • Titia Ketelaar