Opinie

    • Japke-d. Bouma

Het ‘daar heb je háár weer’-effect

Japke-d. Bouma hoorde van een wetenschapster dat vrouwelijke functienamen goed zijn voor de emancipatie. Is het tijd dat vrouwen zich ‘dokteraise’, ‘staatssecretarista’ en ‘commentatrix’ gaan noemen?

Veel mensen denken dat ik een man ben als ze mijn naam zien. Ze weten niet dat achtervoegsels als ‘je’, ‘ke’ en ‘kje’ in het Fries vaak betekenen dat van een mannennaam een vrouwennaam gemaakt is, bij mij wellicht ooit van ‘Jaap’.

Zo gaat het ook met beroepen: mensen denken als eerste dat het een man is als ze ‘wetenschapper’ of ‘staatssecretaris’ horen. Pas na even denken weten ze dat het ook een vrouw kan zijn, maar automatisch gaat dat niet in de hersenen, zo blijkt uit onderzoek.

Zelf vind ik het stiekem wel fijn als mensen denken dat ik een man ben. Ze vinden je dan eerder geloofwaardig, er wordt minder snel gedacht dat je gelijke rechten voor vrouwen en mannen nastreeft (dat noemen ze met een vies gezicht ‘een ‘feministische agenda’) en er wordt minder snel gevonden dat je je eigen geslacht niet mag afvallen. Ik bedoel: als je er openlijk voor uitkomt dat je een vrouw bent, kun je meer tegenwind verwachten dan als je dat in het midden laat. Ik noem dat altijd het ‘daar heb je háár weer-effect’.

Dat effect zag ik vorige week ook toen ik in deze column Ingrid van Alphen citeerde. Er ontspon zich een discussie op Twitter over haar keuze om zichzelf ‘taalwetenschapster’ te noemen, in plaats van ‘taalwetenschapper’, omdat dat de positie van vrouwen verbetert.

Een aantal mensen vond dat onzin, dat ze haar vrouwzijn zo nadrukkelijk benoemde, en wat een gedoe! Moest er dan voor elke functie een vrouwelijke variant bedacht worden? Anderen merkten op dat ‘wetenschapster’ lelijk klonk en „niet bekte”, of we een vrouwelijke staatssecretaris dan misschien ‘staatssecretaresse’ moesten noemen (hahaha!) en er waren (vooral) mannen die vonden dat we ons met ‘belangrijker zaken moesten bezighouden’ – dat betekent: ‘hou toch je mond’.

Als er in een vacature ‘loodgietster/loodgieter’ staat, reageren er meer vrouwen dan als er ‘loodgieter m/v’ staat

Ik was zelf niet zo onder de indruk van die argumenten. Want hoezo is het erg als een functietitel ‘niet bekt’. Alsof ‘Liquid Handling Automation Pre-Sales Specialist’ of ‘Human Behaviour Manager’ – ik verzin ze niet – dat wél doen. En hoezo moeten we ons met belangrijker zaken bezighouden? Dat argument hoor ik zelden als ik over minder relevante onderwerpen schrijf dan de positie van vrouwen.

Want het heeft dus wel degelijk invloed op de beeldvorming als je je als vrouw ‘taalwetenschapster’ noemt, of ‘columniste’, zegt Ingrid van Alphen als ik haar terugbel over alle reacties. Zo citeerde de Volkskrant vorige maand een onderzoek waaruit bleek dat tijdens de Duitse verkiezingen van 2001 een groep kiezers eerder zei te gaan stemmen op een vrouw als hen gevraagd werd ‘op welke politica of politicus’ ze zouden stemmen dan als hen werd gevraagd ‘op welke politicus’. Uit ander onderzoek bleek dat vrouwen eerder solliciteren als er in de vacature loodgietster/loodgieter staat, in plaats van ‘loodgieter m/v’. Ook blijkt dat meisjes al op jonge leeftijd bepaalde beroepen in hun hoofd ‘overslaan’ als ze alleen maar over de ‘mannelijke’ variant horen. Dus ja, ik krijg commentaar als ik me ‘columniste’ noem, maar ik doe het dan maar, voor de goede zaak.

Dus hou je vast: hier alvast wat meer vrouwelijke functienamen. Ik vond het helemaal niet moeilijk ze te bedenken, ik schudde ze zo uit mijn mouw: ‘premièra’ voor premier, ‘staatssecretarista’ voor staatssecretaris, ‘commentatrix’ voor commentator, ‘dokteraise’ voor dokter, ‘meesteres in de letteren’ voor ‘master of arts’ en econome en kantooramazone voor ondergetekende – duh, daar heb je háár weer hoor. Inderdaad.

Wen er maar aan.

Tips over vrouwen en mannen via @Japked op Twitter.
    • Japke-d. Bouma