‘Gevolgen van belasting op CO2 vallen mee’

Onderzoekers van CE Delft denken dat een heffing op de uitstoot van broeikasgassen voor vervuilende bedrijven geen grote negatieve gevolgen heeft voor werkgelegenheid of de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven.

Een energiecentrale in de Rotterdamse haven Jerry Lampen/ANP

Invoering van een belasting op de uitstoot van broeikasgassen heeft voor de Nederlandse energie-intensieve industrie beperkte gevolgen. Dat komt onder meer omdat de energiekosten van Nederlandse bedrijven relatief laag zijn. Met name de kunstmestindustrie zou last hebben van een extra belasting die bovenop de bestaande Europese heffing komt.

Dat stelt onderzoeksbureau CE Delft in een studie naar een CO2-heffing, uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het rapport speelt een rol in de onderhandelingen aan de zogeheten industrietafel voor het Klimaatakkoord die op dit moment in een laatste fase zitten. De heffing zou een stok achter de deur kunnen zijn als de Nederlandse industrie niet op een andere manier de uitstoot weet te beperken.

Een Nederlandse heffing zou leiden tot een verlies van maximaal 9.300 banen in 2030. Daarbij gaat het in het slechtste geval om 14 procent van de werkgelegenheid in de betrokken zeven energie-intensieve sectoren. In het meest zonnige scenario gaat het om 600 banen, oftewel 0,9 procent. De heffing zou betaald moeten worden door bedrijven die veel energie gebruiken en onder meer actief zijn in de petrochemie, staalindustrie, raffinage en kunstmestindustrie. CE Delft stelt wel dat verlies aan werkgelegenheid „bij goedwerkende arbeidsmarkten” slechts tijdelijk is.

De onzekerheden in de voorspellingen van CE Delft zijn groot. Dat komt onder meer omdat de hoogte van de heffing (een minimumprijs voor de uitstoot van een ton CO2) afhankelijk is van de hoogte van de moeilijk voorspelbare Europese heffing. De onderzoekers denken dat de kostprijs voor de voedselindustrie met „enkele tienden van procenten” zal stijgen, terwijl de kunstmestindustrie een stijging van 3,8 procent voor zijn kiezen krijgt.

Zonder CO2-opslag gaan we de klimaatdoelen niet halen, denken experts. De Rotterdamse haven wil miljarden kilo's CO2 onder de Noordzee opslaan. Lees daarover: Wat in Noorwegen kan, kan ook bij Rotterdam

Opbrengst van 581 miljoen

Verder is geen rekening gehouden met de mogelijkheid de opbrengst van de CO2-heffing deels te gebruiken om benadeelde bedrijven te subsidiëren bij investeringen. Dat zou de economische schade kunnen beperken. In 2030 bedraagt de opbrengst naar schatting 581 miljoen euro.

De CO2-belasting wordt in toenemende mate gezien als instrument om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, omdat bedrijven dan daadwerkelijk met de kosten van vervuiling worden geconfronteerd. Eerder toonde De Nederlandsche Bank (DNB) zich al voorstander van zo’n heffing in Nederland. Ook DNB schat in dat de gevolgen voor de industrie meevallen en de kans gering is dat vervuilende bedrijven naar het buitenland gaan. De extra heffing is volgens CE Delft een stimulans voor bedrijven om te investeren in maatregelen om de uitstoot te beperken. De extra CO2-besparing door de heffing komt naar schatting uit op circa 1 miljoen ton. De industrie moet in 2030 de uitstoot met 14 miljoen ton teruggebracht hebben.

Nederlandse bedrijven hebben zich steeds verzet tegen een extra heffing omdat die „per definitie” nadelig is voor de concurrentiepositie. „Die Nederlandse heffing is voor ons niet acceptabel”, zegt directeur Hans Grünfeld van de branchevereniging voor energie-intensieve bedrijven. „Het verslechtert het investeringsklimaat en onze concurrentiepositie. We kennen al een Europees heffingensysteem, waarom moet je dan met een eigen systeem komen?”

Grünfeld denkt dat de gevolgen van een heffing moeilijk te voorspellen zijn. „De marges waar CE Delft meewerkt zijn erg groot. Dat geeft wel aan hoe moeilijk het is om de gevolgen te voorspellen. Als een bedrijf zijn vestiging sluit in Nederland, dan gaat de werkgelegenheid direct naar nul en heeft dat ook gevolgen voor de toeleveranciers.” Volgens Grünfeld is de aanname van CE Delft dat de Nederlandse industrie profiteert van lage energiekosten „feitelijk onjuist”. Zo zijn de stroomprijzen volgens hem in Duitsland structureel lager en wordt de energie-intensieve industrie daar gecompenseerd voor de hoge toeslagen voor duurzame energie.

Vertrouwelijk

De milieubeweging, die ook een plaats aan de industrietafel inneemt, is juist positief over de studie van CE Delft. „Je ziet dat de nadelige effecten heel erg meevallen. Het rapport houdt ook nog de mogelijkheid van het terugsluizen van de ontvangen heffingen buiten beschouwing. Daarmee kan je ongewenste effecten reduceren”, zegt Faiza Oulahsen van Greenpeace.

Volgens haar heeft het nu openbaar gemaakte rapport een te geringe rol gespeeld in de besprekingen tot nog toe. „Dit rapport is uiterst vertrouwelijk behandeld en na een presentatie van de onderzoekers is er nauwelijks mee over gesproken. Dat vind ik erg jammer.”

De gesprekken over een Klimaatakkoord gaan op dit moment een laatste fase in. Over twee weken moet er een ‘onderhandelingsakkoord’ liggen dat vervolgens door het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau verder geanalyseerd zal worden. Met het akkoord, dat in het voorjaar naar verwachting definitief is, wordt beoogd om de uitstoot van CO2 over twaalf jaar met 49 procent te reduceren, waardoor Nederland voldoet aan het akkoord van Parijs.

    • Erik van der Walle