‘Terug in Nederland deden mijn ouders aangifte van mij, hun zogenaamd biologische kind’

Recht Een commissie gaat de Nederlandse rol bij illegale adoptie onderzoeken. Dankzij Patrick Noordoven, geadopteerd uit Brazilië.

Foto archief Patrick Noordoven

Een „enorme overwinning”. Zo noemt Patrick Noordoven het bericht van donderdagmiddag dat het ministerie van Justitie en Veiligheid een onafhankelijke commissie instelt om de rol van de Nederlandse overheid bij illegale adopties uit het buitenland te onderzoeken. Noordoven (38), zelf illegaal geadopteerd, heeft dit in gang gezet. Zijn Wob-verzoek over illegale adopties, onder meer over zijn eigen adoptie, heeft minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) ertoe aangezet de commissie in het leven te roepen. Dekker spreekt van „mogelijke misstanden” bij de adoptie van baby’s uit Brazilië, „waarbij Nederlandse overheidsfunctionarissen betrokken zouden zijn geweest”. „Deze signalen mogen niet genegeerd worden”, aldus de minister donderdag. De commissie zal zich verdiepen in adopties in de jaren 1967-1998 uit Colombia, Indonesië, Sri Lanka en Bangladesh. Maar startpunt van het onderzoek is, niet toevallig, Brazilië.

Lees ook: Onderzoek naar rol overheid bij illegale adopties uit buitenland

Noordoven doet zijn verhaal telefonisch vanuit zijn geboorteland: aan de universiteit in de hoofdstad Brasilia doet hij onderzoek naar internationale adoptie. Na zijn masterstudie keert hij terug naar Zwitserland, het land dat hij sinds zeven jaar het zijne noemt. Hij is „blij” dat hij niet meer in zijn geboorteland én niet meer in zijn adoptieland Nederland woont.

Hoe bent u als kind in Nederland terechtgekomen?

„De precieze gang van zaken is nog steeds in nevelen gehuld. Ik weet dat ik als baby ben opgehaald door een Nederlandse en een Braziliaanse vrouw uit het ziekenhuis in São Paulo, waar ik geboren ben. Ik ben vermoedelijk naar een kindertehuis gebracht. Zeker is: in de buurt van dat tehuis ben ik overhandigd aan mijn juridische ouders in het bijzijn van een medewerker van het Nederlandse consulaat in São Paulo (informatie uit een arrest van het gerechtshof Den Haag van vorige maand bevestigt de betrokkenheid van de medewerker, red.). Mijn juridische ouders wilden een snelle adoptie: via de officiële weg zou die te lang duren. Er is valse aangifte gedaan van mijn geboorte en er was een vals paspoort voor mij. Terug in Nederland deden mijn ouders aangifte bij de burgerlijke stand van mij, hun zogenaamd biologische kind, geboren in Brazilië. Een valse aangifte van geboorte dus. Verduistering van staat, heet dat. ‘Deprivation of identity’, in het Engels. Een serieus misdrijf.”

Noordoven groeide op in Gouda. Toen hij zes was adopteerden zijn adoptieouders nog een jongen uit Brazilië – legaal ditmaal. Noordoven kijkt terug op een „niet bijzonder vrolijke” jeugd, vertelt hij. Als volwassene werd het onderzoek naar zijn komaf steeds serieuzer.

Wat bent u te weten gekomen?

„In 2011 vond ik mijn biologische halfzus en kwam ik te weten wie mijn echte moeder was. Ze bleek in 1985 te zijn overleden. Er kwamen veel vragen bij me op. Ik spitte door publicaties in de Koninklijke Bibliotheek, en kwam meer te weten over illegale adoptie. In 2013 kwam ik erachter dat mijn juridische ouders begin jaren tachtig om de adoptie strafrechtelijk zijn vervolgd. En dat die zaak is geseponeerd. Net als veel andere zaken van illegale adoptie uit Brazilië door Nederlandse stellen, waar justitie in Nederland in de jaren tachtig onderzoek naar deed. In 2013 heb ik de Nederlandse staat aansprakelijk gesteld voor betrokkenheid bij illegale adoptie. En mijn juridische ouders ook. Het contact met hen was al een paar jaar slecht. Ze wilden niet de informatie geven waar ik om vroeg.”

Noordoven nam een advocaat in de arm en vroeg in 2017 informatie op bij de overheid via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Hij vroeg alles op dat verband hield met de praktijk van en het onderzoek naar illegale adopties uit Brazilië. Alle documenten met betrekking tot ambtelijk verkeer, de betrokkenheid van Nederlandse functionarissen. De opgevraagde stukken hebben hij en zijn advocaat, Lisa-Marie Komp van kantoor Prakken d’Oliveira, donderdagmorgen ontvangen.

Ziet u het besluit tot een onafhankelijke commissie als een soort ‘vlucht naar voren’ van het ministerie?

„Zo kun je het noemen. Acht jaar heb ik staan bonzen op de deur van de staat. Jarenlang hoorde ik: er is geen informatie. Dus al het onderzoek heb ik zelf moeten verrichten. Nu weet ik: de informatie was er wél. Het is hoog tijd dat die commissie er komt.”

    • Ingmar Vriesema