Recensie

Een ode aan gelijkwaardige uitwisseling van ideeën

Theater Het gaat in ‘De verse tijd’ over van alles: poëzie, schaamhaar, oorlogsverhalen en verliefdheid. Meningsverschillen zorgen voor ongemak, maar oprechtheid overheerst.

Het spel van Kuno Bakker en Mokhallad Rasem in ‘De verse tijd’ legt interessante dingen bloot over culturele spraakverwarring. Foto Sanne Peper

„Wel normaal doen hè Kuno!” De herhaalde aanmaning van Mokhallad Rasem aan het adres van Kuno Bakker doet denken aan de verkiezingsslogan van de VVD. Met het verschil dat de woorden hier juist tégen ‘typisch Nederlands’ gedrag zijn gericht: steeds als Bakker ergens een ironisch grapje van wil maken of een onderonsje met het publiek wil opzetten roept Rasem hem bij de les.

Het is een van de vele interessante omkeringen in De verse tijd, een samenwerking van Dood Paard en het Antwerpse Toneelhuis. Bakker en Rasem schreven de voorstelling samen, gebaseerd op gesprekken die ze voerden tijdens het creatieproces van een eerdere voorstelling, de Othello-bewerking Bye bye. De enscenering van de conversaties doet denken aan een bokswedstrijd: allebei hebben de makers een eigen hoek met krukje en water of thee, en ter afsluiting van ieder gespreksonderwerp klemmen de mannen elkaar vast in een innige omhelzing.

Ze praten over van alles, over wat poëzie is, over het al dan niet bijhouden van schaamhaar, over geheimen en oorlogsverhalen en verliefdheid. De Irakees-Belgische Rasem en Nederlandse Bakker leggen puur door de manier waarop ze op elkaar reageren interessante dingen bloot over culturele spraakverwarring: bij voorbeeld de neiging van Bakker om alles te benoemen of anders met een ironische beweging, blik of opmerking te relativeren, versus de zucht van Rasem naar omfloerstheid, ongeduidheid, indirectheid.

Hoewel het er soms stevig aan toe gaat (een bepaald competitief machismo is geen van beiden vreemd) spreekt er vooral grote liefde en respect uit De verse tijd. Ondanks het ongemak dat het meningsverschil over kunst en leven teweegbrengt keren de mannen telkens terug naar die oprechte omarming van de ander. De voorstelling wordt zo een ontroerende ode aan gelijkwaardige uitwisseling van ideeën.

    • Marijn Lems