‘Een Jordanees kapsel is verzorgder’

Kapsalon Een gloednieuwe kapsalon ziet eruit alsof ie al heel lang bestaat. „Ik laat mensen kennismaken met het culturele erfgoed van de Jordaan.”

Kapsalon In de Jordaan aan de Elandsgracht, met boven kappers Siko van Berkel (l.) en Lorin Versteeg. Foto Nick Somers

Op de vloer ligt tapijt met een pantermotief, de kasten zijn van Versace royal. een merk dat meubels maakt in de stijl van het Italiaanse modemerk. Op de roomkleurige leren banken is ook al een ‘Versace’-randje aangebracht, de muren zijn bedekt met – écht – Versacebehang. Onder kanten vitrages staan in de vensterbank krullerige vazen en kandelaars, uit de speakers komt Nederlandstalige muziek, op een van de salontafels staat een kristallen karaf met bijpassende glazen.

Kapsalon In de Jordaan, gelegen naast Café de Jordaan aan de Elandsgracht, ziet eruit alsof ie al heel lang bestaat, een overblijfsel uit de tijd dat de Jordaan, nou ja, de Jordaan nog was. Maar de salon is gloednieuw: na een paar weken draaien was vorige week de officiële opening – met accordeonist en advocaatjes met slagroom.

Eigenaar en bedenker Siko van Berkel (38, Ajax-trainingsbroek en gouden ketting) woont ook in de buurt en heeft af en toe – het lijkt ervan af te hangen wie hij te woord staat – een Amsterdamse tongval.

Maar Van Berkel is geen Jordanees – „was het maar zo’n feest” –, zelfs geen Amsterdammer. Hij groeide op in Noordwijk, in een minimalistisch huis van beton; zijn vader is interieurarchitect. „Het bed was van beton, het bad was beton, het toilet was van beton.” Zijn eigen woning is ingericht als „een boeddhistische tempel”, zijn vorige salon, het modieuze Mogeen, met blauw staal, een ontwerp van zijn vader.

Inrichting is geen grap

De Jordanese stijl is misschien een klein beetje een manier om zich tegen hem af te zetten. Maar een grap is de inrichting niet, zegt hij. „Ik zou zo best kunnen wonen. En ik loop al drie jaar in Versace, nep-Versace of Ajax-kleren en ik luister al sinds mijn zevende naar Nederlandstalige muziek.” De tweede naam van zijn dochter is Willeke, inderdaad, van Alberti.

De enige knipoog is volgens Van Berkel dat je het interieur niet verwacht bij een prijswinnende kapper die voor internationale modeshows heeft gewerkt en bekende Nederlanders heeft gekapt. Andersom zullen andere bezoekers wellicht schrikken van de on-volksbuurtachtige prijzen – knippen kost bij In de Jordaan 80 euro. „Ik zou niets liever willen dan voor 50 euro knippen”, zegt hij, „maar dat is niet haalbaar.”

Buurtbewoners weten hem al te vinden , zegt hij – de vrouwen die in Cafe de Jordaan werken zijn bijvoorbeeld klant geworden.

Bestaat er nog zoiets als een typisch Jordanees kapsel? „Het haar is verzorgder dan bij modemensen en hipsters. Als het opgestoken is, is het mooi opgestoken”. „En meer volume en laagjes”, zegt kleurspecialist en mede-eigenaar Lorin Versteeg, die naast hem zit in een blouse met panterprint. „En wat kleur betreft net wat meer warmte.”

Op Facebook stonden vlak na de officieuze opening al vele enthousiaste reacties. Kritiek is er ook. „Dit is gewoon cultural appropriation”, schreef een vrouw. „ik als echte Jordanees voel mij diep beledigd.” 

Dit hoort bij de Elandsgracht. Ik vind het prachtig

Anita Uitbater Café de Jordaan

„Wie in de Jordaan doet nog iets aan de Jordaan?”, zegt Van Berkel. „In Café de Jordaan is nog maar één keer per week live muziek omdat dat door de gemeente niet meer zo gewaardeerd wordt. Rooie Nelis heeft geen opvolger, en de Nederlandstalige muziek sterft daar uit. Ik laat mensen kennismaken met het culturele erfgoed van de Jordaan, en iedereen zingt hier uit volle borst mee, niet alleen bij André Hazes, maar zelfs bij John de Bever. Dus ik zou zeggen: kom even langs in plaats van te roepen dat we hier Jordaantje aan het spelen zijn.”

Op het plein voor de winkel loopt een vrouw met een warm-blond, verzorgd kapsel. De uitbaatster van Café de Jordaan, zo blijkt. Van Berkel wenkt haar naar binnen. „Anita, kom es, schat! Heb jij het gevoel dat we hier de boel in de maling aan het nemen zijn?” „Helemaal niet”, zegt ze. „Dit hoort bij de Elandsgracht. Ik vind het prachtig.”

    • Milou van Rossum