Opinie

    • Arjen Fortuin

Een gabberpianist om in je armen te sluiten

Zap Bij deze Sinterklaasavond op tv zat het mooiste cadeau in het laatste pakje: de documentaire over gabber Matthijs die concertpianist wil worden.

Matthijs Wognum op zijn vleugel.

Wie op pakjesavond de moed had om de televisie aan te zetten, werd volledig doorgeklaast. Paul de Leeuw maakte voor RTL de Sinterklaasshow die hij de laatste jaren voor de publieke omroep verzorgde. En wat deed BNNVARA met het aldus ontstane gat in het schema? Dat werd gevuld met, u raadt het, een Sinterklaasshow met Dieuwertje Blok. Opgeteld was dat bijna drie uur Sintertainment, genoeg om deze kijker uitgepiet in de kussens te laten belanden.

Het getetter verstomde na elven, toen bij de VPRO Wognum begon, een bijzondere documentaire van de jonge Tim Bary (1991). Matthijs Wognum is een 42-jarige gabber die buiten raven en uitgaan een opmerkelijke droom koestert, namelijk klassiek pianospelen. 42 is natuurlijk wat oud voor een jongensdroom, het is een van de redenen waarom ik mijn ogen niet van de veelzwijger Wognum kon afhouden.

Bary volgt hem in alle werelden: van de concerten waar hij zich mee laat voeren op de beats tot de pianozaak waar hij, gabberkloffie aan, even proefspeelt op een vleugel. De keurige jongens en brave dames kijken hun ogen uit. Wognum speelt geweldig.

Het contrast wordt daarna mooi uitgewerkt. Wat in de ziel van Wognum samenkomt, harmonieert niet zomaar met de wereld. Of met zijn relatie, want zijn voornemen om een vleugel te kopen ontmoet geen enkel enthousiasme bij zijn (flink jongere) vriend René. Die vindt zo’n enorm instrument maar niks, zo blijkt in een geweldige relatiedialoog. „De tafel is groter”, zegt Wognum. Vijf seconden zwijgen. „Maar die is bruikzaam”, moppert René. Weer vijf seconden stilte. „Aan die vleugel wordt niet gegeten.”

‘Ik ga mijn toekomst niet laten verkloten door een ander’

Zo mokt het stel door, waarbij duidelijk wordt dat in deze relatie wel meer schuurt dan Chopin alleen. Wognum vindt dat René te veel drugs gebruikt en daardoor altijd moe en chagrijnig is. Hij wordt woedend als hij thuis geen piano kan oefenen, door de muziek die René luistert. René: „Je hebt er geen last van want de tussendeur is dicht.” De komst van de vleugel wordt doorgezet. René kan even „de teiltyfus” krijgen. „Ik ga mijn toekomst niet laten verkloten door een ander, dat is al te vaak gebeurd.”

Wognum is een ongeneeslijk eenzame man – dat zie je op de festivals, bij zijn vriend, bij zijn modelspoorbaan op zolder. Maar hij is ook iemand die heel rustig kan formuleren wat hij verlangt, hoe de zaken volgens hem in elkaar steken. En die zeer overtuigd is van zijn eigen gelijk, in eigenlijk alles.

Als zijn pianoleraar het belang van een conservatoriumopleiding relativeert (Wognum had op zijn achttiende zijn eerste pianoles) zegt hij zachtjes maar beslist: „Dan had ik wel beter kunnen spelen nu.” Een gabberpianist om voor eeuwig in je armen te sluiten.

Regisseur Bary heeft zich goed ingeprent dat geluid belangrijk is in een film die over de liefde voor muziek gaat. In de eerste minuten wordt geen woord gesproken. Er is alleen maar omgevingsgeluid, waardoor de intensiteit van de muziek scherp uitkomt – of dat nu house of klassiek is. De zwijgmomenten van Wognum zijn ook mooi vastgelegd.

Uiteindelijk zien we Wognum daadwerkelijk een pianorecital geven voor een volle zaal, waarin we gelukkig ook René ontwaren. Als hij zijn applaus in ontvangst neemt, staan de tranen Wognum in de ogen; in de coulissen huilt hij in de armen van zijn vriend. Bij deze Sinterklaasavond op tv zat het mooiste cadeau in het laatste pakje.

    • Arjen Fortuin