Bedrijven investeren meer in onderzoek als de overheid dat ook doet

Innovatie Als de overheid onderzoek en ontwikkeling stimuleert, doen bedrijven dat niet, dacht de Kamer. Onderzoek van de KNAW toont het tegendeel.

Paralympisch handbiker Tim de Vries in de windtunnel van de Technische Universiteit Eindhoven, één van de meest geavanceerde windtunnels ter wereld. Er worden ook gebouwen of windmolens getest. Foto ANP/Paul Raats

Hogere overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) leiden ook tot hogere investeringen van het bedrijfsleven op dat vlak. Dat constateert de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in het rapport Wederzijdse versterking , dat donderdag is aangeboden aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de staatssecretaris van Economische Zaken.

Het is voor het eerst dat zo’n uitgebreid overzicht gemaakt is van bestedingen aan onderzoek en ontwikkeling in Nederland. Minister van OCW Ingrid van Engelshoven (D66) had de KNAW gevraagd dit te doen, na een motie van Kamerlid Jan Paternotte (D66). Hij veronderstelde dat hogere overheidsinvesteringen in onderzoek er juist toe leiden dat bedrijven minder geld aan R&D uitgeven.

Het omgekeerde blijkt nu dus waar, constateert de KNAW. „Dit rapport toont aan dat de overheidsinvesteringen een positief effect hebben op private investeringen en economische groei”, aldus hoofdonderzoeker Luc Soete, hoogleraar internationale economische betrekkingen aan de Universiteit Maastricht.

Wel verdwijnt veel Nederlands privaat geld voor R&D over de grens. Uit het KNAW-onderzoek blijkt dat het Nederlandse bedrijfsleven meer geld in het buitenland investeert dan in Nederland, en dat het verschil groeit. In 2016 ging er 1,5 miljard euro meer naar het buitenland, een verschil dat sinds 2008 oploopt. De KNAW concludeert dat stevige overheidsinvesteringen in een land als Duitsland, dat een grote maakindustrie heeft, „een aanzuigende werking” heeft op Nederlandse bedrijven.

Dat ‘negatieve saldo’ is „zorgelijk”, vindt Soete. Al zegt hij ook dat verder uitgesplitst moet worden hoe dat bedrag is opgebouwd. Zo kan een Nederlandse overname in het buitenland het negatieve saldo opstuwen wanneer er investeringen volgen. „Maar omgekeerd geldt dat ook.”

In totaal werd in Nederland in 2016 ruim 14 miljard euro aan R&D uitgegeven, blijkt uit de KNAW-berekeningen. Het bedrijfsleven droeg iets meer bij dan de overheid. Als fiscale stimuleringsmaatregelen worden meegenomen, financiert de overheid 40 procent van het totale R&D-budget in Nederland (5,6 miljard euro) en het bedrijfsleven 45 procent (6,3 miljard). Dat laatste percentage komt neer op zo’n 1 procent van het bruto binnenlands product. De rest komt voornamelijk voor rekening van buitenlandse bedrijven en de Europese Unie. Deze buitenlandse investeringen nemen de laatste jaren ook steeds toe, berekende de KNAW, maar het weegt niet op tegen het bedrag dat vanuit Nederland over de grens wordt besteed.

Lees ook: De geldschieter wil wel zelf wat aan het onderzoek hebben

Zeer belangrijk voor het binnenhalen van private investeringen zijn de zogeheten science parks, zegt Soete. Dat zijn de campussen die veelal rond universiteiten zijn gevormd, zoals de High Tech Campus in Eindhoven. De universiteiten verzorgen fundamenteel onderzoek, waaraan bedrijven zelf weinig doen. Soete: „De nabijheid van zo’n kenniscentrum is heel belangrijk om bedrijven hier te houden. Het toont aan dat de overheid een aanjaagfunctie heeft.”

De KNAW geeft bij haar rapportage de suggestie mee R&D-uitgaven breder te definiëren dan bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zo telt het CBS, dat weer de definities van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling volgt, fiscale voordelen niet mee als overheidsuitgaven aan R&D. Evenmin ziet het CBS innovatie van bijvoorbeeld online platforms niet als R&D. Juist Nederland loopt daarin voorop, zegt Soete, met bedrijven als Booking.com.

    • Geertje Tuenter