Recensie

Airhockey spelen met pucks en je kan er nog prima eten ook

Foto Nick Somers

We waren onszelf al een keer kwijtgeraakt in de Ton Ton Club in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt en sindsdien is er geen houden meer aan: spelletjes zijn onze lust en leven. Specifieker: retro bordspelletjes, flipperen en airhockey. En omdat verandering van spijs doet eten, bezochten we Puck (van dezelfde eigenaren als de Ton Ton Club), een airhockeyhal en grote eetzaak aan de Jan Evertsenstraat, net buiten de ring. Airhockey heeft niets met hockey te maken, maar is een spel waarbij je schijven, zogenaamd ‘pucks’, met twee pods (handgrepen) in het goal aan de overkant – een smalle spleet – moet krijgen. Door gaatjes in de tafel blaast lucht die de puck laat zweven. Puck heeft tien speeltafels, is sinds februari de eerste airhockeyspeelhal van Europa en je kan er nog prima eten ook.

Dat eten is slim bedacht, het zijn Frans-Aziatische buns, zowel brioches (zachte, zoete broodjes) als bao’s (Chinese gestoomde, gevulde) en mantao’s (kleiner dan bao’s en belegd). Je bestelt gewoon in etappes en kunt tussen de gangen door lekker spelen op de airhockeytafels, flipperkasten, videogames of aan de eettafel zelf een spelletje doen. Iedereen die komt eten komt ook spelen, de bediening verkoopt tokens. Wij nemen er twaalf (voor 10 euro) en bestellen wijn, een brioche soft-shellcrab (7,25), mantao eend (twee stuks, 9,50) en de Puck-special halloumi (10,50). De zaak lijkt op een Amerikaanse diner en het meisje in de bediening op een zus van Uma Thurman in Pulp Fiction („Ik doe alleen the liquids”). Ze zet een royale karaf kraanwater op tafel en twee dito glazen wijn, knettervolle Spaanse Rioja (5,-) en Oostenrijkse Zweigelt (5,-).

Voordat de bestelling komt, hebben we net genoeg tijd voor een enerverend potje flipperen. De brioche is ronduit heerlijk met knapperige krab, dungesneden spitskool en komkommer en ook de eend op twee kleine broodjes met licht-bittere marmelade en kaffir-kokoscrème kan ons bekoren, maar de halloumi – een plak in panko (Japanse paneer) gebakken Cyprotische geitenkaas – doet denken aan het vaak aan vegetariërs geserveerde gerecht van de jaren tachtig: gebakken kaasplak. Dit heeft weinig smaak, het is gewoon laf, terwijl die Cyprioten toch echt wel smaakvolle kaas maken. De bijgeleverde pruimenchutney (waarschijnlijk niet zelfgemaakt) en in een waaier gesneden avocado kunnen de zaak niet redden.

Onze tweede bestelling (er worden 3 à 4 gerechten geadviseerd, drie is echt genoeg) bestaat uit tako a la plancha (9,-), dat is octopus met wasabi en yuzusaus, en tsukune (7,50), kipspies met shiso en wasabi-sesamsaus. Dat laatste lijkt op kipgehaktstaaf, ingesmeerd met enorm zoute shiso, té zout, en de structuur doet slap aan. De octopus is stevig gebakken, maar ook hier doet de saus van citrus kunstmatig aan, dit komt waarschijnlijk zo uit een fles. Jammer dat de gerechtjes van Puck, die er stuk voor stuk zo mooi uitzien en best verfijnd zijn, met sauzen van mindere kwaliteit komen – zonde. We bestellen gauw wat groenten, want eigenlijk bestaat wat we eten uit eiwitten en koolhydraten met zoute sauzen; we krijgen er enorme dorst van. De bok choy (4,50) is een bakje met een mix van gebakken paksoi, pinda’s en een sojasaus van shiitake, best lekker en een welkome afwisseling.

Ondertussen is het muziekvolume, dreunende disco, opgevoerd, zijn de meeste eettafels leeg en speeltafels bezet, en proberen wij nog een potje airhockey. Dat valt niet mee, we bezwijken bijna aan de kakofonie van geluid, wat een herrie! Ook al willen we het niet toegeven, misschien zijn we hier toch een beetje te oud voor en om ons heen zien we het bewijs: allemaal jonge mensen. Gelukkig is het vriendelijke meisje er weer om ons te redden: „Willen the lady and the gent een refill”, maar wij houden het bij water en crème brûlée (5,-), die trouwens goed is, inclusief de krakende karamellaag. Een zoete pleister op een tamelijk zoute avond, waar we een tikkie stram en met tuitende oren uitkomen.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel