Wel of geen huldiging als sporter, onder Trump is het politiek

Sport in Amerika

De Boston Red Sox zullen naar het Witte Huis gaan voor een huldiging. Onder Trump is die beslissing niet meer vanzelfsprekend.

In 2017 gingen de New England Patriots na het winnen van de Super Bowl op bezoek bij president Trump in het Witte Huis. Enkele spelers bleven uit protest thuis. Foto Samuel Corum/Getty Images

Het is een keuze zonder winnaars geworden, dat wisten ze bij de Boston Red Sox. Damned if you do, damned if you don’t, zeggen ze dan in de Verenigde Staten. Toen het honkbalteam begin november de World Series won, wist het dat er waarschijnlijk een uitnodiging voor een huldiging in het Witte Huis zou komen. Traditie. Maar één die onder president Trump politiek gevoeliger is dan ooit.

Als de Red Sox niet zouden gaan, zouden ze kritiek krijgen: ondankbaar, niet-patriottistisch. Met Trump en zijn regering voorop. Als ze wel zouden gaan, geven ze misschien impliciet goedkeuring aan zijn retoriek en beleid. Manager Alex Cora, geboren Puerto Ricaan, had in september nog uitgehaald naar Trump toen die tweette dat het dodental in het land als gevolg van orkaan Maria bewust door Democraten opgeblazen werd.

Maar ze gaan wel, besloten ze deze week. Als team, inclusief Cora. Spelers zijn wel vrij weg te blijven, mochten ze dat willen. Cora gebruikt het platform liever „op de juiste manier”, zo legde hij onder meer uit.

Sport als doelwit

Waar het traditionele Witte Huis-bezoek decennialang geruisloos voorbijging, is dit onder Trump heel anders. De sport is de afgelopen twee jaar één van zijn favoriete doelwitten geworden. Met voorop zijn openlijke strijd tegen de volksliedprotesten. Begonnen in 2016 met American-footballspeler Colin Kaepernick als protest tegen raciale ongelijkheid en politiegeweld, maar door Trump geframed als oneerbiedigheid voor het land en de mensen die daarvoor vechten.

Lees ook een eerder stuk over Kaepernick: De verstoten activist van de NFL.

Hij vroeg openlijk op Twitter om het ontslag van sporters die niet staan bij het volkslied, vroeg fans de NFL (National Football League) te boycotten en haalde uit naar individuele spelers. Een huldiging op het Witte Huis is niet langer alleen een eer, maar voor sommigen ook een last, een statement.

De Houston Astros (honkbalkampioen in 2017) en de Pittsburgh Penguins (ijshockeykampioen in 2017) gingen zo goed als compleet naar Washington. De New England Patriots (American-footballkampioen in 2017) gingen als team ook gewoon, maar enkele (zwarte) spelers besloten bewust thuis te blijven.

Van de Golden State Warriors (basketbalkampioen 2017) werd de uitnodiging ingetrokken voordat hij überhaupt verstrekt was. Dit was een reactie op de opmerking van sterspeler Stephen Curry, uitgesproken kritisch op Trump, dat hij het bezoek aan zich voorbij zou laten gaan. Ook de Philadelphia Eagles (American-footballkampioen 2018) hoefden niet meer te komen. Het Witte Huis zag in de lage aangekondigde afvaardiging een „politieke stunt”.

Trump gebruikt sport „om ons te verdelen”, zo zei basketballer LeBron James deze zomer tegen CNN. „Sport is nooit iets geweest wat mensen verdeelde. Het is altijd iets geweest wat mensen verbindt.”

De sporthuldiging op het Witte Huis gaat al terug tot ten minste 1865, schreef ESPN twee jaar geleden. Toenmalig president Andrew Johnson verwelkomde toen de Brooklyn Atlantics en Washington Nationals, twee amateurhonkbalteams. De eerste World Series-winnaar die het Witte Huis bezocht, moeten de Washington Senators in 1924 zijn geweest onder president Calvin Coolidge.

In 1963 werd voor het eerst de NBA-kampioen (Boston Celtics) uitgenodigd, toen door president John F. Kennedy. De Pittsburgh Steelers waren in 1980 het eerste American-footballteam dat na het winnen van de Super Bowl naar Washington mocht komen, onder president Jimmy Carter. President Ronald Reagan maakte er volgens ESPN de traditie van die het nu is voor de kampioenen van alle prof- en universiteitscompetities.

Vaker afzeggingen

Door de jaren heen hebben wel vaker spelers, net als nu, de huldiging aan zich voorbij laten gaan. Manny Fernandez, Bob Kuechenberg en Jim Langer, drie spelers van het kampioensteam van de Miami Dolphins in 1972, weigerden naar een huldiging voor die prestatie veertig jaar later te komen uit onvrede over president Barack Obama. Footballspeler Matt Birk van de Baltimore Ravens kwam in 2013 na de Super Bowl-titel niet vanwege een speech van Obama bij een Planned Parenthood-vestiging. Hij was fel ‘pro-life’ en wilde daardoor niet naar Washington gaan. Maar vaker hadden afzeggingen te maken met privéomstandigheden, of gingen huldigingen überhaupt niet door vanwege de politieke situatie, zoals de start van de Eerste Golfoorlog (1991) en de Irakoorlog (2003).

Maar niet eerder besloten teams op eenzelfde manier wel of niet te gaan, of was er een president die uitnodigingen introk. Maar de Red Sox zien het bezoek „niet als politieke aangelegenheid”, zo verklaarde voorzitter Sam Kennedy. Dat is het in Trumps Amerika inmiddels wel.

    • Frank Huiskamp