Vrij zijn is...langlaufen

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

‘Wintersport begint in Nederland”, staat op een bord naast het sportpark. Het regent. Het gras is zeiknat. Geen sneeuw. „Goed langlaufweer”, zegt Do Witteman. „Lekker nat en glad.” Bij Langlaufvereniging Gouda wordt niet over sneeuw maar over borstelbanen gegleden. Op het glooiende veld ligt twee kilometer aan blauwe matten met witte gleuven, ‘de loipe’, waar precies twee ski’s in passen. Elke zondagochtend geeft Witteman ‘mastertraining’. Vandaag wordt gewerkt aan de afzet („Rustig inveren en dan snel het been naar achteren schuiven”) en de dubbelstoktechniek („Zet die stokken neer en hang erin, dieper, dieper”).

Met een iPad op statief worden oefeningen opgenomen en via ‘videodelay’ afgespeeld, zodat gekeken kan worden naar houding, kijkrichting en techniek. „Precies vijftien seconden nadat je over dat stukje baan bent gegleden, ben je te zien op de iPad”, zegt Witteman. „Maar dat is niet zo eenvoudig hoor.” Er moet haast gemaakt worden. „Sorry Corrie, je bent echt te laat.” De felgele jas van de 80-jarige Corrie Korpershoek schiet net uit beeld. Ze haalt haar schouders op. „Ik bepaal altijd een beetje mijn eigen tempo.” Een ander gaat te snel, gaat zelfs onderuit. „Gaat het, Maarten?”

„Tien jaar geleden raakte ik geblesseerd met hardlopen”, zegt Maarten Scharroo (54). „Langlaufen is minder blessuregevoelig, maar vereist wel eenzelfde conditie.” En die valpartij dan? „Geen probleem, je moet gewoon doorrollen. Net als met judo.” Sinds tien jaar langlauft Scharroo in Gouda, bij één van de drie langlaufverenigingen in Nederland. Eens per jaar gaat hij mee met de verenigingreis, dit jaar naar het Oostenrijkse Ramsau am Dachtstein. „De frisse lucht, de uitzichten, de natuur. Daar trainen we voor.” Après-ski hoor niet bij langlaufen. „Als je een herberg binnenkomt en je ziet zes pullen bier staan, dan weet je: dat zijn skiërs.” Ook de flinterdunne sportkleding verraadt hoe zwaar de sport is. „Er wordt gewerkt, gezweet, dus ja, zo’n dik skipak hebben wij niet nodig.”

Een rustige skivakantie betekent voor Lustig met een lichte rugzak een trektocht maken, van hut naar hut

Hij schreeuwt het niet door de kantine, maar Koen Lustig (64) skiet wel. „Ik ben gek op wintersport. Skiën, schaatsen, sneeuwscooter rijden. Als het in de sneeuw kan, is het leuk.” Vorig jaar had ‘zijn’ schaatsbaan problemen, er kon niet geschaatst worden. „Ik moest wat anders, dus ging ik langlaufen.” Het beviel. „Ik ga een paar keer per jaar op skivakantie, maar ga nu ook af en toe een weekendje deze rustige variant doen.” Rustig betekent voor Lustig met een lichte rugzak, „toiletspullen en een dikke trui” een trektocht maken, van hut naar hut van zonsopgang tot zonsondergang. „Je komt niemand tegen, alleen de natuur.”

Vlakbij de schiethoek, waar je met lasergeweren voor de biatlon kan trainen, staat een stenen pingpongtafel. Iets verderop zes betonnen zitjes. Boven de schutting steekt een zes meter hoge glijbaan uit. „Het zwembad”, zegt voorzitter Bea Marsman. „Van oktober tot half februari is dit van ons, daarna van hen.” ’s Zomers liggen op het gras badgasten in plaats van matten. Maar echt vervelend vinden ze dat niet. „In de zomer gaan wij rolskiën, op korte ski’s met wieltjes,” zegt Scharroo. „Seizoen voorbij? Rollers erbij!” Een mooie leus voor op een bord naast het sportpark.

    • Peter de Krom
    • Astrid van Rooij