Sinterklaasavond, strooiavond, pakjesavond

Ewoud Sanders Pakjesavond, strooiavond, Sinterklaasavond, Sint-Nicolaasavond of Sinterklaasviering. Voor de viering op 5 december bestaan veel synoniemen. Ewoud Sanders dook erin.

Voor het feest dat vanavond door veel mensen wordt gevierd, bestaan verschillende synoniemen, namelijk pakjesavond, strooiavond, Sinterklaasavond, Sint-Nicolaasavond en Sinterklaasviering.

Sint-Nicolaasavond is het oudst. Ik trof het aan in de Amsterdamsche Courant van 4 december 1777. Boekhandelaar Pieter Minnee, die twee winkels had, meldde toen in een advertentie „dat hij op St. Nicolaas-Avond in de Molsteeg zijn Winkel zal fraai geïllumineerd houden maar in de Oude Manhuispoort niet”.

In jeugdboeken vind je doorgaans vrolijke beschrijvingen van Sinterklaasavonden, maar oude romans en memoires schetsen soms een heel ander beeld. Zo schreef de Dordrechtse Adrianus van Altena in 1827 over een sinterklaasavond die hij als ingekwartierd militair meemaakte bij een gezin in Maastricht: „Het huisgezin waarbij ik te huis was, bedroefde mij door zijne bijgeloovigheden. De arme kinderen werden dezelven, door de aanjaging van allerlei soorten van verschrikkingen, al vroeg eigen gemaakt. De Sint Nicolaas-avond was hun een avond van angst en jammer. Al vroeg waren zij met de komst van den Heilige bedreigd, en met den donker was er een die hem vertoonde, en zijne weldadige pepernoten zoo onverwacht deed hagelen, dat eene der kleinen in stuiptrekkingen verviel, en als dood te bed werd gebragt. Dagen lang was dit kind aan zenuwtrekkingen onderhevig.”

Betsy Hasebroek had het in 1840 in haar roman Twee vrouwen over „de bullebak op Sint Nikolaasavond”. „Als kind had ik reeds een hekel aan die jammerlijke grappen, en schreeuwde zoo hard als ik kon: ‘Je bent Hendrik!’”

Het woord strooiavond duikt voor het eerst op in St. Nikolaas en zijn knecht, een jeugdboek uit 1850 van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman. Schenkman is ook de eerste die Zwarte Piet beschrijft, hoewel die in dit boekje nog niet zo wordt genoemd.

Dit is Schenkmans gedicht ‘St. Nikolaas op Strooiavond’: „Het leeft in den schoorsteen,/ Hoor, hoor dat geraas!/ Hoe rollen hier de app’len,/ ’t Is vast Sint Niklaas!/ Maar neen… ’t Is zijn knechtje,/ Dat zwart is van kleur;/ Want ginds staat de Bisschop,/ Voor de opene deur./ Zing spoedig een liedje,/ Zie, zie, hoe hij gooit!/ Hoe harder wij zingen,/ Hoe ruimer hij strooit.”

Vanaf 1863 raakte het woord Sinterklaasviering in zwang, maar het werd nooit zo populair als die andere aanduidingen, waarschijnlijk omdat het niet specifiek genoeg is. Jacob van Lennep gaf dat jaar in Amsterdam bij de Koninklijke Akademie van Wetenschappen een lezing over „den oorsprong van de St. Nicolaasviering hier te lande”, aldus het Algemeen Handelsblad. De oorsprong werd „een raadsel” genoemd – kennelijk hield dit volksfeest ook toen al de gemoederen bezig.

Het vierde synoniem, pakjesavond, debuteerde bij mijn weten op 7 december 1874 in Het nieuws van den dag: „Sinterklaasavond, de pakjesavond, is uitermate geschikt om de band tusschen de vaders en hun kroost nauwer toe te halen; een deel der stijfheid en deftigheid, waaraan we allen laboreeren, weg te nemen.”

Overigens typeerde de volkskundige (en priester) Jos. Schrijnen pakjesavond in 1915 als „een late, gladstrijkende en prozaïsche vervorming” van het échte Sinterklaasfeest. Dit slappe aftreksel zou in de noordelijke provincies zijn ontstaan, maar hij leverde daar geen bewijs voor.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders