Opinie

Openbaar Ministerie valt door de mand met strafbeschikkingen

Straf

In een democratische rechtsstaat mag de burger een eerlijk proces verwachten. Maar daaraan kan dus getwijfeld worden bij het opleggen van ‘strafbeschikkingen’ door het Openbaar Ministerie.

In een democratische rechtsstaat mag de burger een eerlijk proces verwachten. Maar daaraan kan dus getwijfeld worden bij het opleggen van ‘strafbeschikkingen’ door het Openbaar Ministerie, zo blijkt uit journalistiek onderzoek door NRC. Het systeem, waarmee nu een jaar of tien zogeheten ‘evidente’ zaken eenvoudig door het OM worden afgedaan, kan de toets der kritiek niet doorstaan. Als de burger in verzet gaat en het OM dus moet uitzoeken waarom het burger X of Y ook alweer bestrafte, valt dit ‘proces’ grandioos door de mand.

Eerder, in 2015, waarschuwde ook het parket bij de Hoge Raad al dat het OM hier een wanprestatie leverde. Dat heeft dus tot niets geleid, wat laat zien hoe tandeloos het interne toezicht op het strafvorderlijk optreden van de staat is. Wat overigens ook niet onbekend is – wetenschappelijk onderzoek uit 2017 concludeerde al dat het toezicht door de strafrechter op het OM (en de politie) veel te zwak is geworden. Ook met die conclusie is vervolgens niets gedaan.

Op dertigduizend jaarlijks opgelegde strafbeschikkingen is het in ongeveer tweeduizend gevallen mis, zo blijkt nu: bewijs ontbreekt, dossier is onvolledig, verkeerde feit is vastgelegd. Als de (echte) rechter eraan te pas komt, volgt die maar in de helft van het aantal zaken de straf die het OM eerder oplegde. Alles bijeen zijn er in de afgelopen tien jaar duizenden mensen onterecht bestraft: op de verkeerde gronden, met onvoldoende of zelfs ontbrekend bewijs. En ja, het is aannemelijk dat tallozen daadwerkelijk onschuldig waren. Achtereenvolgende ministers van Justitie en/of Veiligheid lieten dat gebeuren, de Kamer vond het wel best.

Daar komt bij dat de betalers van deze ‘beschikkingen’ vaak niet beseffen dat ze niet hebben geschikt, maar juist schuld hebben erkend en er een aantekening op het strafblad door opliepen. Bij de echte schikkingen, de miljoenentransacties met bijvoorbeeld frauderende banken, is dat anders. Daar gaan de bankiers vrijuit: zij kochten vervolging af waardoor de schuldvraag nooit werd beantwoord. Hier gebeurt het omgekeerde. Hier koopt het Openbaar Ministerie het recht op een eerlijk proces voor de verdachte af met een ‘snelle’ boete of taakstraf. Die het vervolgens op slinkse wijze een strafblad meegeeft, waar die burger zich niet van bewust is. Dat kan, in een steeds meer op controle en risicobestrijding gespitste samenleving, ernstige consequenties hebben. Helemaal mis dus, deze straffende rol voor een vervolgende, partijdige instantie als het OM.

Dat het kabinet hier op staande voet iets aan moet doen, is helder. Het OM zelf lijkt er de ernst niet van in te zien, zo blijkt uit de reactie waarin het aarzelt tussen ontkennen en goedpraten. Het recht op een eerlijk proces is intussen internationaal geldend verdragsrecht – het is vastgelegd in artikel 6 van het Europese mensenrechtenverdrag. In februari nam de Eerste Kamer nog een wetsvoorstel aan om het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter in de grondwet op te nemen. Dat was geen vrijblijvende oefening in rechtsstatelijke zuiverheid. De overheid is steeds meer zelf gaan sanctioneren, via het bestuursrecht, waar rechterlijke controle vaak zwak is.

Nu blijkt dus ook de strafbeschikking een zwakke plek, nota bene in het gewone strafrecht, waar dat recht op een eerlijk proces allang bestond. Maar kennelijk toch kon worden genegeerd. De conclusie is evident: een echte straf behoeft altijd toetsing door een echte rechter.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.