Nederland ligt dwars bij EU-wet over criminaliteit

E-evidence In strafonderzoeken direct digitale informatie opvragen in een ander EU-land? Het kabinet ziet burgerrechten in het gedrang komen.

Nederland ligt dwars bij een nieuwe EU-wet die de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit moet vereenvoudigen. Door de wet kan elk EU-land straks digitale informatie over verdachten in Nederland opvragen, zonder tussenkomst van justitie hier. De regering ziet burgerrechten in het gedrang komen.

Dit blijkt uit twee brieven die minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) twee weken geleden heeft gestuurd aan zijn collega-ministers in de EU en aan de Europese Commissie. Volgens het wetsvoorstel, dat deze week in Brussel wordt besproken, hoeven justitiële diensten op zoek naar digitale bewijzen (e-evidence) straks geen rechtshulpverzoek meer in te dienen. Ze kunnen bedrijven rechtstreeks bevelen om data te overhandigen.

Eerder dit jaar was Nederland nog redelijk positief over het voorstel, maar nu noemt Grapperhaus het „revolutionair” en onvoldoende „rechtbank-proof”. Zijn brief is mede ondertekend door zeven andere landen. Vrijdag wordt het voorstel besproken in Brussel, op een vergadering van justitieministers. Een meerderheid van EU-landen is vóór de verordening, maar Grapperhaus stelt in zijn brieven dat voor zo’n gevoelig onderwerp „heel brede steun” noodzakelijk is.

In de Tweede Kamer is al langer kritiek. SP, D66 en GroenLinks vrezen dat EU-landen met een verzwakte rechtsstaat, zoals Polen of Hongarije, de wet kunnen gebruiken tegen politieke tegenstanders die elders digitaal ‘onderdak’ hebben gevonden. Nu al zijn er vermoedens dat Polen Europese informatiesystemen, zoals de SIS-database voor de Schengenzone, gebruikt om critici het leven zuur te maken.

Oostenrijk, de roulerend EU-voorzitter, heeft een aantal twijfelende landen, zoals Cyprus en Slowakije, achter het voorstel gekregen met de toevoeging dat lidstaten een notificatie moeten ontvangen als er op hun bodem e-evidence wordt opgevraagd. Bij twijfel aan de rechtsstatelijkheid kunnen lidstaten vragen er nog eens over na te denken, maar ze kunnen informatieverzoeken niet tegenhouden.

Vooral dat laatste is voor Nederland moeilijk te accepteren. Grapperhaus vindt het zorgelijk dat de Nederlandse justitie in de nieuwe situatie minder controle zou hebben over informatieverzoeken en dat de vragende partij juist „in een beslissende positie” zit. Maar Zweden, een van de medeondertekenaars van de protestbrief, is inmiddels om en zal vrijdag alsnog voor het Oostenrijkse compromis stemmen.

Andere lidstaten, aangevoerd door Frankrijk, vrezen juist dat de notificatie alleen maar meer vertraging oplevert in de opsporing van criminele data, omdat die zeer snel van het ene na het andere land verplaatst kunnen worden. Als landen vrijdag akkoord gaan, is de wet er nog niet. Het Europees Parlement neemt er naar verwachting volgend jaar pas een standpunt over in, en ook daar klinkt kritiek.

Justitie als politiek wapen pagina 12
    • Stéphane Alonso
    • René Moerland