Opinie

    • Joyce Roodnat

Kane, Dorothy en Robbie: naar thuis

Joyce Roodnat

Kunst is geen wedstrijd. Toch kan Joyce Roodnat een beetje geluk niet onderdrukken wanneer ze hoort dat niet ‘Citizen kane’ maar ‘The Wizard of Oz’ de meest invloedrijke film aller tijden is.

Bram Suijker in ‘We zijn hier voor Robbie’ van Maria Goos. Foto David van Dam

Kunst is geen wedstrijd. Weet ik. En toch kan ik een flinter zie-je-nu-wel-triomf niet onderdrukken bij het nieuws dat Citizen Kane (1941) is overwonnen door The Wizard of Oz (1939). Citizen Kane gaat door voor de beste film aller tijden. En ja, telkens als ik die film zie, ben ik onder de indruk. Maar de tragiek van die brulboei (regisseur Orson Welles speelt zelf de hoofdrol) voel ik niet zo. Wel van zijn vrouw, maar die blaast hij van de scène. Dat ik Kane soms langdradig vind, verzwijg ik zo’n beetje.

Geef mij maar Oz, met Judy Garland als Dorothy, verloren in een storm, en vervolgens op pad met een laffe leeuw, een man van blik en een vogelverschrikker. Ja, die film is maf. En ongrijpbaar en diepzinnig. En luchtig, vol buitelende ideeën en impertinenties. Zo onmisbaar ook, een grootheid als David Lynch kan niet zonder, kijk maar naar zijn Wild At Heart.

En daar gaat het om. Een stel wiskundigen van de universiteit van Turijn concludeerde op grond van het aantal verwijzingen, citaten en parafrases, dat The Wizard of Oz „de meest invloedrijke film” uit de geschiedenis is. En dat betekent dat het beschaafde stramien van de klassieke Griekse tragedie (in Kane) het aflegt tegen een variatie op het absurdistische negentiende-eeuwse Alice in Wonderland (in Oz). Het masculiene melodrama van de krantenmagnaat Charles Foster Kane is mooi. Maar het is een monoliet, een hapje nemen gaat niet. We hebben veel meer aan het zachte anarchisme van Dorothy, dansend langs de yellow brick road, achteloos afrekenend met een kwaaie heks: Ding dong, the witch is dead…

Maar nee. Kunst is geen wedstrijd. Dit zijn twee onmisbare monumenten. En ze komen allebei uit bij ‘thuis’. De kern van Citizen Kane is het door de stervende magnaat gefluisterde woordje „Rosebud” – een mysterieuze bezwering die niet meer is dan de herinnering die verwijst aan het simpele geluk van sleetje rijden, toen hij klein was. In Oz leert Dorothy dat de cruciale toverspreuk luidt: „There’s no place like home”.

Thuis. In Wij zijn hier voor Robbie, het langverwachte nieuwe stuk van Maria Goos, komt een familie bijeen in de oude familievilla. En voor je het weet ligt de feestelijk gedekte tafel omver ¬– het is wel Maria Goos, en ze is grimmiger dan ooit. Een zoon staat op knappen van de spanning. „Geluk is jullie project”, verwijt hij zijn ouders. Bram Suijker speelt hem als een roerend kleine geweldenaar. Hij staart de zaal in, vertrekt zijn gezicht in de sprakeloze horror van het schilderij De schreeuw van Edvard Munch. Deze zoon is reddeloos. Hij is hier thuis, maar zo ver van huis. Zijn ‘Rosebud’ is hij vergeten. De spreuk „There’s no place like home” werkt niet meer. En dat is het ergste wat een mens kan overkomen.

    • Joyce Roodnat