Recensie

Hozier brengt het vuur van de gospel in sterke nieuwe songs

Pop Na debuuthit ‘Take Me to Church’ leek Hozier veroordeeld tot de club van onehitwonders. In TivoliVredenburg bewees hij daaruit op te krabbelen.

Hozier tijdens een optreden in Austin in oktober dit jaar. Foto Suzanne Cordiero / AFP

Nina Simone had het, James Brown had het, Patti Smith en Bob Dylan hebben het. In zijn nieuwe lied ‘Nina Cried Power’ bewijst de Ierse Hozier eer aan zangers die begeestering brachten in de popmuziek. Zelf mag de 28-jarige Andrew Hozier-Byrne tot de witte soulzangers gerekend worden. Gospel en soul maken zo’n belangrijk deel uit van zijn inspiratie, dat hij zijn begeleidende muzikanten uit lijkt te zoeken op hun zangstem. Zo kon het dat er dinsdag in de uitverkochte Rondazaal een compleet gospelkoor van vier mannen en vier vrouwen op het podium stond, die zongen en speelden met het heilige vuur van muzikanten die geloven in hun muziek.

Na zijn debuuthit ‘Take Me to Church’ leek Hozier veroordeeld tot de niet benijdenswaardige club van onehitwonders. Vier jaar na dato lijkt hij daaruit op te krabbelen, met een vijftal nieuwe songs die een grote belofte inhouden voor zijn begin volgende jaar te verschijnen, tweede album.

In ‘NFWMB’ (Nothing fucks with my baby) ontpopte Hozier zich als een wolf in schaapskleren, met zoete dameszang achter een fel protest tegen mensen die de wereldproblematiek Oost-Indisch doof van zich af laten glijden. ‘Shrike’, over een lief klein vogeltje dat naast stekelige voorwerpen nestelt om er zijn prooi aan vast te spiesen, bracht samen met het solo vertolkte ‘Cherry Wine’ een fraai moment van bezinning. ‘Movement’ klonk daarna duister en elektronisch.

Onvermijdelijk werkte het optreden toe naar de ontlading van ‘Take Me to Church’, waarbij Hozier de zang in het eerste couplet vol vertrouwen aan het publiek kon overlaten. Het blijft zijn beste nummer, waar hij als de Stones met ‘Satisfaction’ voorgoed aan vast zal blijven zitten. Een losjes uit de mouw geschud ‘Say My Name’ van Destiny’s Child illustreerde hoe Hozier de muziek van anderen net zo hoog heeft zitten als de zijne.

    • Jan Vollaard