Recensie

Agressie, onverschilligheid, intolerantie: Cady Noland vangt feilloos de tijdgeest

Tentoonstelling

De Amerikaanse kunstenaar Cady Noland exposeert haast nooit en wil niets met de kunstwereld te maken hebben. Nu, op een unieke soloshow in Frankfurt, vangt ze op feilloze wijze de tijdgeest.

Cady Noland, Tower of Terror, 1993, Glenstone Museum, Potomac, Maryland. Foto Axel Schneider

Hard, keihard is de grote Cady Noland-tentoonstelling in het Museum für Moderne Kunst in Frankfurt. Zo hard dat je de kilte om je lijf voelt slaan. Metaal, hekken, handboeien, kogelgaten, schreeuwende tabloidkoppen – eerst denk je dat dat ongemak vooral komt door de afstandelijkheid van het werk zelf, maar dan besef je dat het iets anders is: Noland toont de wereld waarin we nu leven. Of beter: deze expositie laat tot in de perfectie de mentaliteit zien die de Verenigde Staten van Amerika op dit moment in haar greep heeft en die zich als traag stromende lava over de wereld uitbreidt: agressie, onverschilligheid, intolerantie, het recht van de sterkste. En dat terwijl bijna al het getoonde werk minstens vijfentwintig jaar oud is. Toch zag ik zelden een expositie waarin een kunstenaar de tijdgeest, welke tijdgeest dan ook, zo feilloos vangt als Cady Noland hier in Frankfurt doet. Alleen dat maakt deze expositie al tot een unieke gebeurtenis. Maar dat is niet het enige.

Noland is namelijk óók beroemd omdat ze maar zelden exposeert en niets meer met de kunstwereld te maken wil hebben. Ze wordt daarom wel de outlaw van de kunstwereld genoemd: foto’s van haar zijn zeldzaam, openbare optredens doet ze niet, sinds ongeveer 2000 brengt ze geen nieuw werk meer uit en ze stemt nog maar zelden toe in een tentoonstelling – wat, zoals dat gaat, het ironische gevolg heeft dat de prijzen voor haar werk op de kunstmarkt de laatste tien jaar fors zijn gestegen.

Cady Noland, Cart Full of Action, 1986, collectie Art Gallery of Ontario, Toronto

Foto Axel Schneider

Daar heeft Noland (dochter overigens van de bekende schilder Kenneth Noland) een forse aversie tegen handelaren en veilinghuizen aan overgehouden: de laatste jaren is ze de handel actief gaan saboteren door verschillende van haar werken die (licht) beschadigd waren of buiten haar medewerking om zijn gerestaureerd uit haar oeuvre te ‘schrappen’, simpelweg door te verklaren dat ze die werken niet meer erkent. Dat had in het geval van Cowboys Milking (1990) bijvoorbeeld tot gevolg dat Sotheby’s het werk schielijk terugtrok van de veiling om vervolgens door galeriehouder Marc Jancou, die het had willen verkopen, met een claim van 26 miljoen dollar om de oren te worden geslagen. Noland heeft er de reputatie aan overgehouden grillig te zijn, weerbarstig, moeilijk. En dat maakt de expositie in Frankfurt tot een grote triomf voor Susanne Pfeffer, de nieuwe directeur van het MMK, die Noland wél wist te bewegen om mee te werken en die haar bovendien verleidde een aantal werken uit de periode na 2000 beschikbaar te stellen. Allemaal zijn ze, zover bekend, nooit eerder getoond.

Maar nu was de tijd er wel rijp voor.

Polarisatie

Dat is zonder twijfel de grootste sensatie van deze tentoonstelling: al heel snel heb je het gevoel rond te lopen in een verdichte, diep geconcentreerde versie van de wereld die we dagelijks via de media over ons uitgestort krijgen, maar dan zonder dat Trump of Twitter of maatschappelijke polarisatie of public shootings er één keer in worden genoemd. Dat hoeft ook niet, want Noland gaat veel dieper, ze graaft ónder de waan van de actualiteit en stuit daarbij op universeel-Amerikaanse normen, waarden en beelden die laten zien dat de huidige gebeurtenissen wel eens in het diepste wezen in de Amerikaanse cultuur besloten zouden kunnen liggen.

Metaal vormt daarbij telkens het uitgangspunt: bijna alle belangrijke werken die Cady Noland ooit maakte, bestaan uit metaal. Dat gebruikt ze op twee manieren. Allereerst zit haar oeuvre vol met allerlei semi-readymades, objecten die je met de fundamenten van de Amerikaanse cultuur associeert: een winkelwagentje, hekken, gedeukte bierblikjes, wieldoppen, handboeien en autolampen. Door de manier waarop Noland ze presenteert, schijnbaar kaal, maar zorgvuldig geënsceneerd, slaagt ze erin die objecten te transformeren tot symbolen van het hedendaagse Amerika. Of beter: het zijn de symbolen waarmee de ‘gewone Amerikaan’ zichzelf al decennia omgeeft om zich onderdeel te voelen van een breed gedragen cultuur en tegelijk een gevoel van vrijheid en autonomie te bewaren – een subtiele mix van consumentisme, geweld en de (suggestie van) vrijheid. Uiteindelijk gaan bijna alle objecten die Noland uitkiest over macht: de macht om je eigen geld uit te geven, weg te rijden wanneer je wilt, in de richting die je wilt, de macht om je eigen land af te bakenen, om jezelf en je omgeving te beschermen. De kern van de Amerikaanse droom, zo suggereert Noland, is in de eerste plaats de wil om de macht te houden over je eigen leven – op welke manier dan ook.

Maar dat gaat zomaar niet – want er is ook een buitenwereld, die daar soms heel anders over denkt. Die buitenwereld komt aan bod in het andere deel van Nolands oeuvre: nieuwsfoto’s uit kranten of van persbureaus die ze eerst heeft uitvergroot om ze vervolgens af te drukken op dikke aluminium (metalen) platen. Deze foto’s tonen vrijwel altijd de mensen die boven het maaiveld van de Amerikaanse droom zijn uitgestegen: aan de ene kant de (invloed)rijken en de bevoorrechten, aan de andere kant degenen die tegen die macht in opstand komen en daardoor de controle zijn kwijtgeraakt.

Hormonale krachten

Niet voor niets is een van Nolands beroemdste werken de metalen cut-out Oozewald (1989) waarop we Kennedy-moordenaar Lee Harvey Oswald zien op het moment dat hij zelf wordt neergeschoten – alleen heeft Noland zijn metalen mond gevuld met een Amerikaanse vlag en een plastic colafles. Ook Jackie Kennedy-Onassis duikt op, miljardair William Randolph Hearst en bijna vanzelfsprekend diens kleindochter Patty, die zich aansloot bij de terroristen die haar voor losgeld hadden ontvoerd. Niks beheersing, lijkt Noland steeds weer te zeggen. Mensen, Amerikanen, zullen het altijd afleggen tegen de culturele, hormonale en historische krachten die het fundament vormen van hun bestaan.

En daaruit is geen ontsnappen mogelijk. Zeker bij Noland niet. In haar werk stuwen de combinatie van vormvastheid en cultuurkritiek elkaar op tot ongekende hoogten, de bijna vanzelfsprekende combinatie van materiaal, mythe en symbool wordt ongekend krachtig. Dat maakt de MMK-tentoonstelling beklemmend: hoe langer je hier rondloopt, hoe sterker het gevoel wordt dat dit klópt, dat Noland de essentie van de huidige wereld te pakken heeft. En dat zit ’m niet alleen in het geweld of de cultuurkritiek. Neem haar kleuren: dat zijn altijd het rood, wit en blauw van de Amerikaanse vlag. Of neem de vele perfect ronde gaten in haar beelden: die symboliseren zowel doorkijkjes en vergezichten als oogkassen als kogelgaten – waardoor vrijheid, zelfbeschikking en vernietiging opnieuw een pijnlijk verbond aangaan.

Daarbij valt niet te negeren, is het misschien zelfs wel cruciaal, dat al deze harde, onbevallige, metalen krachtwerken door een vrouw zijn gemaakt – en waarmee Noland het vooroordeel ondergraaft, dat juist in de cultuur die ze toont nog bijna vanzelfsprekend lijkt, dat metaal, geweld, sarcasme niet voor vrouwen zijn.

Noland toont het tegendeel, ondergraaft de mythe en wordt zo nóg geloofwaardiger als buitenstaander. Daardoor kan ze laten zien dat de Amerikaanse droom alleen in stand wordt gehouden door essentiële waarden van de droom als vrijheid en zelfbeschikking, voortdurend te negeren. Dat maakt Nolands werk zo indringend: ze toont de rock bottom van de Amerikaanse cultuur. En vervolgens trekt ze daar ook de uiterste consequentie uit, door zich actief te keren tegen de kunstmarkt die haar via een achterdeur alsnog de Amerikaanse droom binnen wil lokken. Noland staat daar liever buiten, maar laat zo wel zien hoeveel kunst op zijn best kan betekenen.

    • Hans den Hartog Jager