Een lesje leren

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Hij is boos die avond en laat zijn collega-kok een briefje schrijven waarin staat dat hij zijn baan per 24 april 2018 opzegt. Het briefje komt bij zijn werkgever terecht. Die stuurt een paar weken later een officiële bevestiging van de opzegging. Maar dat was niet de bedoeling; de man komt terug van zijn opzegging. Hij stapt naar de rechter om zijn baan terug te krijgen – tevergeefs. Daarop gaat de man in beroep.

Zijn werkgever vraagt de rechtbank in Overijssel alvast om ontbinding van het contract als het hof zou oordelen dat dit nog geldig is. Volgens de werkgever is de man niet langer geloofwaardig en betrouwbaar omdat hij is teruggekomen van zijn opzegging, en is het vertrouwen ernstig beschadigd. De man stelt dat hij het briefje „in een opwelling” liet schrijven – hij wilde zijn werkgever een lesje leren – en dat zijn werkgever had moeten onderzoeken of hij de opzegging echt wilde. De rechter noemt het gedrag van de man „ongepast” en wijst erop dat hij pas na de officiële brief van zijn baas reageerde en „nimmer excuses heeft gemaakt over de verwarring die hij op zijn minst heeft doen ontstaan”. Gezien dit „manipulatieve gedrag” meent de rechter dat sprake is van duurzaam verstoorde arbeidsverhoudingen. Het contract wordt per 1 december beëindigd, als vaststaat dat het contract nog geldig is.

Uitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2018:4452
    • Anne van der Schoot