Het huis van Sigmund Freud is een plek vol gemis

Kunst op reis Op reis naar de plekken waar kunstenaars hun stempel drukten. Deze week Freud in Wenen.

Foto Sigmund Freud Foundation

Berggasse 19 is vermoedelijk het beroemdste adres van Wenen. Hier woonde Sigmund Freud. In 1891 huurde de psychoanalyticus in dit grote huis een verdieping met zijn vrouw Martha, drie kinderen en twee bediendes. Later, toen er nog drie kinderen waren geboren, huurde hij er nog een verdieping bij. Freuds praktijk zat hier ook. Lou Salomé en Gustav Mahler waren hier in therapie. Ook ‘Dora’ en ‘Der Wolfsmann’, vereeuwigd in de psychoanalytische literatuur, lagen geregeld op Freuds sofa-met-het-Perzische-tapijt.

Het appartement op de eerste verdieping is als museum ingericht. Maar niet het soort museum dat je verwacht. Op een wandelstok, koffer, wat vazen en enkele andere persoonlijke bezittingen na staan er haast geen authentieke meubels. De legendarische sofa kun je alleen op een foto bewonderen. Het hele interieur van de Joodse familie werd in 1938, drie maanden na de Anschluss, naar Londen verscheept. De Gestapo kwam een paar keer langs. Freud, in de tachtig, wilde niet weg. Maar een leerling, prinses Marie Bonaparte, kocht voor veel geld een uitreisvergunning voor de hele familie. Freuds vier zussen, die achterbleven, werden in 1941 vermoord. Freud stierf in 1939 aan kaakkanker. Na zijn vertrek gebruikten de nazi’s het appartement als Sammelwohnung, waar Joden werden vastgehouden voor ze op transport gingen.

Een zere plek in het land

Het gebrek aan persoonlijke details wordt gecompenseerd met foto’s, boeken, brieven en documenten over Freuds professionele ontwikkeling. Maar bij elke stap op het krakende parket voel je hoe dit huis nog altijd een zere plek is in dit land. Dat er in koffiehuizen waar Freud destijds zat weer kranten liggen met berichten over neonazi-connecties van de radicaalrechtse regeringspartij FPÖ, maakt dit besef nog pregnanter.

Berggasse 19 is van een opvallende schamelheid voor een coryfee als Freud. Keizerin Sissi is de grootste toeristenattractie van de stad, al kon de Weense bourgeoisie haar niet uitstaan. Toch melkt Oostenrijk haar toeristische potentieel uit. Ook Mozart krijgt zo’n behandeling. Freud vind je echter niet op chocolaatjes en mokken. Zijn appartement bladdert af. De getikte witte papiertjes met uitleg in de vitrines zijn nu vervangen, maar de audioguides vallen alsmaar uit. In de verduisterde kamer met de commentaarstem van Freuds dochter Anna bij oude familiefilmpjes, staan stoeltjes uit de jaren 70 en antiquarische schermen.

Het Freud-huis ging pas in de jaren 70 open, ruim dertig jaar na Freuds dood – met geld van Anna. Sindsdien beheert de Freudstichting het appartement. Op hun site constateren zij: „Urgent need of action is required.” In februari gaat het huis dicht voor renovatie. De staat en de stad, die de hoogste cultuurbudgetten hebben van heel Europa, betalen een deel. De rest moet met crowdfunding.

Dit huis heeft charme. Géén commercialisering heeft ook goede kanten. Maar als je de deur achter je dichtdoet, en langs het oude, koperen naambordje ‘Freud’ de straat inloopt, herinner je je vooral al datgene wat er mist.

Sigmund Freud Museum, Berggasse 19, Wenen. Open elke dag, 10-18 uur, entree 12 euro.
    • Caroline de Gruyter