Recensie

De Mazda 6 is groot, stijlvol, snel en ordentelijk

Autotest In de vernieuwde Mazda 6 maakt een vorstelijke tijdreis naar de jaren zeventig.

Mazda 6 bij Velserbeek Mazda in Velserbroek Foto Merlijn Doomernik

Mijn weg naar Mazda voerde via Citroën. De enige auto die mijn ouders tolereerden was de Eend. Die was niet op mijn vaders ruige rijstijl toegesneden. Na een middag verbouwen bij kennissen en een royale pot bedankbier reed hij hem ter hoogte van kapper Piet in de Dorpsstraat in de kreukels. Daar bracht hij mijn moeder telefonisch op de hoogte. Ze beende razend naar de plek des onheils, mijn broer en ik als kroongetuigen van zijn domheid aan de hand, voor een publieke afstraffing die dorp en ons lang bij zou blijven. Nooit heb ik iemand zo verwoestend klootzak horen snerpen. Mijn vader onderging haar wraak verrukt-geslagen. „Het was een schitterende show”, zou hij later zeggen. „Elk tweede woord begon met god.” Zo klinkt liefde.

Wij jongens stonden daarentegen aan de grond genageld. Het was gênant en verwarrend. De trots op het vuur was voor later. Een kind wil óók weleens rust. Waarom moest bij ons altijd alles anders zijn? Waarom reden mijn verwekkers zo’n beschamend bordpapieren hippiehok?

De smet op mijn ziel baarde een jeugdobsessie voor burgerlijke normen en waarden, hartstochtelijk verlangen naar de levens van normale mensen. Andere vaders droegen een stropdas, ruzieden noch botsten, maakten carrière in een representatieve auto van de zaak, een Opel of een Mazda. De in mijn puberjaren populaire Mazda 626 werd mijn ideaal van aangepaste orde. Wist ik veel dat het in het leven yin en yang is? Zoals ik die auto nakeek, zo snakten in een knellend TROS-fatsoen gevangen vriendjes met hun Mazda-vaders naar de vrijgevochten anarchie te onzent, and never the twain would meet. De vernieuwde Mazda 6, de 626 van nu, is zout in de nooit geheelde wond die mijn sociologische bewustwording heeft geslagen. Bij elke Mazda denk ik: kijk, zo had het ook gekund, nooit ongelukken en nooit zorgen. Hij blijft De Andere Wereld.

Vergeten wij intussen niet dat Mazda zeer onaangepaste trekjes heeft ontwikkeld. Het doet niet aan hybride en vooralsnog niet aan elektrisch. Want, stelt het merk, „aangezien tweederde van de wereldwijde elektriciteitsproductie op dit moment tot stand komt met behulp van fossiele brandstoffen, is Mazda van mening dat regelgeving, die stelt dat een EV geen emissie veroorzaakt, onjuist is”. Mazda trotseert de downsizetrend met groot geschapen benzinemotoren die dankzij de SkyActiv-techniek – iets met hoge compressie, vraag niet verder – zonder turbo kunnen, alle voldoen aan de strengste emissienorm Euro 6d Temp en die Mazda’s verbruiksopgaven doorgaans halen. Mijn testsedan met 2,5 liter viercilinder en zestraps automaat rijdt 1 op 14, opmerkelijk voor zo’n groot ding met bijna 200 pk. Mazda maakt dan ook geen aanstalten om de fossiele route te verlaten. In ontwikkeling is de SkyActiv-X, een extreem zuinige benzinemotor met de technische eigenschappen van een diesel. Het merk kondigt hem met grote stelligheid aan als ‘volwaardig alternatief’ voor de elektrische auto.

Hij is weer bij: groot, snel, ordelijk

De 6 neutraliseert zijn tegendraadsheid met meeloperstechniek van de courante veiligheids- en infotainmentsystemen. Hij is weer bij: groot, stijlvol, snel en ordelijk. Ik neem er zijdelings notitie van. Ik zie die eeuwig keurige sedan, geactualiseerde jeugdherinnering. Ik maak een vorstelijke tijdreis naar de jaren zeventig, terug naar het beslissende moment waarop mijn wereld spleet. God, dit had mijn leven kunnen zijn, een zakelijke hemelvaart onder een stolp van stilte. Ik zou mijn huisbank willen oppiepen voor een bedrijfskrediet. Maar ik heb geen bedrijf, ik ben verslaggever; ik meet de kloof tussen de Eend- en Mazdamensen, tussen verzet en overgave. Ik bel mijn vader om herinneringen aan de waanzinscène in de Dorpsstraat op te halen. Hij schatert het uit. Dat roert me. Bohème, home sweet home.

Weken later zie ik op een parkeerterrein een Mazda 6 aanschuiven. Aan het stuur een dertiger met patent kantoorgezicht, urban professional. Zo onverbiddelijk correct heb ik, 53, nooit een stropdas leren knopen. Man en ros harmoniëren jaloersmakend; geen overtollig vet, gezonde kleur, discreet dynamisch. Ik zie een tijdlijn van seminars, conference calls, sportschool en voetbalclub, crèche en papadagen. Je zult net zien dat die jongen directeur is van een meditatiecentrum, maar laat me in mijn waan: daar zit de volmaakte Mazdavader die de mijne niet was, en die ik door genetische gebreken nooit zou worden. Weer voel ik dat levenslange ongemak over mijn chronische onaangepastheid steken. En ik stap in mijn oude Volvo met één zekerheid: alles is voorbeschikt.

    • Bas van Putten