Illustratie Typex

Een interview met Arjen Lubach kun je dromen

Knipselinterview Voor het eerst trekt Arjen Lubach de theaters in met een solovoorstelling, Live. Interviews geeft hij niet meer, omdat alles toch al eens gezegd is. Daarom hier antwoorden uit eerdere interviews op nieuwe vragen.

Arjen Lubach geeft uit principe geen interviews meer. De schrijver, muzikant, theatermaker en presentator van de satirische show Zondag met Lubach maakt geen uitzondering op zijn regel nu hij voor het eerst solo de theaters intrekt voor zijn programma Live. Een interviewverzoek van deze krant sloeg hij beleefd af met de woorden: „Ik voel toch dat ik mijn eigen principes niet in de steek moet laten.” De enige uitzondering die hij maakte op dit principe was voor goede vriend Alexander Klöpping, begin dit jaar, en afgelopen week voor Pauw, Radio 1, Radio 538 en Seth Meyers.

Het interview door Klöpping, afgelopen februari gepubliceerd in de Volkskrant, begon met een citaat van Lubach dat zijn weigering (ingegaan na 2015) moet verklaren: „Ik geloof niet dat ik een interviewer iets te vertellen heb dat hij nog niet weet.”1 Ik kan, als interviewer van heel veel cabaretiers, Lubach daar natuurlijk alleen maar gelijk in geven. Een interview met Lubach kan ik dromen.

“Ik geloof niet dat ik een interviewer iets te vertellen heb dat hij nog niet weet”

Dat interview met de 39-jarige comedian zou beginnen met de vraag wat het grote thema is van zijn cabaretprogramma Live – waarvan ik eind november een try-out bijwoonde in Schouwburg Ogterop in Meppel. En Lubach zou dan – in café Wildschut in Amsterdam-Zuid, waar comedians graag afspreken – vertellen wat ik had gezien. Lubach: „Het is de eerste keer dat ik solo op het podium sta. Voor ik op televisie kwam, speelde ik zo’n twaalf jaar bij improvisatiecollectief Op Sterk Water. Dat is een heel andere tak van theatersport. Die groep is nooit echt doorgebroken. Inmiddels kennen mensen me van de televisie, maar alleen als die schreeuwer in dat blauwe pak.2 In deze show ben ik persoonlijker, zodat mensen me ook van een andere kant leren kennen.”3

Waarop ik zou zeggen dat mijn vraag eigenlijk was welke verhalen voor hem belangrijk zijn om te vertellen. En dan zou ongetwijfeld een verontschuldigend lachje volgen, terwijl de man met de twinkelende pretoogjes mij een blik van verstandhouding toewerpt over het toneelstukje dat we opvoeren. Dan zou hij zeggen: „Het verhaal dat ik vertel gaat over hoe ik ben opgegroeid in een gereformeerd gezin in Lutjegast, in het westen van Groningen, en hoe ik me van het geloof heb losgemaakt. Dat doe ik aan de hand van een brief die ik van een oudere dame heb gekregen, die me vraagt naar de moraal en de zingeving in mijn leven. Het hele programma is opgebouwd rond mijn antwoord aan haar.”3

Illustratie Typex

Dat onderwerp frappeerde mij. Is de ontkerkelijking niet al uitentreuren beschreven de afgelopen vijftig jaar door generaties Nederlandse schrijvers, zoals Maarten ’t Hart en Jan Siebelink?

Lubach: „Maar het je afkeren van het geloof, het ontsnappen uit de gevangenis van het geloof, is een verhaal dat wat mij betreft keer op keer moet worden verteld. Hoe harder het schandalige brainwashen van kinderen door gelovigen kan worden bestreden hoe beter. Christenen kunnen niet genoeg dwars worden gezeten.”4

Religie wekt tegenwoordig weinig weerzin meer op en kan het best vergeleken worden met een exotische hobby, beweerde een deskundige in NRC deze zomer.

„Religie maakt juist een comeback, volgens mij. Dat is zorgelijk en eng.5 Geloof parasiteert op angst, onwetendheid en de hoop dat je een overledene ooit terugziet. Ik benader het leven liever rationeel.”6

Waarom is dat?

„Ik groeide op in een gelovig gezin, maar rond mijn dertiende ging ik zelf nadenken en viel van mijn geloof. Ik ben filosofen gaan lezen, Descartes, Nietzsche, Schopenhauer, om het geloven ook echt af te leren.7 Er wordt mij vaak gevraagd of het feit dat mijn moeder overleed toen ik twaalf was de aanleiding vormde. Ik denk dat het sowieso was gebeurd.8 Maar goed, de dood van mijn moeder was mijn eerste kennismaking met het grote onrecht, dat is natuurlijk een katalysator geweest.”9

Lees ook de recensie van Lubachs eerste solo-show: Hilarische rap over ex-minnares van Baudet hoogtepunt van cabaretshow Arjen Lubach

De opmerkingen van de oude briefschrijfster lijken op de vragen van Thijs van den Brink, die jou interviewde voor zijn EO-serie ‘Adieu God’. Van den Brink stelde ook de vraag op je wel kan liefhebben als je niet gelooft.

„Liefde is voor een atheïst even goed, hoe zal ik het zeggen, een van de zeven pilaren voor de zin van het leven. Ik kan liefhebben, al heb ik lang geworsteld met de liefde. Ik had een slechte start, met een ongelukkige jeugdliefde. Ik was hoteldebotel, zij niet. De euforie en de verbijstering die ik de eerste keer voelde, vormden de maat voor de rest van mijn liefdesleven. Elke verliefdheid en elke relatie daarna waren een poging op dezelfde manier high te worden.”10

Volgens een collega van Op Sterk Water probeerde je een fix te krijgen met de theatergroupies die je volgde.

„Zoals ik in mijn show rap: ‘Er zijn bitches gefist!’.11 Maar serieus: ik maakte er geen gewoonte van die meisjes mee naar huis te vragen. Het blijft een scheve verhouding.’12

Illustratie Typex

Is het een grote stap: van theatersport naar cabaret?

„Ik noem het geen cabaret. Bij cabaret denk ik aan sketches, afgewisseld met een serieus liedje met wat mineurakkoorden en een paar keer een statige stilte na een boos maatschappijkritisch zinnetje.”13

Die definitie is wel verjaard. Terwijl ik bij jou juist wel dit type klassiek cabaret zag: een liedje, een anekdote die als geraamte dient voor al je verhalen en quasi-terloopse uitweidingen met maatschappijkritische grappen en meer liedjes. Wel met raps in plaats van liedjes met gitaar, waarvoor hulde, maar toch.

„Ik noem het comedy. Op straat hoor ik vaak: wat belachelijk, hij kan niet rappen, hij is oud, hij is fucking wit. Maar ik laat niemand mij vertellen wat ik mag en moet.”14

Je rap over een Baudet-groupie is vrij vet, maar ook het soort seksgrap waar je de Lama’s over afzeikt.

„Die rap is vetter dan een kalkoen met Kerstmis.15 Hij komt voort uit een echte ervaring, een ontmoeting met een hartstochtelijke fan van het lichaam van Thierry.”16

In je voorstelling openbaar je je fascinatie voor parallelle universums. Waar komt die vandaan?

„Ik was zo’n jongen die de Kijk las, obsessief op zoek naar hoe de wereld in elkaar stak. Het stuk over parallelle universums vond ik het allergaafste wat ik ooit las.”17

Het lijkt alsof je, zonder dat hardop te zeggen, eigenlijk een surrogaat verzint voor de hemel, het parallelle universum van gelovigen.

„De hypothese dat er een parallel universum is ontstaan doordat ons heelal ooit botste met een ander heelal is andere koek dan beweren dat er ergens een kaboutermannetje met een baard woont die we niet kunnen zien.18 Terwijl hij ons allemaal wel ziet, ons allemaal tegelijk! Dat is volstrekt gestoord. Zonder te verpinken vragen hele volksstammen ons respect te hebben voor hun imaginaire vriendje.”19

Je zegt er toch altijd braaf bij dat je wel begrip kan opbrengen voor iemands persoonlijke spiritualiteit en dat het je gaat om de uitwassen van religie, zoals verminkingen en homohaat?

„Ik heb weinig coulance met mensen die domme dingen zeggen, maar dat mensen thuis een kaarsje branden, kan ik ze niet misgunnen.”20

Illustratie Typex

Heeft metafysica die voortkomt uit louter theoretische en nog onbewezen extrapolaties niet dezelfde mystieke trekjes als religie?

„Ik ben een kind van twee juristen en er is mij thuis wel geleerd te argumenteren.”21

Al die gelovigen zijn gek, zeg je eigenlijk, rijp voor de dwangbuis. Toch functioneren ze vaak verder redelijk.

„Religies zijn tuk op macht, op regeltjes en voorschriften. Dat leidt tot gelovigen die graag in kinderen snijden en homo’s verstoten. Dat maakt de gepassioneerde atheïst in mij los. We hebben laten gebeuren dat sprookjesfiguren als pausen, en koningen zich niet meer laten afschminken, maar op het wereldtoneel, in de maatschappij, serieuze rollen hebben ingenomen. Daar maak ik me wel druk om.”22

Is dat verzet een manier om zin aan je leven te geven?

„Schopenhauer zegt: ‘Mensen zijn de schimmel op de korst van de aarde.’ Als niets nut heeft, wat moet ik dan? Mijn antwoord is: mooie verhalen vertellen, mensen emotioneren en aan het lachen maken.23 Wat ik beoog is al het mooie en lelijke wat ik ervaar niet op me af te laten ketsen, maar om te vormen in taal.”24

Interviewers schrijven dat je hen niet aankijkt. Dat klopt, merk ik nu. Ben je mensenschuw?

„Ik ben misschien cerebraal, misantroop, nihilistisch, maar inmiddels ook redelijk sociaal.25 Ik werk gewoon graag en altijd. Ook ’s nachts. Ik slaap slecht, dus elke nacht, als ik wakker word, schrijf ik een paar uur en ga dan nog even slapen. Zoals een goede vriendin over mij zegt: ‘Gezelligheid is voor mij tegelijk werken in een huis, ieder in een afzonderlijke ruimte, en dan tussendoor even samen koffiedrinken’.”26

Lees ook dit profiel van Arjen Lubach uit april 2018: Arjen Lubach, de satiricus die ook opinieleider en activist werd

Grappig toch dat je in een parallel universum wel een interview aan mij hebt gegeven?

„Dat zijn jouw woorden. Wat een bullshit. Dit maakt wel duidelijk waarom ik schijt heb aan de geschreven pers. Dat kan je arrogant noemen, maar dit zogenaamde interview bestaat alleen maar uit herhaling en ik heb er geen enkele controle over. Maar goed, dank voor de moeite.”27

Ik kon het niet laten. Graag gedaan.

    • Ron Rijghard