Recensie

De pijn voelbaar gemaakt in gloeiende noten

Johannes Brahms schreef zijn muziek in het keizerlijke Wenen, de hoofdstad van het Habsburgse rijk dat eeuwen heerste over grote stukken Oost-Europa, zoals het Hongarije waar Bela Bartók ter wereld kwam. Die laatste was getuige van het uiteenvallen van die monarchie. „Wat overbleef was een geamputeerde romp die uit alle aderen bloedde”, schreef Stefan Zweig in De wereld van gisteren.

De strijkers van Amsterdam Sinfonietta maken die pijn mooi voelbaar in Bartóks ‘Divertimento voor strijkorkest’ (1939), waar hij aan werkte met een nieuwe oorlog op zijn hielen. Evenals Brahms in zijn ‘Tweede Strijkkwintet’ – zo’n vijftig jaar eerder – zocht hij houvast in volksmelodieën, waarin het hart van de eeuwigheid klopt. Een goede keuze om deze twee werken tegenover en naast elkaar te zetten: eenzelfde Europa verklankt in zwierige luister door Brahms, in donkere ontluistering door Bartók, en in de gloeiende noten van Sinfonietta Amsterdam.

    • Joost Galema