Recensie

David August biedt kerstsfeer, knuffelrock en vlamt soms op

Recensie

Zanger en componist David August klonk zowel bedwelmend als traag in Utrecht. Daardoor was het voorprogramma bijna spannender dan de Hamburgse eenmansband.

David August: Hamburgs housekanon ingebouwd in elektronica op podium in Tivoli Utrecht. Jelmer de Haas

Na een teleurstellend optreden op Lowlands verdient David August een tweede kans. Het Hamburgse deephousekanon uit de stal van Solomuns label Diynamic, belandt niet voor niets steevast op het lijstje met beste live acts van Resident Advisor. Naar de bovenste concertzaal in Tivoli, neemt de afgestudeerde Duitse componist ook weer een hele studio mee. Hij zing live en bespeelt drie racks met verschillende soorten keyboards, een modulaire synthesizer en zijn gitaar. Afgelopen jaar maakte de Hamsburgse muzikant een ambient album, DCXXXIX A.C.; kort daarop verscheen D’Angelo. In het Utrechtse Pandora opent hij met een a capella van de sacrale koorzang uit Narciso, het intro van die plaat. Het is meteen alsof je bij een Kerstmis zit. De sfeer is mysterieus en zompig. Rookmachines blazen genadeloos in op de eerste rij. Pas na tien minuten wordt de jonge Duitser zelf uitgelicht en gaat gezang over in modulaire erupties. We horen rumoer van een uitheemse carnavalsoptocht, jazzy drums en als hij na een kwartier uithaalt met de eerste gitaarakkoorden van 33Chants komt de beat erin; prompt verdwijnt de halve tribune naar beneden, dansen. August weet goed te doseren en neemt uitgebreid de tijd om tracks terug te brengen tot hun karkas in lange breaks. De kicks die volgen zijn soms wat voorspelbaar en pompeus, maar altijd effectief. Blij vlagen klinkt August zuigend en meeslepend, soms ook gewoon plat en traag. Titeltrack D’Angelo, waarvoor hij zijn gitaar loopt, klinkt meer als knuffelrock dan hete soul. De snelle breakbeats uit The Spell blazen gelukkig weer energie de zaal in. August varieert wel in ritmes en klanken. We horen Oosterse metaalachtige melodieën en tegen het eind start hij zelfs een wat barokke klavecimbelmelodie in. Maar waarom staat hij er als standbeeld naast? De absolute climax is The Life of Merisi, waarvoor hij een lekker militant snaredrum loopt, zijn gitaar pakt en stoere wave vocals zingt terwijl de lichten explosief rood ontvlammen. Hier was iedereen na twee uur opbouw wel aan toe.