De dochter van Inge wacht al twee jaar op behandeling voor anorexia

Geestelijke gezondheidszorg Vorig jaar is afgesproken dat de wachtlijsten in de psychiatrie zouden afnemen. Daar is niets van terechtgekomen, merken Inge van Marle en haar dochter.

De dochter van Inge van Marle wacht al bijna twee jaar op hulp bij haar eetstoornis. Steeds weer wordt ze afgewezen en belandt ze op een nieuwe wachtlijst. Foto Merlin Daleman

De dochter van Inge van Marle was na zeven weken werken aan het schoolcabaret fors afgevallen. Opeens kreeg ze complimenten: „Wat zie je er goed uit!” Ze was onzeker, zoals veel meisjes van 18, en de complimenten brachten haar op een idee: blijven afvallen. Op kamers werd het erger. Van Marles dochter lijdt nu al vijf jaar aan anorexia. „Ze is een prachtige, slimme, jonge vrouw van 24”, zegt Van Marle. „Maar ze heeft hulp nodig.”

Daar wacht ze nu al bijna twee jaar op.

Deze donderdag debatteert de Tweede Kamer over de psychiatrie. Wachtlijsten zijn het grootste probleem. Anderhalf jaar geleden spraken toenmalig minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD), zorgverzekeraars en ggz-instellingen in het Actieplan wachttijden af dat ze de wachtlijsten zouden verkorten. Maar die zijn nu zelfs langer. „Dit is echt onacceptabel”, schrijft MIND, het landelijk platform psychische gezondheid, aan de Tweede Kamer.

Van Marles dochter, die in Best woont, stond twee jaar op verschillende wachtlijsten. Ze meldde zich begin 2017 bij een psychiatrische instelling (ggz) die haar anorexia zou kunnen behandelen. Na vier maanden wachten kreeg ze te horen: je bent te ingewikkeld voor ons, ga eerst maar aan je trauma werken. Dus dat ging ze doen, in het Zuid-Limburgse Epen. Over het trauma wil ze niet in de media vertellen.

In Epen hadden ze zeven weken om haar te leren omgaan met dit trauma. De kosten (5.000 euro) betaalden haar ouders en vrienden: de opname werd niet vergoed door de verzekeraar. Intussen viel Van Marles dochter weer negen kilo af. De dochter: „Ik kreeg tijdens die opname paniekaanvallen, en beleefde het trauma opnieuw. De enige manier die ik ken om ermee om te gaan is: niet eten. Hongeren.”

Maar goed, na de opname meldde ze zich vol goede hoop op een anorexiabehandeling bij de instelling die haar eerst afwees. Na vier keer bellen, en aandringen, bleek dat die haar nog steeds „te ingewikkeld” vond. Ze werd afgewezen.

Lees ook: ‘Norm voor wachttijden ggz niet gehaald'

Wachttijd overschreden

De dochter van Van Marle is geen uitzondering. Volgens de recentste cijfers van vrijwel alle ggz-instellingen, uit september, wachten 1.050 patiënten met een eetstoornis gemiddeld al 13,7 weken op hulp.

Nog eens 15.000 psychiatrisch patiënten wachten zelfs 19 weken (4,5 maand) of langer op hulp. Officieel mag niemand langer dan 14 weken wachten: hooguit vier weken tot het ‘intakegesprek’ en daarna hooguit tien weken totdat de behandeling begint.

De huisarts van Van Marles dochter wist zich ook geen raad met de jonge vrouw: „Hij zei dat hij me niet kon dwingen te eten. Dat het uiteindelijk mijn keuze is.”

Van Marles ouders en haar vriend hielden vol. Ze spoorden haar aan weer hulp te zoeken en in augustus dit jaar meldde ze zich bij een instelling in Tilburg. Na een week of zes kreeg ze te horen: „Sorry, we kunnen je niet aannemen. Ons budgetplafond is bereikt.” Oftewel: die instelling krijgt tot het einde van het jaar niets meer vergoed van de verzekeraar voor behandeling van anorexiapatiënten.

Bij één instelling hoorde ze dat ze „te zwaar” is, oftewel te ingewikkeld, maar ook „te licht” (in gewicht). Het risico dat ze in het ziekenhuis zou belanden, wegens ondervoeding, achtte men te groot.

De wettelijke normen halen ggz-instellingen dus niet. Vooral complexe patiënten wachten lang, zegt MIND. De belangenorganisatie is boos: ze krijgt vrijwel dagelijks klachten van patiënten, of familie, die vertellen dat patiënten voor wie geen plek is, niet verder worden begeleid. Ze krijgen geen „overbruggingszorg” en extra hulp komt er pas als de situatie is geëscaleerd. Ook zijn er klachten over de slechte communicatie tussen instellingen. Mirjam Dorst van MIND: „Ondanks afspraken en toezeggingen verandert er weinig in de praktijk.”

De ene regio doet het beter dan de andere. Patiënten in Nijmegen, Zuid-Limburg en Groningen moeten nu het langst wachten. In juni waren dat nog Rotterdam, Zuid-Limburg en Arnhem. Het wisselt, afhankelijk van allerlei factoren. Er zijn te weinig verpleegkundigen, overal in de zorg. Zorgverzekeraars leggen budgetten op waardoor een instelling soms geen ruimte heeft om een nieuwe patiënt aan te nemen. Instellingen werken niet goed samen – als de één plek over heeft, zou de ander ernaar kunnen verwijzen – en ze hebben meestal geen contact met familie en naasten van een wachtende patiënt.

Papieren oplossingen

De oplossingen zijn, op papier, al bedacht. In oktober droeg de inspectie ggz-instellingen vrij vertaald op: verbeter de samenwerking met elkaar en met huisartsen. Betrek families en cliëntenorganisaties. Stel samen doelen op voor de doorstroming van patiënten en de wachttijden. „Het is mede aan zorgverzekeraars en gemeenten om dit te faciliteren”, aldus de inspectie. Trek meer verpleegkundigen aan, schreef ze ook, en maak het mogelijk dat een patiënt die al is behandeld maar een „terugval” heeft, weer kort ergens terechtkan.

Eén ding kon de inspectie zelf doen: in haar toezichtbezoeken aan ggz-instellingen wordt het thema ‘wachttijden’ een vast onderwerp. Ook bij toezicht op de zorg voor thuiswonende patiënten (de meerderheid) gaat ze standaard oordelen over de wachttijden.

Intussen heeft de dochter van Inge van Marle zich ingeschreven bij GGZ Eindhoven. „Ik heb vier tot vijf weken geleden gebeld, maar ik heb nog niets gehoord. Ik hoop niet dat ik wéér word afgewezen.” Ook GGZ Eindhoven heeft een wachtlijst voor anorexiapatiënten.

Tekening Kamagurka
    • Frederiek Weeda