Recensie

Ann Veronica Janssens laat je baden in licht en kleur

Tentoonstelling Voor de Belgische kunstenaar Ann Veronica Janssens, die nu een solotentoonstelling heeft in De Pont, is kunst een optisch fenomeen. Zij rekt de kijkervaring op naar het hele lichaam. Op zoek naar een totaalervaring.

Ann Veronica Janssens, RR Lyrae, 2014. Lichtprojectie en kunstmatige mist, 360 - 400 cm. diameter. Courtesy Esther Schipper, Berlijn Foto Peter Cox

De Belgische kunstenaar Ann Veronica Janssens (Folkestone, 1956) laat met haar werk zien hoe we als menselijke wezens opgenomen zijn in de wereld om ons heen. Het is onmogelijk om vast te stellen waar de waarneming, het lichaam, ophoudt en ‘iets anders’ begint. De vraag is of het zelfs wel mogelijk is om lichaam en omgeving, of het zelf en de wereld, van elkaar te onderscheiden.

Untitled (Lightbeam) (2002) is een felle lichtbundel die als een platte wig een verduisterde ruimte doorsnijdt. Myriaden stofjes lichten op in deze wig, waardoor een optische muur ontstaat. De visuele sensatie is zo sterk dat je aarzelt om erdoorheen te lopen. Wanneer je er met je arm doorheen maait, ontstaat een werveling van stoffige lichtpuntjes.

Ann Veronica Janssens, Green, Yellow and Pink, 2017 Foto Andrea Rossetti

Kijken is bij Janssens hetzelfde als tasten. De ogen tasten ruimten af, glijden langs oppervlakken. Deze kunstenaar wil haar publiek een andere en meer ‘fluïde’ wereld laten ervaren, of het zicht op de vertrouwde omgeving benemen zodat de beschouwer zich opnieuw moet oriënteren. Zoals bijvoorbeeld op de Biënnale van Venetië in 1999, toen zij het Belgische paviljoen vulde met mist. De mistkamer in De Pont heb ik helaas niet kunnen zien, omdat de ruimte eerst gevuld moest worden met de mist, wat enkele uren duurde. Toen ik aan de beurt was (er mogen niet meer dan vijf bezoekers tegelijk in de ruimte), was er door het openen en sluiten van de deur zoveel mist ontsnapt dat de rookmelders gierend afgingen. De tentoonstellingszalen werden automatisch gesloten en de brandweer arriveerde met loeiende sirenes.

Anonieme vormen

Het werk van Janssens is efemeer en stoffelijk tegelijk. Zij toont het licht in verschillende vormen of hoedanigheden: vloeibaar of vast, als spiegeling, als reflectie. Voor het werk Untitled (White Glitter) (2016) strooide zij uit de losse hand glitters over de vloer, zodat een melkige wolk ontstond die los lijkt te komen van de grond. Regenboogkleuren en schitteringen verglijden wanneer je eromheen loopt. Untitled (White Glitter) (2016) kan gezien worden als een knipoog naar de ‘action-paintings’ van Jackson Pollock.

Ann Veronica Janssens, Untitled (White Glitter), 2016-heden Foto White Cube/Ben Westoby

Over het algemeen heeft Janssens een voorkeur voor anonieme, geometrische vormen, zoals een reeks vierkante aquaria op sokkels die voor een deel gevuld zijn met een mengsel van water, paraffine en alcohol. Door de breking van het licht ontstaat, zwevend in de kubus, een steeds veranderend kleurvlak. Elders ligt een zware ijzeren constructiebalk op de grond. Eén zijde is glimmend zilver gepolijst en weerkaatst het licht.

Voor Janssens is kunst een optisch fenomeen, waarbij zij de optische ervaring als het ware wil oprekken naar het hele lichaam. In deze zin is haar werk verwant met dat van kunstenaars als Olafur Eliasson, Anish Kapoor en Roni Horn, en, iets langer terug, de Amerikaanse westkustkunstenaar James Turrell. Ook Turrell wil laten zien dat licht materie is. Bij al deze kunstenaars gaat het om een effect van onderdompeling, van jezelf verliezen in kleur en licht.

Volgens informatie bij de tentoonstelling in De Pont is het werk van Janssens terug te voeren op concrete en abstracte kunst uit de eerste helft van de vorige eeuw. Dit is een oppervlakkige interpretatie die geen recht doet aan het werk van genoemde kunstenaars. Verf als materiaal om licht en kleur te creëren, of ‘echt’ licht en weerspiegeling, dat is nogal een verschil. En inderdaad, Mondriaan hield ook van geometrische vormen, maar het ging hem juist om een zeer precieze afstemming van kleuren onderling en om het bereiken van stasis, een evenwicht tussen lijnen, vlakken en kleuren. Niet om een voortdurend veranderend spel van kleur en licht.

Kleursensatie

Janssens’ sterkste werk op de expositie is de videofilm Scrub Colour 2 (2002), die vertoond wordt op een grote muur in een verduisterde ruimte. In een snel pulserend ritme volgen felgekleurde rechthoeken elkaar op. Ieder frame bestaat uit een aantal concentrisch geordende rechthoekige kleurvlakken. De kleursensatie en de ritmische pulsering zijn zo intens dat het onmogelijk is je te concentreren op een enkele beeld. De titel verwijst naar de ‘scrub’ van het wassen van handen, zoals een chirurg voor een operatie bacteriën van zijn handen verwijdert. Het idee is dat Scrub Colour 2 werkt als een duizelingwekkende kleurentherapie die de ogen van de bezoeker schoonwast.

Dit werk heeft een hardheid en radicaliteit die bij de andere werken ontbreekt. Daar lijkt het soms te veel te gaan om mooie effecten van schittering en reflectie, en niet meer dan dat. Het zou nog beter geweest zijn als Scrub Colour 2 de héle expositiewand had bedekt, zodat het zelf niet ingekaderd zou zijn door de randen van de wand. Dan zou het werk zich nog meer tonen als een totaal-ervaring, in plaats van een projectie op een muur.

Ook hier is de vergelijking met modernistische schilderkunst, met name het werk van Josef Albers, zoals beschreven in de teksten van De Pont, te oppervlakkig. Voor zijn beroemde reeks schilderijen Homage to the Square, die hij begon in 1949 en waar hij aan werkte tot zijn dood in 1976, schilderde Albers vierkante doeken waarbij hij drie of vier monochrome, vierkante vlakken in elkaar plaatste. De reeks was een onderzoek naar de interactie tussen specifieke kleuren en naar de innerlijke ‘logica’ van de kleur. Het kijken naar deze schilderijen is een meditatieve bezigheid, waarbij de kleurverhoudingen langzaam tot leven komen, altijd strikt binnen het kader van het schilderij en binnen de proporties van de compositie. Bij Janssens gaat het juist steeds om een wederzijdse doordringing, een dynamische verstriktheid, van het hele lichaam en de omgeving.

    • Janneke Wesseling