Voorzichtige scholen potten te veel op

Basisscholen zijn zo bang voor toekomstige geldnood dat ze veel te veel geld oppotten. Sparen mag geen doel op zich worden, waarschuwt minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie).

Het basisonderwijs heeft vorig jaar nog eens 114 miljoen euro niet uitgegeven, maar opzijgelegd voor magerder jaren, blijkt uit cijfers van de Inspectie van het Onderwijs. Van de zogeheten samenwerkingsverbanden, die het geld verdelen voor leerlingen die extra zorg nodig hebben, vloeide 32 miljoen euro extra naar de reserves.

Vooral dat laatste steekt Slob. Hij noemt het „zorgelijk en onwenselijk dat er zoveel geld niet wordt wordt uitgegeven”, in een brief die hij maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Dat „staat ook in schril contrast” met de klachten van basisscholen dat ze de extra ondersteuning niet kunnen betalen die zorgleerlingen nodig hebben.

De onderwijsinspectie gaat onderzoeken hoe zij al te spaarzame schoolbesturen voortaan op de vingers kan tikken. Nu kan dat nog niet.

Ook de PO-Raad, de koepel van besturen in het primair onderwijs, vindt dat de leden te veel geld op de plank laten liggen, maar de koepel wijst erop dat scholen bij het opstellen van hun begroting vaak niet weten waarop ze kunnen rekenen. Bovendien blijft er geld voor salarissen op de bank staan, omdat scholen niet genoeg leerkrachten kunnen vinden.

Universiteiten zijn ook te voorzichtig, schrijft Slobs collega Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66). Zij zouden vaker geld moeten lenen in plaats van jarenlang sparen voor een investering.

De ministers constateren dat „alle sectoren in het Nederlandse onderwijsstelsel er als geheel financieel goed voor staan”. (ANP/NRC)