Van naïeve sportman tot milieu-moralist

Hans Maier (1916-2018) Olympisch waterpoloër

Met zijn pragmatische houding was olympisch waterpoloër Hans Maier een kind van zijn tijd. Hij leidde een lang, bijzonder leven.

Het Nederlandse olympische waterpoloteam in 1936, met Hans Maier (onderste rij, tweede van rechts). Foto Spaarnestad

Hij mocht zich de laatst levende olympiër noemen, en daar was hij best een beetje trots op. Zo kon Hans Maier nog uit eigen ervaring over de zogenaamde ‘Hitler Spelen’ van 1936 vertellen – maar echt spijt van zijn deelname had hij niet.

Hij was naïef geweest, zei Maier dan, maar ja, wat wist je nou eigenlijk van al die toestanden? Pas later, na de Duitse inval van 1940, was het tot de waterpoloër (en de andere 127 Nederlandse deelnemers) doorgedrongen dat de Spelen in Berlijn louter waren bedoeld als zand in de ogen van de wereldgemeenschap. Nu Rotterdam in puin lag kon niet langer worden ontkend dat Hitlers vredesboodschap in 1936 larie was geweest.

Met zijn pragmatische houding was Hans Maier een kind van zijn tijd. Een bijzonder kind, dat wel. Niet wat zijn olympische prestaties betreft — de vijfde plek van het waterpoloteam verbleekte bij de gouden medailles van zwemster Rie Mastenbroek en ook bij de twee bronzen plakken, op de 100 en 200 meter, van sprinter Tinus Osendarp.

Het meest opvallende van Hans Maier was zijn voorgeschiedenis. Zo had de waterpolospeler geen zwemdiploma. Als zoon van een legerofficier op Java had hij zichzelf leren zwemmen. In Indië heerste een formidabele zwemcultuur: sportieve jongens als Maier joegen elkaar tijdens wedstrijden eenvoudig naar steeds snellere tijden op.

Middelbare scholen in de steden Batavia, Bandoeng, Soemarang, Soerabaja en soms Medang werden massaal gevolgd door publiek op tribunes in de open tropische lucht. Zwemmen was dé sport op Java, een duel met Holland werd overtuigend gewonnen. Inlanders deden hier niet aan mee, alleen blanda’s en ‘gemengdbloedigen’. Voor de van oorsprong Duitse familie Maier was dat normaal; gevolg van wat Maier later ‘verhevenheidsgevoelens’ zou noemen. Na vier generaties in Indië waren alle Maiers nog lelieblank. „Ik heb mezelf toch altijd beschouwd als een Indische man”, zei Maier later. „Niet door mijn afstamming, maar omdat je er vandaan kwam.”

Stuwende beenslag

Als een ‘Indische’ jongen van achttien voer hij in 1934 met zijn reislustige ouders definitief terug naar Nederland, waar zijn oudere broer al studeerde. De HBS had Maier eerst in Indië, toen in Hilversum, daarna weer op Java gevolgd, en nu ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij werd lid van zwemclub Het Y en niet veel later verbeterde hij het Nederlandse record op de honderd meter schoolslag met vier seconden. Van één minuut zeventien seconden naar één minuut dertien: de officials konden het niet geloven. Met zijn Javaanse winnaarsmentaliteit was Maier tot een beenslag gekomen die veel effectiever bleek te zijn dan het voorgeschreven intrekken, spreid, sluit. Hij plaatste zijn voeten haast verticaal, de tenen naar beneden, en duwde het water naar achteren als bij de vlinderslag waardoor hij, in zijn woorden, een enorme stuwkracht kreeg – de vlinderslag zou pas na de oorlog een aparte discipline worden.

Vanwege de aanhoudende discussies werd Maier niet opgenomen in officiële zwemselecties. ‘Als dit schoolslag is’, noteerde het blad Revue der Sporten, ‘waar ligt dan de grens?’ Toch zou Maier een nationaal team bereiken — dat van de waterpoloërs. En ook dat was bijzonder.

Tot een jaar voor de Spelen van 1936 gooide hij zijn balletjes slechts in het derde team van Het Y. De pas benoemde bondscoach Frans Kuyper zag Maier, die met zijn stuwende beenslag als een dolfijn door het water ging en extreem hoog opsprong, en dacht: precies wat ik nodig heb.

Maier zei ja en aarzelde geen moment over de Olympische Spelen van 1936. Sommige kandidaat-deelnemers, zoals de Joodse bokser Ben Bril, mochten dan weigeren, voor student Maier was ‘Berlijn’ een te mooie buitenkans. Het leeuwendeel van de Nederlandse atleten dacht er zo over. Sport en politiek, vonden zij, al dan niet onder druk van het NOC, moest je gescheiden houden.

Drie maanden voor de Spelen bracht Maier het Nederlands record tweehonderd meter schoolslag nog even met vijf seconden naar beneden. Het zou niet worden gehonoreerd. Als een ware olympiër spoorde hij naar Berlijn — puur voor deelname. Hongarije en Duitsland zouden toch wel goud en zilver winnen, wist hij, en dat was ook zo. Met rechtsbuiten Maier als snelle aangever werden wedstrijden gewonnen, zoals tegen de VS, maar werd kansloos met 8-0 verloren van latere winnaar Hongarije.

Carrière bij Shell

Maier genoot van de fantastische organisatie, van de indrukwekkende slotceremonie en werd zo onderdeel van het, geheel door de nazi’s gegijzelde, sportspektakel in Berlijn.

Na de oorlog hield hij het zwemmen voor gezien. Hij trouwde, maakte carrière bij Shell en genoot tot op 102-jarige leeftijd van zijn pensioen in Den Haag. In zijn appartement, met uitzicht op de weilanden rond Clingendael, praatte hij graag over zijn website humandutiesnetwork.com. Daarmee wees de weduwnaar en vader van twee dochters de mensheid op haar plichten inzake de planeet. Zo eindigde de goedlachse en bescheiden pragmaticus Hans Maier zijn lange leven toch nog met een morele boodschap.

Auke Kok is auteur van 1936, Wij gingen naar Berlijn, dat in 2016 werd verkozen tot sportboek van het jaar.
    • Auke Kok