Opinie

    • Herman Vuijsje

Plak niet op alles het etiket ‘racisme’

Zwart en wit Niet alles wat racistisch oogt is daadwerkelijk racisme. Maar als dat etiket eenmaal is geplakt, kan het de discussie bevriezen en leiden tot het tegendeel van wat je wil bereiken, schrijft .

Illustratie Hajo

Nederland raakt door het racismedebat in twee kampen verdeeld. Ongerustheid slaat om zich heen. Jerry Afriyie, voorman van Kick Out Zwarte Piet, noemde in de Volkskrant het uitschelden en bekogelen van anti-Zwarte-Pietdemonstranten in Eindhoven „voor veel zwarte mensen in Nederland de dagelijkse realiteit”.

De berichten van de zwarte journalisten Clarice Gargard (NRC) en Seada Nourhussen (Trouw) over een stortvloed aan racistische beledigingen op sociale media zorgden voor verdere escalatie. Een reeks journalisten en opiniemakers kwam met een open brief tegen racisme, waarin Gargards jongste column werd geciteerd:

„Zolang media, politieke leiders en medeburgers het bestaan van racisme ontkennen en er niet onherroepelijk stelling tegen nemen, legitimeren zij het racistisch geweld dat mij en miljoenen anderen ten deel valt.”

Lees ook: Red de samenleving, steun Gargard en Nourhussen

Dat geweld is er zeker, en het treft inderdaad miljoenen. Yezidi’s in het Midden-Oosten, Rohingya in Myanmar en Aziatische slaven in de Golfstaten moeten het niet zelden met hun leven bekopen. Maar tegen dat racistisch geweld spreken antiracismepredikers zich zelden uit. Zij reserveren hun verontwaardiging voor een stel ‘witte’ hooligans wier geweldpleging bestaat uit het gooien van blikjes en bananen.

Tolerant Nederland

Racistisch geweld komt in Nederland nauwelijks voor. Anders dan in bijvoorbeeld Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, worden allochtone Nederlanders zelden het slachtoffer van zulk geweld. Antisemitische incidenten zijn eveneens zeldzaam; waar ze wel optreden, zijn meestal jonge Marokkanen verantwoordelijk, constateerde onderzoeker Leo Lucassen. Ook waar het gaat om racistische denkbeelden scoren wij naar verhouding gunstig. Bij Europese onderzoeken behoort Nederland meestal tot de meest tolerante en minst racistische van de 28 of 46 onderzochte landen.

Hooligans weten dat je met racisme de tegenpartij het meest op stang jaagt

Maar ook bij ons komen discriminerende uitspraken en gedragingen voor, zoals de PSV-hooligans in Eindhoven lieten zien. Natuurlijk zijn zulke uitingen ontoelaatbaar en strafwaardig. De wetgever is daarover volstrekt duidelijk, er is geen ruimte voor nuance. Maar als we willen begrijpen waaruit deze uitingen voortkomen – en hoe we ze kunnen verhoeden en bestrijden – is een meer genuanceerde analyse wél aan te bevelen. Zit er per definitie een doorgefourneerde rassenhaat achter? Of zijn er kansen voor een leerproces dat toenadering kan brengen?

Hitlergroet

De Amsterdamse rabbijn Lody van de Kamp werd op straat geconfronteerd met Marokkaanse jongens die de Hitlergroet brachten en antisemitische uitspraken deden. Hij sloeg ze niet om de oren met beschuldigingen maar ging met ze in gesprek en hielp ze tot inzicht te komen. „Een antisemitische handeling, de Hitlergroet, kan ook verricht worden door iemand die per definitie zelf geen antisemiet is”, was Van de Kamps conclusie.

Eenzelfde conclusie lijkt van toepassing op reaguurders die vanwege discriminerende uitspraken voor de rechter belanden. Van een vastberaden racistische vooringenomenheid valt dan meestal weinig te bespeuren; ze schrompelen ineen tot sneue types die betreuren dat ze hun uitspraken deden, verleid door de vluchtigheid en anonimiteit van het internet.

In dat opzicht tonen sociale media overeenkomst met voetbaltribunes. Ook daar durven hooligans, onzichtbaar in de menigte, racistische leuzen te scanderen of bananen te gooien naar zwarte spelers. Alleen van de tegenpartij, wel te verstaan. Daaruit blijkt al dat ook hier geen sprake is van een racistische vooringenomenheid. Het gaat om kwetsende en strafbare uitingen, in etnische toespelingen verpakt, maar uitsluitend gericht op het provoceren en demotiveren van de tegenpartij.

Daarbij worden alle beschikbare middelen in de strijd gegooid. De vrouw van de trainer die aan kanker is overleden of een stadswijk die bij een vuurwerkramp in de lucht is gevlogen – hoe kwetsender, hoe beter. En dan scoort racisme het best.

Alledaags racisme

Steeds als zij „de heersende vooroordelen en het alledaags racisme in de Nederlandse samenleving” aan de kaak stellen, krijgen publicisten als Clarice Gargard en Seada Nourhussen „het expliciete bewijs voor hun diagnose via e-mail en sociale media terug”, aldus de ondertekenaars van de genoemde open brief. Het gevaar van racisme wordt onderschat, is hun boodschap.

Maar ook het tegendeel brengt risico’s met zich mee: het overschatten van de racismefactor. Het onvervaard plakken van het racisme-etiket vergroot echt niet de kans dat de betrokkenen hun bezwaren tegen bijvoorbeeld de ontzwarting van Zwarte Piet op een meer genuanceerde manier naar voren zullen gaan brengen.

Lees ook: Mijn eerste vijf jaar in Nederland maakte ik mezelf wijs dat ik geen moeite had met Zwarte Piet

Nederland is niet in twee kampen verdeeld. Het laat zich gijzelen door een beperkt aantal extremistische opiniemakers, ondersteund en bestreden door een beperkt aantal reaguurders en hooligans die elkaar bekogelen met alles wat voorhanden komt. En die weten dat de racisme-fetisj de heftigste reacties oproept en dus het ideale middel is om de tegenpartij op stang te jagen.

Het stigmatiseren van grote groepen Nederlanders als ‘alledaags racist’ brengt ons niet dichter bij huis. Het kan bijdragen tot een vicieuze cirkel, maar een andere dan de briefschrijvers bedoelden. Dat etiket ‘racisme’, eenmaal geplakt, slaat dicht, bevriest, sluit af. Het kan leiden tot verdere polarisatie en brengt dan het tegendeel teweeg van wat de welmenende briefschrijvers beoogden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Herman Vuijsje