Makkelijk praten over smaak

Taalkunde

Hoe mensen over zintuiglijke ervaring zoals geur en smaak praten is grotendeels cultureel bepaald.

In twintig landen is onderzocht hoe mensen over zintuiglijke waarneming praten

Het is, vinden wij in Nederland, makkelijker om iemand uit te leggen wat je precies ziet dan wat je ruikt. En het is verleidelijk om te denken dat dat komt doordat er een biologisch bepaalde hiërarchie van zintuigen bestaat: zicht neemt nu eenmaal de meeste ruimte in de hersenen in, geur de minste. Een prachtige hypothese, maar hij klopt niet, laten 26 onderzoekers (onder leiding van Asifa Majid van de University of York) zien na veldwerk in twintig landen. Hoe makkelijk mensen over verschillende soorten zintuiglijke waarnemingen praten, is voor een groot deel cultureel bepaald, schreven ze vorige maand in PNAS.

In de Malinese taal Dogul Dom en de Ghanese taal Siwu spreken mensen bijvoorbeeld het makkelijkst over tastzin, over hoe iets aanvoelt dus. In elf van de twintig onderzochte talen spraken mensen het makkelijkst over smaak. Er is zelfs een taal waarin mensen makkelijker over geur spreken dan over alle andere soorten zintuiglijke waarnemingen: het Umpila, gesproken door Australische jagers-verzamelaars.

De onderzoekers vroegen mensen in alle twintig landen om dezelfde dingen te beschrijven. Voor ‘zien’ legden ze 80 gekleurde kaartjes voor waarbij ze vroegen welke kleur het was en 20 zwart-wit-tekeningen van vormen waarbij ze vroegen welke vorm het was. Zo waren er ook 20 audiobestandjes, 10 materialen om te voelen, 5 soorten korreltjes om te proeven (zoet, zout, zuur, bitter en umami) en 12 geuren. Als alle proefpersonen een stimulus op precies dezelfde wijze beschreven, was het kennelijk makkelijk om daar in die taal over te praten; gebruikte iedereen juist verschillende woorden, dan was het kennelijk moeilijk te beschrijven. De onderzoekers drukten die mate van verschil of consistentie uit in een getal; zo konden ze per taal vergelijken hoe makkelijk het was om over verschillende soorten zintuiglijke waarnemingen te spreken.

Het is voor het eerst dat op deze schaal vergeleken is hoe mensen in verschillende talen over zintuiglijke waarnemingen praten, vertelt Mark Dingemanse van de Radboud Universiteit aan de telefoon. Hij deed het veldwerk in Ghana. Daar beschrijven mensen umami duidelijk als aparte smaak, wat bijvoorbeeld in het Engels – de enige westerse taal in het project – niet zo is. „In het Siwu gebruiken ze er hetzelfde woord voor als voor de bouilllonblokjes die in Ghana heel agressief gemarket worden”, zegt Dingemanse lachend. „Zo’n nieuwe smaakversterker is kennelijk heel herkenbaar.”

Zo bleek ook dat mensen makkelijker over vormen praten in culturen waar mensen versierd aardewerk maken. En het is ook geen toeval, zegt Dingemanse, dat in de enige jagers-verzamelaarscultuur in het onderzoek relatief makkelijk over geuren wordt gesproken. „Asifa Majid had al eerder vastgesteld dat jagers-verzamelaars over een uitgebreid geurvocabulaire beschikken.”

Toch bleek geur vrijwel overal moeilijk te beschrijven. Komt dat dan niet toch door de biologie, doordat geur weinig ruimte inneemt in een mensenbrein? Misschien, zegt Dingemanse. „Misschien lag het ook aan onze geurstimuli. Kaneel en banaan zijn wellicht niet in alle culturen bekend. En er is ook nog zó veel aan de chemie van geur wat we niet begrijpen. Maar wat ik interessant vind: als geur in een bepaalde cultuur heel belangrijk is, kan de biologie het taalgebruik wel een bepaalde kant op duwen, maar dan duwt de cultuur toch de andere kant op.”

Dit hele onderzoek roept vooral veel nieuwe vragen op, zegt hij. „Het is moeilijk te zeggen waarom smaak zo goed scoort, bijvoorbeeld.” Omdat we veel over eten praten? „Ik ben wel geneigd dat te extrapoleren, ja. De landen waar mensen makkelijk over smaak praten, hebben ook een duidelijke eigen cuisine.”

    • Ellen de Bruin