Opinie

Innovatieve kennis genoeg, nu nog de toepassing

Gastblog Innovatieve oplossingen voor klimaatverandering zijn er genoeg. Ze worden vaak niet uitgevoerd omdat we niet weten hoe we ze goed kunnen toepassen. Zie het beleid voor het veenweidegebied, schrijven duurzaamheidswetenschappers , , en .

Veenweidegebied in Drenthe Foto iStock

Het Nederlandse veenweidegebied is niet alleen extreem gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering, maar levert er tegelijkertijd een belangrijke bijdrage aan. Veenbodems bestaan uit niet-afgebroken plantenresten die vóór menselijke ontginning eeuwenlang koolstof uit de atmosfeer hebben vastgelegd in de uitgestrekte moerassen waar laag Nederland destijds uit bestond.

De schatting is dat alleen al in de bovenste 30 centimeter van deze veenbodems het equivalent van zo’n 270 megaton CO2 ligt opgeslagen, ongeveer anderhalve keer de huidige jaarlijkse broeikasgasuitstoot van heel Nederland. Zolang dat in de grond blijft zitten, is er niets aan de hand. Maar dat gebeurt niet.

Om landbouw mogelijk te maken, worden de veenbodems ontwaterd. Daardoor oxideert het veen en verdwijnt de koolstof terug de atmosfeer in, waar het bijdraagt aan verdere klimaatverandering. Door het verdwijnen van al die koolstof daalt ook de bodem, soms met centimeters per jaar. Omdat het bodemoppervlak daardoor dichter bij het grondwater komt, en de bodem dus relatief natter wordt, moet het veen weer verder ontwaterd worden, met meer bodemdaling en vrijgekomen CO2 tot gevolg. Een vicieuze cirkel.

De nadelen zijn talrijk: van schade aan infrastructuur en woningen, tot hogere overstromingsrisico’s en moeizamer (en dus duurder) waterbeheer. Verschillende kosten-baten-analyses hebben laten zien dat de hoge kosten van bodemdaling zullen blijven stijgen, terwijl de baten die naar de landbouw gaan, zullen blijven dalen. We weten dat al ruim twintig jaar, maar toch blijven we stug het grondwaterpeil verder verlagen.

Vernatting kan niet

De reden: we kunnen niet anders. Vernatting van het veenweidegebied zou direct het einde betekenen van een groot deel van de melkveehouderij zoals we die nu kennen. Doordat bij nattere bodems de grasproductie afneemt, het lastiger wordt het land te bewerken en het land veel minder intensief beweid kan worden, kan minder melk worden geproduceerd en zullen de productiekosten van melk sterk toenemen. Een onmogelijkheid in het huidige landbouwsysteem.

De melkproductie richt zich namelijk op de internationale markt waar de melkprijs al jarenlang laag is en door sterke fluctuaties regelmatig onder de huidige kostprijs ligt. Productieverhoging en schaalvergroting om de kostprijs te drukken zijn dan de enige mogelijkheid om nog wat te verdienen. Daarbij is de hele sector eromheen – van banken tot waterbeheer en van kennisinstellingen tot de agri-foodketens – volledig toegesneden op dit productivistische model. Extensivering is daarmee simpelweg geen optie.

Wie als boer uit dit systeem wil ontsnappen, moet een andere manier vinden om de hogere kostprijs voor melk terug te kunnen verdienen. Verschillende onderzoeks- en ontwerpprogramma’s, zoals ‘Waarheen met het veen’ en het recentere ‘Veenatelier’ hebben zich dan ook gericht op de vraag hoe dat zou kunnen bij hogere waterstanden.

Bij hogere waterstanden zal de melkveehouderij grotendeels over moeten gaan op natuurinclusieve landbouw, met minder vee en lagere productie, maar extra inkomsten uit natuurbeheer. Op de natste stukken kan worden overgestapt op zogenaamde natte teelten, zoals cranberries of kroosvaren, dat als eiwitrijk veevoer dienst kan doen.

Om onder de streep voldoende economische mogelijkheden te houden voor de agrarische sector moet een deel van de verloren inkomsten gecompenseerd worden. Dat zou kunnen via een directe afzet van producten waardoor de marge veel hoger is, een directe betaling voor maatschappelijke diensten of een betaling voor de reductie in CO2-uitstoot. Met als aardige bijvangst: de regio wordt leefbaarder, aantrekkelijker voor recreatie én het is goed voor biodiversiteit en klimaat.

Het huidige innovatiebeleid is niet klaar voor het oplossen van klimaatverandering

Een markt voor streekproducten en duurzame zuivel biedt echter slechts voor een minderheid van de melkveehouders in het veenweidegebied een alternatief. Boeren direct betalen voor hun maatschappelijke diensten en verminderde CO2-uitstoot – een belangrijke financiële basis onder de eerder genoemde plannen – is vooralsnog niet mogelijk binnen de huidige wet- en regelgeving. Het aanpakken van de veenweideproblematiek hangt dus niet op het gebrek aan innovatieve oplossingen, maar op het gebrek aan nieuwe en slimme spelregels die zowel leiden tot een duurzaam beheer van het veenweidegebied als een goede boterham voor de boer.

Wat leren we hiervan?

De voortslepende veenweideproblematiek laat helder zien dat het huidige innovatiebeleid niet klaar is voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering. Bij veel van de maatschappelijke uitdagingen zijn de grootste knelpunten namelijk niet technologisch van aard.

Vernieuwing strandt op zowel harde regels als wetgeving en marktcondities maar ook zachtere regels als gewoonten en cultuur. Innovaties daarin vragen om heel veel kennis, maar het innovatiebeleid richt zich vooral op oplossingen met een hoog ‘bouten en moeren’-gehalte.

Lees ook: Het vernatten van de veenbodem levert natuur op én geld

Het is verbazingwekkend hoe scheef de kennisbasis is die beslissers moet voeden. Bijna alle investeringen gaan naar nieuwe technologie terwijl kennis over institutionele veranderingen en sociale innovaties nauwelijks aandacht krijgt. Dit lijkt een blinde vlek bij beleidsmakers en financiers. Als we maatschappelijke transities in Nederland echt willen versnellen dan wordt het hoog tijd dat ook deze ‘zachte’ kant van innovatie de aandacht gaat krijgen die het nodig heeft.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.