Nederland ligt dwars bij EU-wet over criminaliteit

Internationale criminaliteit Digitale uitwisseling van justitiële informatie tussen EU-landen groeit. Nederland trapt op de rem, omdat misbruik op de loer ligt.

Protestanten na de weigering van Lyudmyla Kozlovska in Warshaw. Foto Maciej Luczniewski/Getty Images)

Op de avond van 13 augustus staat een stomverbaasde Ljoedmyla Kozlovska op luchthaven Zaventem voor een Belgische douanier. ‘U wordt gezocht in Polen’, krijgt ze te horen. In het Schengen Informatiesysteem SIS blijkt zij te boek te staan als ‘dreiging voor de Poolse nationale veiligheid’ en dus voor die van de hele EU.

De Oekraïense mensenrechtenactiviste woont al jaren in Polen, met haar Poolse man, en ze is geschokt door de mededeling. Maar ook weer niet helemaal verbaasd: haar man heeft openlijk kritiek geuit op de omstreden hervormingen waarmee de Poolse regering grip probeert te krijgen op de rechterlijke macht en de benoemingen van rechters. Kritiek waardoor zij nu België niet in kan, zo vermoedt Kozlovska.

Dit is het schrikbeeld van SP-Kamerlid Michiel van Nispen: dat de soepele uitwisseling van onderzoeksgegevens binnen de EU, een op het oog positieve ontwikkeling, wordt ingezet tegen politieke tegenstanders. „Hebben we er genoeg vertrouwen in dat andere EU-landen hiermee even zorgvuldig omgaan als wijzelf in Nederland? Ik plaats er grote vraagtekens bij”, zegt Van Nispen.

Het SIS-systeem werd operationeel in 1995, maar de digitalisering van de Europese justitie en ordehandhaving dendert door. Donderdag wordt in Brussel gepraat over nieuwe voorstellen die internationaal de pakkans van criminelen moeten vergroten. Als een Italiaanse opsporingsambtenaar belgegevens of andere elektronische bewijzen (e-evidence) opvraagt bij KPN moet dat nu nog via justitie in Nederland, met een tijdrovend rechtshulpverzoek. Als het aan de Europese Commissie ligt, kan dat straks rechtstreeks, zonder Nederlandse tussenkomst. Bedrijven moeten eraan meewerken.

Gaan andere EU-landen er even zorgvuldig mee om als wij in Nederland?

Michiel van Nispen, Kamerlid SP

Rechtstreeks tappen

Woensdag spreekt ook de Tweede Kamer over de invoering van zo’n Europees bewarings- en verstrekkingsbevel. SP’er Van Nispen vindt de voorstellen riskant. „Ik snap absoluut dat je criminelen wil pakken en dat zij zich níét aan grenzen houden”, zegt Van Nispen. „Maar zolang de procedurele waarborgen elders nog niet hetzelfde zijn als in Nederland kun je eigenlijk je eigen toets niet missen.” Recent uitten ook D66 en GroenLinks er hun zorgen over.

Over de opvolger van de verordening over e-evidence wordt in Brussel al nagedacht: rechtstreeks tappen in een ander land mogelijk maken, zonder justitiële toets ter plekke. „Dat is echt een stap te ver”, zegt Van Nispen. Kozlovska vindt dat haar ervaring een waarschuwing zou moeten zijn. „Directe toegang tot informatie is exact waarnaar autoritaire staten buiten Europa streven.”

Kozlovska werd uiteindelijk uitgewezen naar Oekraïne, nadat ze de nacht had moeten doorbrengen op een wachtkamervloer op vliegveld Zaventem. Volgens haar hebben de Poolse autoriteiten het op haar NGO gemunt, sinds haar man Bartosz Kramek in 2017 op Facebook opriep tot geweldloze acties tegen de Poolse regering, zoals het stoppen met belastingen betalen en lerarenstakingen. De regering sprak destijds van „een schandalige tekst die oproept tot een coup in Polen” en verzocht de belastingdienst een onderzoek in te stellen naar de NGO van de twee.

Een Poolse woordvoerder ontkent tegenover NRC dat „politieke overtuigingen” een rol speelden bij het besluit om Kozlovska als ‘dreiging’ aan te vinken. Maar de twijfel over de rechtsstaat in Polen en ook Hongarije groeit internationaal. De rechtbank in Amsterdam weigerde om die reden onlangs zelfs om verdachten te overhandigen aan Polen.

Niet alleen de Kamer is bezorgd over de Commissievoorstellen. Ook telecom- en internetbedrijven zijn dat. Volgens de wettekst mogen zij straks een informatieverzoek weigeren als dit het EU-handvest voor de grondrechten schaadt. Maar die verantwoordelijkheid kunnen en willen de bedrijven niet nemen, schreven ze onlangs aan de Kamer. Bepalen of iets wel of niet rechtmatig is, is de taak van justitiële autoriteiten, en niet van het bedrijfsleven.

Lees ook de column van Folkert Jensma: Criminelen in Europa opsporen gaat straks zo

Softdrugs

Ook een lastige: wat als vanuit Polen, waar softdrugs niet wordt gedoogd, onderzoek wordt gedaan in Nederland, waar dat wel zo is? Dreigen burgers en de betrokken bedrijven niet in een juridische mangel terecht te komen? CDA’er Chris van Dam begrijpt de vele vragen, maar ziet ook „een ander belang”, zei hij onlangs in de Tweede Kamer. „Als jij een nieuwe telefoon bestelt bij een bedrijf elders in Europa en je wordt belazerd, dan ben je heel blij dat er niet allerlei barrières worden opgeworpen voor de bewijsvoering om je zaak rond te krijgen”, aldus het Tweede Kamerlid. „Als we alles dichttimmeren door alles langs onze eigen rechters laten gaan, dan is dat ook onwerkbaar.”

Een dikke meerderheid van EU-landen wil dat de nieuwe EU-wet binnen een jaar wordt gerealiseerd. De Nederlandse regering leek hier aanvankelijk in mee te gaan, maar staat sinds enkele weken juist op de rem. Op 20 november schreef minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) aan medelidstaten een verrassend felle brief. Grapperhaus en zeven collega-ministers, waaronder die van Duitsland, Letland en Hongarije, noemen de voorstellen „revolutionair” en vergaand. Ze spreken de vrees uit dat burgerrechten in het gedrang kunnen komen en eisen meer waarborgen.

Het is daarom „essentieel dat er een erg brede steun” voor is, schrijft Grapperhaus. Oftewel: bij zo’n gevoelig onderwerp kan de minderheid die twijfels heeft niet zomaar worden overstemd. De komende dagen zal moeten blijken of Grapperhaus genoeg vrienden heeft in Brussel.

    • Roeland Termote
    • Stéphane Alonso