Opinie

De Jonge Akademie moet echt ook die docentencursus volgen

Onderwijsblog In hun strijd tegen de bureaucratie moet de Jonge Akademie niet de Basiskwalificatie Onderwijs schrappen. Colleges hebben juist baat bij ons uitgebreide kwaliteitszorgsysteem, vinden zeven wetenschappers.

Jerry Lampen, ANP

In de onderwijsblog van NRC protesteren vijftig wetenschappers van de Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) tegen de tijdvretende bureaucratie rond het geven van colleges. De vraag die direct bij ons opkwam was wie, of beter, wat er eigenlijk voor heeft gezorgd dat deze jonge topwetenschappers hebben kunnen worden wie zij zijn. Het merendeel van hen zal een opleiding hebben genoten bij een Nederlandse universiteit. Universiteiten waarbij de opleidingen luisteren naar de feedback van studenten over hun onderwijs (evaluaties) en hier ook iets mee doen. Opleidingen die zorgvuldig zijn samengesteld zodat de eindtermen van de opleiding over kennis, toepassing en beoordelingsvermogen worden behaald en het universitaire diploma een toetsbare waarde heeft. Onderwijsvormen die de excellente student extra uitdaging geven en de student die hulp nodig heeft ondersteunt. Gemotiveerde docenten, onder wie ook de toponderzoekers, die studenten kunnen besmetten met hun passie voor het vak. Het maakt in Nederland niet uit aan welke universiteit je hebt gestudeerd, want ze zijn allemaal van hoog niveau.

Lees ook: Weg met die toetsmatrijzen, peer feedback en SMART leerdoelen

Eisen stellen

Dit alles is niet ondanks het kwaliteitszorgsysteem zoals de jonge topwetenschappers ons doen willen geloven, maar dankzij het kwaliteitszorgsysteem. Curieus genoeg vinden de jonge wetenschappers kwaliteitszorg in het universitaire onderwijs een hoop gedoe. Wij vinden het zelf een fijne gedachte dat de piloot van het vliegtuig waarin we stappen een gedegen en gecertificeerde opleiding heeft gevolgd waar alle aspecten van het vliegen en veiligheid aan de orde zijn gekomen. Ook bij de pilotenopleiding werken gemotiveerde docenten die we vertrouwen en vrijheid gunnen, maar hier vinden we het niet OK als het een keer niet goed gaat. Of sturen we onze kinderen naar een basis-, middelbare of hogeschool waarvan de docenten geen onderwijsopleiding of -kwalificatie hebben en de waarde van het diploma niet kan worden gegarandeerd? Het antwoord is uiteraard ‘nee’ en gebrek aan intern bewustzijn en externe controle heeft in het recente verleden al enkele grote problemen bij het voortgezet onderwijs, mbo en hbo met zich heeft meegebracht. Problemen waardoor een diploma plots geen waarde had. Waarom zouden voor universitaire docenten plots andere criteria gelden? Is het zijn van wetenschapper een garantie van het zijn van een goede docent? Zeker niet.

Mogen we dus eisen stellen aan de kwaliteit van een docent? Zeker wel. En ja, Nederland is Europees kampioen kwaliteitscontroles en organen, maar we hebben wat te verdedigen. Controle op kwaliteit door wettelijke organen als examen- en opleidingscommissies (bevolkt door studenten én docenten) maakt docenten bewust dat er standaarden zijn voor goed onderwijs. Een Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) geeft vele handvatten om het eigen onderwijs te verbeteren en helpt als zelfreflectie op het geven van eigen onderwijs. Door deze “administratieve rompslomp” is de kwaliteit van onderwijs voor de verschillende onderdelen/cursussen op zijn minst gelijk getrokken en zo niet verbeterd.

Werkdruk

Toch kunnen wij de primaire reden die waarschijnlijk tot deze blog geleid heeft wel begrijpen: de gigantische werkdruk voor docenten/onderzoekers binnen de universiteiten. De universitaire commissies die verantwoordelijk zijn voor de borging van de kwaliteit van toetsing en onderwijs zijn zich hier terdege van bewust en (zouden moeten) proberen een optimaal resultaat te krijgen met zo weinig mogelijk extra werkdruk voor de docenten. In het licht van werkdruk is het curieus dat een vergelijkbaar controlesysteem voor wetenschappelijk onderzoek blijkbaar wel acceptabel is voor de leden van de Jonge Akademie. We zijn de laatste jaren meerdere malen opgeschrikt door fraude in de wetenschap. Protocollen en procedures zijn daarom aangescherpt, ondersteund door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Voor onderzoekers is het een enorme administratieve rompslomp om alle originele data langdurig op te slaan en vindbaar te maken. Toch doen we het omdat we niet accepteren dat het soms fout gaat, dit geldt natuurlijk ook voor het onderwijs.

Aangezien de universiteiten worden bekostigd met maatschappelijke middelen zijn wij het verplicht aan de studenten en de maatschappij om de kwaliteit van ons universitaire onderwijs steeds te monitoren en te verbeteren waar nodig. Onze ambitie is het om topacademici op te leiden die de oplossingen kunnen aandragen voor de uitdagingen waar de wereld voor staat.

Mochten de leden van de Jonge Akademie nog niet overtuigd zijn dan stellen wij voor dat zij ondanks de hoge werkdruk toch een cursus gaan volgen met als thema waarom er controle en procedures nodig zijn in het onderwijs.

Harold van Rijen, voorzitter Graduate School van Life Sciences (GSLS), UMC Utrecht
Jan Andries Post, voorzitter examencommissie GSLS, Universiteit Utrecht
Inge The, voorzitter opleidingscommissie GSLS, Universiteit Utrecht
Han Wösten, directeur Biosciences, Universiteit Utrecht
Margot Koster, opleidingsdirecteur Biologie, Universiteit Utrecht
Ton Peeters, onderwijsmanager Biologie, Universiteit Utrecht
Annik van Keer, beleidsmedewerker Faculteit Betawetenschappen, Universiteit Utrecht

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.