De eurozone krijgt een steviger anker

Eurozone De Eurogroep bereikte dinsdag in Brussel een akkoord over hervormingen in de eurozone. Nederland counterde veel Franse dadendrang, maar bepaalde niet de richting.

De ministers van Financiën van de eurolanden poseren voor de traditionele familiefoto bij de Eurogroep. Foto Stephanie Le Cocq / EPA

Ze hadden geen gele hesjes aan, de tegenstanders van de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire in Brussel maandag en dinsdag.

Wopke Hoekstra was er, in stemmig donker kostuum, die in meer dan zestien uur onderhandelen in de Eurogroep standvastig weigerde het woord ‘eurozonebegroting’ te gebruiken. Precies zoals de Tweede Kamer het van een Nederlandse minister van Financiën verwacht. Voor Frankrijk was een stap richting eurozonebegroting een van de grote Europese doelen dit jaar.

Er was die vriendelijke, partijloze Italiaan, Giovanni Tria, die urenlang bleef sputteren tegen de voorwaarden die andere lidstaten nu juist als eis stelden om in te stemmen met een andere Franse wens, namelijk om het Europese noodfonds ESM al sneller dan 2024 de rol van achtervang te geven voor de afwikkeling van noodlijdende banken.

En de moeilijkste van iedereen: Olaf Scholz, de Duitse minister van Financiën. De sociaal-democraat uit Hamburg deed dinsdagmiddag nog stééds alsof hij de grootste vriend van Frankrijk was.

En het resultaat? Dinsdagmorgen bereikte de Eurogroep een akkoord over een aantal hervormingen in de eurozone.

Zeker na de Brexit gaan die de hele Europese Unie aan: na 29 maart hebben de niet-eurolanden zonder de Britten niet meer genoeg stemgewicht om plannen van de Eurogroep tegen te houden. Daarom praatten maandag en dinsdag niet alleen de negentien eurolanden, maar ook de acht overblijvende niet-eurolanden mee.

Op de Europese top van volgende week bespreken de regeringsleiders de resultaten en nemen ze de definitieve besluiten. Het moet de volgende stap worden in het opbouwen van een politieke en economische unie die bij de invoering van de euro achterwege werd gelaten.

Het compromis dat werd bereikt leidde dinsdag alvast tot luid beleden tevredenheid van bijna alle betrokkenen: iedereen had zijn doelen gehaald. Minister Hoekstra kon eigenlijk geen punt noemen waar aan de Nederlandse eisen níét was voldaan, of het moest zijn dat eurogroepvoorzitter Mário Centeno aan de Europese leiders zal schrijven dat ze het wel over de eurozonebegroting hadden gehad.

Lees ook: Verzet tegen bescheiden eurozonebegroting neemt af

Maar verder: „Deze afspraken zijn goed voor Nederland en goed voor heel Europa”. Scholz sprak van een „grote vooruitgang” voor de toekomst van Europa. En Le Maire claimde een „beslissende stap” om een einde te maken aan „de twee zwakheden die de eurozone vanaf het begin heeft gehad”: de grote verschillen tussen de deelnemende economieën in onder meer concurrentievermogen en het vermogen van de eurozone om te reageren op financiële schokken.

Een balans per afspraak.

Noodfonds ESM wordt sterker

Het Europees stabiliteitsmechanisme ESM krijgt een grotere rol in het monitoren van de economieën in de eurozone. Dat bevestigt het succes van het noodfonds, dat sinds 2010 vijf landen, waaronder Griekenland, Portugal en Ierland, door financiële crises heen hielp.

Het principe van deze sterkere rol was niet meer omstreden bij de eurolanden, zeker niet nadat de Europese Commissie en het ESM vorige maand een onderling akkoord bereikten over de taakverdeling in het monitoren van het financieel-economisch beleid van lidstaten.

De onderhandeling gingen vooral over de criteria waaraan landen moeten voldoen om voor steun in aanmerking te komen. Frankrijk en andere zuidelijke landen wilden dat die voorwaarden niet te streng zouden zijn, onder de noemer van „efficiënt en snel”. Nederland wilde juist meer voorwaarden, onder meer om te voorkomen dat landen de gemeenschappelijke ESM-pot zouden kunnen aanspreken zonder de noodzakelijke hervormingen te hebben doorgevoerd.

Dat lijkt grotendeels gelukt, nu de Eurogroep het uiteindelijk eens is geworden over vier pagina’s met heel precieze criteria voor steun van het ESM aan lidstaten.

Zo krijgt het ESM meer te zeggen over het herstructureren van staatsschuld van landen. Alleen lidstaten die hun beleid op orde hebben en hun staatsschuld onder controle, kunnen onder omstandigheden zonder extra ESM-voorwaarden steun krijgen als ze worden aangevallen op financiële markten.

Achtervang noodlijdende banken

Al in 2013 was afgesproken dat het ESM ook een andere functie zou krijgen: namelijk als geldverstrekker in laatste instantie in de afwikkeling van omvallende banken. Nieuwe afspraken in 2016 leidden tot een schema waarin het ESM deze rol vanaf 1 januari 2024 in elk geval vervult, met in elk geval 55 miljard euro in kas. Frankrijk en enkele andere zuidelijke landen (Italië) wilden dat deze verzekering al sneller zou ingaan.

Dat zou een stevige verzekering betekenen voor landen waar de bankensector nog een betrekkelijk hoog percentage slecht-renderende leningen op de balans hebben staan (wederom, onder meer Italië).

Het compromis dat is gesloten, lijkt op een gulden middenweg: Nu nog geen afspraken om het ESM eerder dan in 2024 als verzekering voor noodlijdende banken te laten fungeren, maar daar wordt wel tussentijds naar gekeken – waarschijnlijk in 2020.

Mochten alle lidstaten dan zover zijn dat er dan (bruto) minder dan 5 procent slecht-renderende leningen bij hun banken op de balans staan, kan het ESM meteen al zijn nieuwe rol innemen.

In feite is dit een overwinning voor de noordelijke landen. De gretigheid van de zuidelijken heeft hun de gelegenheid gegeven deze eisen op te voeren. Dat is onder meer een heldere boodschap in Italië. Dat land ziet zijn aandeel niet-renderende leningen juist weer oplopen door zijn omstreden begrotingsbeleid. Italiaanse banken, die een relatief groot aandeel hebben in de Italiaanse staatsschuld lijden op de financiële markten. Italië moest het na lang verzet doen met een woordje: die 5 procent is een ‘aim’ en geen ‘target’: een richtsnoer, geen hard doel. „Dat laat toch wat ruimte”, volgens een Franse regeringsbron dinsdag.

Een Europese depositoverzekering

Een duidelijk verliespunt voor Frankrijk zijn de afspraken over de invoering van een Europese depositogarantieverzekering. De contouren daarvan zijn al langer duidelijk, maar de facto liggen de onderhandelingen al maanden stil. Deze verzekering moet 100.000 euro per rekening gaan bedragen.

Duitsland, Nederland en andere landen hebben duidelijk gemaakt niet bereid te zijn tot deze vorm van Europese risicodeling – waarmee veel geld gemoeid is – zolang er niet méér voortgang is gemaakt van de risicoreductie bij banken in, wederom zuidelijke lidstaten.

Wederom heeft de koers van de Italiaanse regering de Franse ambitie hier gesnoerd, of, zoals een betrokkene dinsdag zei: „Wat in Italië gebeurt is een mentaal kleurbad voor deze discussie.”

Eurozonebegroting

Komt-ie er nu of niet? Volgens de brief die Eurogroepvoorzitter Centeno stuurt aan de regeringsleiders moeten zíj daarover maar beslissen. En over hoe die er dan uit moet zien. De Eurogroep is er zelf niet uit gekomen.

Dat is echter maar het halve verhaal. Frankrijk kan het als een overwinning vieren dat er nu überhaupt over gesproken wordt. Le Maire onderstreepte dinsdag dat dit „een jaar geleden nog ondenkbaar was geweest”. Ook al spreekt Hoekstra het woord niet uit, Nederland heeft deze discussie niet kunnen voorkomen.

Al is van het oorspronkelijke Franse voorstel niet veel meer over.

Lees meer over het Frans-Duitse plan: Frankrijk en Duitsland bereiken deal over aparte begroting Eurozone

Het moest een aparte begroting worden voor de eurolanden, die zowel ‘convergentie’ van de Europese economieën als ‘stabilisering’ tegen financiële en economische schokken moet aankunnen. De eurozonebegroting die nu op tafel ligt voor de regeringsleiders is geen aparte begroting: als er iets komt, is dat op voorhand al ondergebracht bij de Europese meerjarenbegroting – de huidige loopt tot en met 2020 en gesprekken over een nieuwe lopen. Belastingbetalers in eurolanden gaan dus niet twee keer bijdragen aan Europa, zoals Hoekstra het formuleerde.

Bovendien is elke verwijzing naar de ‘stabiliseringsfunctie’ verdwenen. Onder meer Nederland vreest dat dit in de praktijk zou neerkomen op een nieuwe potentiële transferroute van geld van Noord- naar Zuid-Europa. Aan Franse zijde werd dinsdag begrip getoond voor de Nederlandse onwil en politieke blokkade, maar Le Maire geeft de hoop niet op dat het in de toekomst wel zal gebeuren.

Want Frankrijk en Duitsland zijn het hierover eens: na de Brexit zullen de landen in de eurozone hoe dan ook steeds meer naar elkaar toe groeien. In hun ogen is een eurozonebegroting „een zeer behulpzaam instrument” daarvoor, ook binnen het kader van de Europese meerjarenbegroting.

Hier en daar zien sommigen al nieuwe kansen voor de Nederlandse wensen om die Europese meerjarenbegroting met zo’n middel te moderniseren.

    • René Moerland